MACHT DOET ME NIETS! D66 fractieleider H. van Mierlo: Ik vind het weer net zo leuk als in 1966

D66 leider Van Mierlo lacht politici uit die beweren dat nu de laatste resten van de jaren zestig worden opgeruimd. Volgens hem heeft de gezagscrisis van toen pas nu levensgrote proporties gekregen. Een gesprek met een relatieve buitenstaander in de politiek, die bekent dat de macht 'zo spannend en moeilijk' is dat hij er toch graag 'bij wil zijn'. De laatste aanloop van Van Mierlo.

In de woonkamer van Hans van Mierlo, rechts naast de voordeur, hoog aan de wand, hangen de portretten van zijn grootouders. Grootmoeder was een dame met een rond gezicht en een klein gouden brilletje. Op het schilderij kijkt ze streng en vriendelijk tegelijk.

"Ze was een zeer rijke en een zeer vrome vrouw", zegt de lijsttrekker. "In 1931, mijn geboortejaar, dreigde de bank van haar man over de kop te gaan. Enorme betalingsmoeilijkheden, het was crisis. Op een zondag zat de hele familie in de huiskamer te wachten, vader, kinderen, ooms, tantes, twee notarissen - terwijl Mama, zoals ze werd genoemd, boven in haar kamer aan het bidden was om een wijs inzicht. Ik zie die scene voor me, in dat grote patriciershuis in Breda, het hele gezelschap in spanning over de vraag wat er met het familiekapitaal zou gebeuren... tot ze uiteindelijk de trap afkwam, van top tot teen in het zwart gekleed en zei: "Ik heb besloten iedere clinet van de bank tot de laatste cent terug te betalen'."

Hoe werd dat verhaal verteld, als een voorbeeld van haar wereldvreemdheid?

"Nee dat geloof ik niet. Ik ben er in ieder geval altijd zeer trots op geweest. Ze was tot niets verplicht. Ze had net zo goed de zaak failliet kunnne laten gaan en dan was de familie rijk gebleven. Het waren de kleine spaarders, die dan de dupe zouden zijn geweest. Ze zei: 'ik wens dat mijn zonen straks rechtop door de straten van Breda kunnen lopen.' Ik heb helemaal niets met de aristocratie en het gevoel dat daar bij hoort, maar dit vind ik schitterend. Ze heette Oliviera, Oliviera van Goltstein van Hoekenburg. Ik heb mijn zoon naar haar genoemd." Ze deed het omdat ze zo vroom as.

"Nee. Omdat zij vroom was, bad ze om een goed besluit. Ze nmam een goed besluit omdat ze een goede vrouw was. Er zijn genoeg christenen die iets anders hadden gedaan en genoeg humanisten die tot dezelfde conclusie waren gekomen. Ik heb met het geloof een wezenlijke breuk gemaakt, tot groot verdriet van mijn ouders. Maar ik behoor tot de mensen die zich tot in lengte van dagen verantwoordelijk voelen voor alles wat ze gedaan en gezegd hebben. Ik heb heel sterk het gevoel dat je het leven niet achter de rug hebt, maar in je rug. Een mens is niet veel meer dan een optelsom van al zijn ervaringen in het verleden, plus een vermoeden van de toekomst. Dat geheel noemen we het heden. Mijn strenge katholieke verleden is dus neit weg, het maakt nog steeds deel van mij uit. "Nostalgie is mij ingeboren, dat deftige roomse leven is de verf van mijn jeugdherinneringen. Iets anders is, of ik er naar terug wil. Zou ik in een andere tijd willen leven? Dat is een vraag om krankzinnig van te worden, want al je dromen, al je gelukzalige momenten zijn uit het materiaal van vroeger gemaakt. In de politiek is nostalgie gevaarlijk en onwenselijk. Ik zou natuurlijk best terug willen naar de tijd dat je je fiets njiet op slot hoefde te zetten, maar ik zou niet terug willen naar de tijd dat we niet met protestantse meisjes om mochten gaan. Het is bovendien beide even onmogelijk. Het antwoord op de vraag meot dus zijn: nee, ik wil nu leven. Je kunt niet terug, je kunt zelfs niet overnieuw beginnen."

Het gesprek ging over de christelijk waarden. Hans van Mierlo zakt achterover, komt overeind, maakt een ommetje door de kamer, die net als hij zelf dus, een verzameling is van oud en nieuw, van antieke stoelen en tafels uit de jaren zestig, soms met slijtplekken en barsten, van schilderijen en foto's, boeken en beeldjes die op de een of andere manier toch een geheel vormen in het huis met de hoge kamers aan een Amsterdamse gracht. Hij heeft met Frits Bolkestein, die niet in God gelooft en toch het christendom weer terug in het beginselprogramma van de VVD wil hebben.

