Pakistan probeert af te kicken, maar het gaat moeizaam

De heroïne van Nederlandse junkies is grotendeels afkomstig van papavervelden in Afghanistan. Ook het buurland Pakistan met zijn talrijke drugsbaronnen speelt al jaren een sleutelrol bij de heroïne-handel. De Pakistanen kampen echter ook zelf met een verontrustend snel groeiend aantal drugs-verslaafden.

PESHAWAR/TORKHAM, 16 APRIL. Eigenlijk doet Ahmed in wapens, maar voor heroïne draait hij evenmin zijn hand om. Honderd rupees (zes gulden) per gram kost het witte poeder bij hem. Topkwaliteit, verzekert hij minzaam. Wie een beetje onderhandelt, kan het spul ook voor zestig rupees bemachtigen. Het zijn prijzen waarvan verslaafden in Europa slechts in hun diepste roes kunnen dromen. Daar betaalt men minimaal het twintigvoudige.

Enkele Pakistaanse politie-agenten kijken vanuit de verte onverschillig toe en ondernemen niets. Deze westelijke buitenwijk van de stad Peshawar ligt net binnen de zogeheten tribale gebieden. Al eeuwen is de stam van de Pathanen hier heer en meester, het Pakistaanse gezag geldt slechts op hoofdwegen.

Een paradijs kortom voor drugshandelaren en andere lieden die liever buiten bereik van de lange arm van de wet blijven. Hoezeer het hun voor de wind gaat, blijkt uit de protserige huizen die ze de laatste jaren aan de westkant van de stad hebben laten optrekken. Op verzoek van de gefortuneerde opdrachtgevers hebben de architecten kwistig gestrooid met marmer en witte zuilen.

De meest indrukwekkende woning van allemaal bevindt zich echter in het dorre landschap bij Landi Kotal op de vermaarde Khyber-pas richting Afghanistan. Achter imposante muren leven Ayub Afridi en zijn familie hier naar verluidt in ongeëvenaarde luxe. Gevraagd naar de bron van zijn welstand, antwoordt de huisheer, een voormalige parlementariër, steevast dat hij zijn fortuin heeft vergaard met de handel in aardewerk.

Bijna elke Pakistaan weet dat Ayub - in dit deel van de wereld gebruikt men bij voorkeur de voornaam - rijkelijk heeft verdiend aan de drugshandel. Zijn naam prijkt op een lijst van Pakistaanse drugsbaronnen om wier uitlevering de Verenigde Staten vorig jaar hebben verzocht. Vijf van hen zijn intussen overgedragen aan de Amerikaanse justitie. Ayub vluchtte tijdelijk de grens over, maar vertoeft de laatste tijd volgens bezoekers weer regelmatig thuis.

Westerse deskundigen schatten op grond van in beslag genomen drugs dat ruim driekwart van de heroïne in Europa uit Afghanistan en, in veel mindere mate, Pakistan komt. Daarnaast levert dit gebied, dat bekend staat als de Gouden Sikkel, ook nog eens een kwart van de heroïne op de Amerikaanse markt. De rest is voornamelijk afkomstig uit het gebied van de Gouden Driehoek in Zuidoost-Azië, dat kan bogen op de grootste opium- en heroïneproduktie ter wereld. Het merendeel daarvan blijft evenwel in de regio zelf.

Hasj is eveneens een specialiteit van de Gouden Sikkel. Dat het daarbij om stevige porties gaat, bleek in januari in de onherbergzame zuidwestelijke provincie Baluchistan. Na een tip verrasten de Pakistaanse autoriteiten een groep smokkelaars die op 200 dromedarissen een lading van ruim 50.000 kilo hasj vervoerden. Het was vermoedelijk de grootste hasj-vangst ooit gedaan.

Pakistan kent evenals Afghanistan een lange traditie van papaverteelt. De opium die men uit de bloemresten won, werd gebruikt als medicijn en als genotmiddel. Niemand nam daar aanstoot aan. “Wanneer mijn moeder verkouden was, gebruikte ze altijd opium”, vertelt Mirza Azam Baig, uitgever van het maandblad Diplomat in Peshawar. De verwerking op grote schaal tot heroïne, dat geconcentreerder en daardoor gevaarlijker is, is van recentere datum.

Tegenwoordig produceert Pakistan, inclusief de tribale gebieden, minder opium dan vroeger. Onder druk van het buitenland, dat financiële hulp bood bij het overschakelen op andere gewassen dan papaver, is de inheemse produktie afgenomen tot zo'n 160 ton opium per jaar. Uit elke kilo opium kan ongeveer 100 gram heroïne van goede kwaliteit worden gewonnen en 160 gram van de mindere variant brown sugar.

In het buurland Afghanistan daarentegen, waar al jaren alle toezicht ontbreekt als gevolg van de langdurige oorlog, groeit de oogst elk jaar gestadig. De schattingen over de Afghaanse opium-produktie lopen sterk uiteen, van 600 ton tot liefst 3.000 ton. Deskundigen in Pakistan van UNDCP, de VN-organisatie tegen drugs, menen dat het werkelijke cijfer ergens in het midden ligt. De Nederlandse CRI spreekt van 2.000 ton.

Wie via de Khyberpas bij Torkham Afghanistan binnenrijdt, wordt door datzelfde UNDCP verwelkomd met een aantal borden, waarop voorbijgangers worden opgeroepen het land van 'de vloek van de drugs' te redden. De ongeletterde boeren lappen dit advies echter aan hun laars. Even verderop staan de uitgestrekte papavervelden er fleurig bij met hun paarse, witte en rode bloemen. De meeste Afghaanse boeren hebben het niet breed en ze zouden een dief van hun eigen portemonnee zijn als ze iets anders zouden verbouwen.

