Qat levert de beste ideeën op

AMSTERDAM, 16 APRIL. Komt het door de burgeroorlog in Rwanda of is in Kenia een stammenstrijd losgebarsten? In het Somalische theehuis van Garad in Amsterdam-Zuidoost wordt druk gespeculeerd over het uitblijven van een lading qat uit Kenia. Normaal gesproken wordt het roesmiddel een paar keer per week op Schiphol ingevlogen. Nu wachten de mannen in het theehuis al dagenlang tevergeefs.

Qat-handelaar Garad zet een nieuwe thermoskan thee op tafel. Zonder qat is het leven niet hetzelfde, vertelt hij. “Als we qat kauwen, praten we veel. Dan komen de beste ideeën.”

Qat is een struik die groeit in de bergen van Jemen, Kenia, Ethiopië en Somalië. Het kauwen van de twijgjes en de blaadjes maakt de tongen los en geeft een lichte roes. Het gebruik van de plant is diep verankerd in de culturen van de Oostafrikaanse landen. Belangrijke beslissingen worden bij voorkeur begeleid met bosjes verse qat. Politici gaan kauwend in conclaaf en studenten bereiden zich met qat op hun tentamens voor.

In Nederland helpt qat vooral vergeten, zo vertellen de wachtende mannen in het theehuis. Ze sommen hun zorgen op: heimwee, eenzaamheid, regen, angst om de familie thuis. “Qat helpt gelukkig zijn”, zegt Garad.

Tweemaal per week landt op Schiphol een vliegtuig uit Nairobi met aan boord honderden kilo's qat. Omdat het middel vers gebruikt moet worden, is het zaak de lading snel te verhandelen. Dat gebeurt op de parkeerterreinen van Schiphol. De luchthaven Schiphol overweegt nu een vergunning aan de tientallen, vooral Oostafrikaanse, handelaren af te geven om zo de distributie “in betere banen te leiden”. Volgens de woordvoerder van de luchthaven zorgt de handel nu namelijk voor overlast.

De handelaren maken gebruik van gereserveerde parkeerplaatsen en “het gaat er soms wild aan toe”, aldus de woordvoerder. “De handel gaat gepaard met druk gesticuleren en er sneuvelt wel eens een ruitje.”

Het gebruik van en de handel in qat, dat ongeveer vijfentwintig gulden per kilo kost, is nu nog legaal, maar na de zomer vallen de takjes en de blaadjes onder de Opiumwet. Nederland heeft een verdrag van de Verenigde Naties ondertekend over het verbod van psychotrope stoffen. Daartoe worden ook de werkzame bestanddelen van qat gerekend: cathine en cathinon.

Jaap Jamin, hoofd van de afdeling preventie van het Jellinekcentrum, consultatiebureau voor alcohol en drugs, noemt een verbod “het creëren van een probleem”. “Naar wij weten, wordt het middel door een zeer kleine groep gebruikt en dat zal waarschijnlijk ook zo blijven.” Qat is volgens Jamin namelijk “zeer gebruiksonvriendelijk”. “Je kauwt je helemaal ziek. Er zijn genoeg middelen op de Nederlandse markt die veel sneller hetzelfde effect opleveren”, aldus Jamin.

Pag.3: Risico's van drug voor de gezondheid zijn beperkt

Ook bij de afdeling Alcohol, Drugs en Tabaksbeleid van het ministerie van WVC wordt licht gedacht over het opwekkende middel. Beleidsmedewerker T. Cramer noemt de risico's voor de volksgezondheid zeer beperkt. “Het effect is vergelijkbaar met een sterke kop koffie en een sigaret op een lege maag.” Volgens gegevens van WVC kan excessief gebruik leiden tot gebrek aan eetlust, vermagering en obstipatie. Sommige mannen zouden last hebben van 'spontane ejaculatie'. “Maar dat zou ik niet direct een gevaar voor de volksgezondheid willen noemen”, aldus Cramer. Volgens de beleidsmedewerker van WVC valt de plant zelf niet onder de Opiumwet, maar alleen de werkzame bestanddelen.

Daar denken ze bij het ministerie van justitie anders over. “Qat is een drug als alle anderen”, aldus een woordvoerder. Volgens haar is Justitie “erg gelukkig” met de mogelijkheid de plant eindelijk in beslag te kunnen nemen. “We zullen zeker een actief opsporingsbeleid volgen.”

In het tl-licht van het theehuis zitten de wachtende mannen intussen stil bij elkaar. Aan de muur houtsnijwerk uit Somalië, in de vitrine blikjes exotische sappen. Kanadid rekt zich uit in zijn leren jas. Op deze manier wordt het niks dit weekend, zegt hij. Voor zijn vriendin is het ook niet leuk. Als hij kauwt is hij vrolijk, dan koopt hij cadeautjes voor haar. Bovendien kan hij dan eindeloos de liefde bedrijven. Naast hem trommelt Waaiib met zijn vingers op tafel. Het is belangrijk met wie je qat eet, zegt hij. Sommigen gaan alleen maar praten, praten, praten, zonder nog te luisteren. Waaiib grijpt naar zijn slapen. “Dan krijg ik hoofdpijn.”

Qat eten doe je met vrienden, zegt ook Garad en vertelt van de mufarash thuis, een kamer speciaal ingericht voor het kauwen van qat. In zijn woonplaats Qabridahare hult iedereen zich na de lunch in pyjama om plaats te nemen op de kussens van de mufarash. Er wordt gitaarmuziek gedraaid en overal staan potten thee en kannen melk om de bittere smaak van de qat weg te nemen. En dan maar praten, over politiek, liefde en eten. “Over het leven dus.”

Terwijl Garad vertelt, luistert Guleed. Dat van die mufarash heeft hij nooit meegemaakt. In het dorp in Zuid-Somalië waar hij vandaan komt is qat kauwen geen traditie. Pas in Amsterdam leerde hij het middel gebruiken.

Intussen gaat voor de zoveelste keer die middag de draagbare telefoon van Garad. Hij zucht. Alweer iemand die wil weten of er nu eindelijk qat is gearriveerd. Garad maakt zich zorgen. Als het waar is dat qat verboden wordt, wat zal er gebeuren? De Somaliërs zullen depressief worden, denkt hij. Misschien zelfs hun toevlucht in alchohol en drugs zoeken.

Dan komt in het theehuis met korte, snelle passen een junkie binnenlopen. Ze legt een gulden neer, bestelt een Mars en is weer weg. De mannen kijken haar na. Waaiib schudt zijn hoofd. “Snappen jullie dat nou?”

    • Monique Snoeijen