Oude muziek (1)

Eric Schoones (brievenrubriek NRC Handelsblad van 12 april) houdt kennelijk niet van (het geluid van) oude instrumenten.

Dat is zijn goed recht. Er zijn twee manieren om het klinkende resultaat van een instrument te beoordelen: binnen een puur muzikaal kader, dat wil zeggen 'authentiek' of 'traditioneel' qua aanpak; of ongeacht die aanpak op grond van de kwaliteit van de bespeler. Elk instrument is een exponent van een tijd, een samenlevings- en een esthetisch bepaalde context. Luisteren is een vorm van het vergelijken van de auditieve /emotionele /smaakbepaalde voorstelling die het referentiekader van de luisteraar bepalen.

Reconstructies van muziek uit het - ook nabije - verleden zijn, ondanks de beschikbare bronnen en onderzoek daarvan, altijd arbitrair. De term 'inferieur' lijkt hier het resultaat van een vergelijking tussen de authentieke respectievelijk de traditionele aanpak, tussen appels en peren.

De uitvoering, authentiek of niet, is niet zelden slechts bij uitzondering een mogelijk adequate vertolking van de boodschap die de componist - volgens zowel vertolker als toehoorder 'in de oren' had. Mogelijk, omdat ons, zoveel decennia na dato, vrijwel elke objectieve en onbetwistbare toets ontbreekt. Vooral bij het, na dertig jaar aardig ingeburgerde gebruik van originele instrumenten (of kopieën) en een, van de huidige afwijkende aanpak van 'de muziek zelf'.

Het gebruik van oude instrumenten is al evenmin een garantie voor een muzikaal bevredigende uitvoering dan dat bij welk soort 'nieuwe' muziek en instrument dan ook het geval hoeft te zijn. Deze maatstaf blijft over: is er sprake van 'authentiek' musiceren of van het - verscholen achter imponerend musicologisch gekoketteer met maniertjes en instrumenten - óvercompenseren van elementair gemis aan het vermogen tot overtuigend muziekmaken? Kwaliteit is nooit afhankelijk van de gebruikte instrumenten.