De meeste papavervelden zijn te vinden in de oostelijke provincie Nangahar, waartoe ook Torkham behoort, en in het zuidelijke Helmand. Vooral in die laatste provincie, die vroeger bekend stond als de korenschuur van Afghanistan, is het papaverareaal de afgelopen paar jaar razendsnel gegroeid.

De regering in Kabul en enkele grote krijgsheren zijn formeel gekant tegen het gebruik en de handel in drugs, die als strijdig met de islam worden beschouwd. Maar hun macht reikt meestal niet ver en menige lokale potentaat ziet in de drugshandel een makkelijke bron van inkomsten en is niet van plan daar goedschiks afstand van te doen.

De opium van de papavers wordt op verschillende plaatsen verwerkt tot heroïne. Vroeger gebeurde dit vooral in de tribale gebieden in Pakistan, maar uit veiligheidsoverwegingen hebben de bazen de verwerking nu vaak naar Afghanistan zelf verplaatst. Soms wordt de opium ook eerst naar een land als Turkije gebracht voor verwerking tot heroïne. Bij een laboratorium moet men zich volgens Westerse deskundigen geen al te grote voorstelling maken. Dikwijls gaat het alleen om een vrachtauto met wat chemicaliën. Het valt nauwelijks vast te stellen of het om honderd of tweehonderd van deze laboratoria gaat.

De chemicaliën zijn veelal afkomstig uit India. Robin Raphel, een hoge functionaris van het Amerikaanse State Department, merkte hierover onlangs in een rede over Zuid-Azië op: “Het verdrietige feit doet zich voor dat drugs vandaag de dag tot de nauwste samenwerking over de grenzen van de Zuidaziatische staten leiden. Opium die in Afghanistan groeit, wordt verwerkt in Pakistan met gebruik van chemicaliën die zijn geproduceerd in India.”

In Pakistan neemt men het probleem van de drugshandel, dat zich als een kankergezwel door het land heeft verspreid, serieuzer dan in Afghanistan. Daar is ook alle reden toe: waren er voor zover bekend in 1982 slechts 20.000 verslaafden in het land, twaalf jaar later is dat cijfer volgens de officiële statistieken opgelopen tot ruim drie miljoen, van wie de helft aan heroïne. Als het cijfer klopt, wat sommigen overigens betwijfelen, dan behoort de junkie-populatie van Pakistan daarmee tot de wereldtop.

In het westen van Peshawar wemelt het van de in vodden gehulde mannen die, wezenloos voor zich uitstarend, over straat waggelen. Elke week worden er wel enkele stakkers gevonden die aan een overdosis zijn overleden. De verslaafden zijn in alle lagen van de bevolking te vinden, zij het vooral onder jonge mannen. Aan de universiteiten krioelt het er van, maar ook in de keurige hoofdstad Islamabad en in de metropool Karachi bestaat er een levendige heroïne-markt. Het aantal verslaafden onder vrouwen is aanmerkelijk lager.

Premier Benazir Bhutto overweegt nu het leger in te zetten tegen de machtige drugsmafia. Op 1 april beloofde ze in Peshawar zelfs een jihad, een heilige oorlog, tegen verdovende middelen. “We willen niet dat Pakistan een Latijns-Amerikaans land wordt”, verklaarde ze plechtig, “waar terrorisme aan de orde van de dag is en de drugsmafia op bescherming kan rekenen.”

De wens was hier de vader van de gedachte. Ook Bhutto weet dat Pakistan in werkelijkheid al jaren een van de belangrijkste doorvoerlanden voor drugs ter wereld is. Veel heroïne wordt via Baluchistan het land uitgesmokkeld. Voor de kust van Makran liggen boten klaar om het kostbare goed naar elders te transporteren. Vanuit Karachi wordt de heroïne ook per vliegtuig naar Europa en de VS gebracht. Daarnaast vindt een deel zijn weg naar India.

Een nog belangrijker doorvoerland is Iran, vanwaar de opium doorgaat naar het oosten van Turkije. Daar ontfermt de lokale drugsmafia zich over het transport naar Europa. “Zo'n 90 procent van de drugs uit de Gouden Sikkel komt Europa binnen per auto”, schat een deskundige van de CRI.

De handel in drugs speelt een belangrijke rol in de Pakistaanse economie. Hoewel exacte gegevens uiteraard ontbreken, schatten experts dat deze sector goed is voor een kwart van de zwarte economie, hetgeen zou neerkomen op een aandeel van ongeveer vijf procent van het Pakistaanse Bruto Nationaal Produkt.

In de hoop hun enige angst in te boezemen heeft Bhutto de doodstraf voor drugshandelaren, die vorig jaar was ingevoerd door interim-premier Moeen Qureshi, gehandhaafd. Het is bovendien moeilijker gemaakt voor drugsbazen om zichzelf in het parlement te laten verkiezen.

Door zulke maatregelen zijn de handelaren echter allerminst uit het veld geslagen. Aangezien politici in Pakistan altijd geld nodig hebben voor hun campagnes en ze niet op steun van hun partijen hoeven te rekenen, vormen ze een makkelijk doelwit voor de drugsbaronnen. Met hun ruime financiële middelen kopen die, ondanks het scherpere beleid van de regering, eenvoudig politieke patronage. “Drugsbazen beslissen in de praktijk vaak wie er gekozen wordt”, zegt Azam Baig.