Russisch leger wil verdrag met Navo niet ondertekenen

MOSKOU, 16 APRIL. Het wordt steeds onwaarschijnlijker dat Rusland op korte termijn het NAVO-programma 'Partnership for Peace' zal ondertekenen. Volgens minister van defensie Pavel Gratsjov moet Moskou het plan “nog eens goed overdenken”. De NAVO-luchtaanvallen van deze week in Bosnië zijn de aanleiding voor het dreigement van Gratsjov.

“Recente gebeurtenissen in Bosnië hebben getoond dat het concept alleen in woorden bestaat. Ik vind het niet leuk als ze me iets vertellen en achter mijn rug iets anders doen”, aldus Gratsjov gisteren tegen verslaggevers. “Dan begin ik me af te vragen of ik verkeerd heb geoordeeld. Kennelijk heb ik mij vergist toen ik zo een sterke voorstander was van een snelle ondertekening.”

Gratsjov gaf daarmee een andere lezing van de onderlinge consultaties dan secretaris-generaal Boutros-Ghali van de Verenigde Naties. Boutros-Ghali ontkende gisteren nadrukkelijk dat Rusland bij de beslissing deze week om luchtaanvallen uit te voeren was buitengesloten. “We hebben de Russische autoriteiten zelfs voor de eerste actie ingelicht”, aldus Boutros-Ghali.

Het Partnership-programma, dat voorziet in nauwere politieke en militaire samenwerking tussen de voormalige vijanden uit de Koude Oorlog, is al langer aan twijfel onderhevig in Moskou. Begin dit jaar heeft president Jeltsin het als “geniaal” verwelkomd en op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel werd rekening gehouden met 21 april als datum waarop Rusland de documenten zou ondertekenen. In het Russische parlement ontstonden echter bezwaren tegen het plan, dat niet genoeg rekening zou houden met de status van Rusland. Vorige week zei de woordvoerder van Jeltsin dat de ondertekening nog wel zes of zeven maanden op zich kon laten wachten, omdat de Russische rol nog nader moest worden ingevuld. De volgende dag sprak minister van buitenlandse zaken Kozyrev dat tegen. Hij hield vast aan 21 april. Daarna suggereerde Jeltsin een koppeling met toetreding tot de G7, de club van rijkste industrielanden.

Na de NAVO-luchtaanvallen op Servische stellingen bij de Bosnische stad Gorazde, zondag en maandag, overheerst in Moskou verontwaardiging over het feit dat de aanvallen niet vooraf met Rusland waren besproken en wil niemand meer toezeggingen over het Partnership doen. Minister Kozyrev zei donderdag dat hij het voornemen voor een snelle ondertekening had laten vallen omdat er nog te veel vragen over de invulling van het plan zijn. President Jeltsin, op bezoek in Spanje, wilde ook geen datum meer noemen. Minister Gratsjov concludeerde gisteren: “We moeten er nog eens goed over denken, om de beginselen van dit concept en de Russische rol daarbij te definiëren. En alleen dan, nadat we het op alle niveaus hebben besproken, kunnen we het misschien tekenen.”

Volgens het State Department blijft de “deur” voor Rusland niettemin “open staan”.

Pag.5: Rusland negatief over aanval

De Russische regering, het parlement en de media hebben zich unaniem negatief uitgelaten over het zonder overleg bombarderen van Servische stellingen. Hoewel de NAVO-toestellen hun aanvallen uitvoerden onder een mandaat van de Verenigde Naties dat ook door Rusland is goedgekeurd, bestaat in Moskou het gevoel dat Rusland als partner niet voldoende serieus wordt genomen. In het voormalige Joegoslavië ligt dit extra gevoelig, omdat Rusland met de Serviërs traditioneel vrij sterke banden heeft en dit gebied door Moskou meer tot de invloedssfeer van de voormalige Sovjet-Unie dan tot die van de NAVO wordt gerekend.

Partnership for Peace is al door veertien Oosteuropese landen en voormalige Sovjet-republieken ondertekend. Als Rusland er definitief buiten zou blijven zou dit des te opmerkelijker zijn, omdat het plan juist is ontworpen om een Russisch isolement te voorkomen. Moskou verzet zich tegen volledige toetreding van voormalige Warschaupact-landen tot de NAVO, omdat dit Rusland in Europa zou buitensluiten. Kern van het Partnership is dat elk land de intensiteit van zijn samenwerking met de NAVO zelf kan bepalen, ook Rusland. Maar een vaak gehoord bezwaar in Moskou is dat éérst Rusland had moeten worden benaderd, als een soort co-sponsor, en daarna pas andere landen.