"Hoe kun je nu denken dat je de maatschappij op orde krijgt door iets in een partijprogramma te stoppen wat je er straks met evenveel gemak weer uithaalt. Dat is nu precies het probleem waar de politiek op dit moment mee kampt. De mensen zijn nog steeds zeer geinteresseerd in de publieke zaak, maar niet via de weg van de partijpolitiek. Bolkestein speelt op effect. Hij lanceert plannen en denkbeeldne en neemt het provoverende element erin een paar dagen later met het grootste gemak weer terug. Dan zegt-ie dat hij het zo niet bedoeld heeft. Zijn strategie is effectief bij de huidige stand van de media, waarin tijd en ruimte schaars zijn en die dus altijd de voorkeur geven aan wat kort, simpel en schokkend is. Maar het is ook gevaarlijk wat hij doet, want op die manier creeer je pseudo-helderheid. Echte bruikbare oplossingen geeft hij niet. De mensen begrijpen best dat de zaken ingewikkeld zijn en ik vind dat je dat als politicus ook kunt zeggen."

Bolkestein maakt er bezwaar tegen dat u geen standpunten heeft, alleen maar een 'houding'.

"Dat klopt. Maar die houding is wel altijd dezelfde! Het lijkt wel of hij nhiet echt naar je luistert. We komen elkaar wel eens tegen bij een debat. Dan beweert hij iets over mijn politieke stellingname. Vervolgens zeg ik dat hij mijn standpunt verkeerd weergeeft en dus zijn mening moet herzienh. Daar gaat hij niet op in. Hij antwoordt doodleuk dat hij geen reden ziet zijn opvatting te wijzigen. Zo'n gesprek is dus zelfs geen gebeurtenis in zijn denkleven! Hij dendert maar door. Ik zit anders in elkaar. Als iemand iets tegen mij zegt, neem ik dat serieus. Ik voel me verplicht een echt antwoord te vinden op iedere vraagt die me wordt gesteld. Zo kom ik er steeds beter achter wat ik zelf vind van de zaak." Is dat niet een enorme handicap in de politieke praktijk van alledag?

"Ja, het is veel werk. Maar het kan niet anders. Om die starre, vastgeroeste manier van denken open te breken is D66 destijds opgericht."

Henricus Antonius Franciscus Maria Oliva Van Mierlo is met zijn tweeenzestig jaar de oudste lijsttrekker bij de komende Kamerverkiezingen. Nee, het bevalt hem niet, ouder worden. Vooral fysiek ervaart hij het als 'beledigend'. In 1966 was hij de jongste kandidaat, de aanvoerder van een partij die bedoeld was om het bestel op te blazen en dan weer te verdwijnen. De destijds beoogde politieke doorbraak lijkt pas nu, in 1994, werkelijk ophanden. Volgens de peilingen zijn de vier grote partijen, waaronder D66, verwikkeld in een nek-aan-nek-race om de kiezer die zich nauwelijks meer door en 'zuil laat leiden. Van Mierlo was helemaal niet van plan aom de politiek in te gaan na zijn studie rechten in Nijmegen. Hij overwoog om acteur te worden, maar kreeg een baantje bij het Algemeen Handelsblad. De directe aanleiding voor de oprichting van D'66 was een rondetafelgesprek dat hij voor de krant organiseerde over de onrust in Amsterdam, de provo-rellen. Tijdens dat gesprek ontdekte hij dat het niet alleen om een paar opstandige jongelui igng, maar dat er veel meer aan de hand was. Heel het na de oorlog zo kundig gerestaureerde zuilenstelsel wandelde. Vooral jongeren liepen er uit weg. Hij zette het gesprek over drie volle krantepagina's in de krant. Kort daarna werd, in een cafe, op koninginnedag, de beweging D'66 opgericht. Hans van Mierlo was de enige die geen smoes had om het voorzitterschap te weigeren, hoewel hij zichzelf de minst geschikte achtte.

Van Mierlo, nu:"Dat zuilenstelsel was natuurlijk een wonder zolang het functioneerde. We hebben er het begin van onze welvaart aan te danken, onze sociale zekerheid. Eens in de vier jaar waren er verkiezingen om de dikte van iedere zuil te meten en daarna zorgden de politici voor kabinetten, burgemeesters, commissarissen, coalities. Het waren regenten, maar goeie regenten. Ze wisten prescies wat er leefde in hun achterban. Communicatie was er alleen maar binnen de eigen zuil. Je kocht zelfs bij je eigen bakker en je eigen slager. Achteraf besef je waarom die zuilen in de jaren zestig leeg begonnen te lopen: het be3gin van de massa-informatie. Die televisie in iedere huiskamer heeft een heleboel traditionele scheidswanden doorbroken.

"Het was een hele opgewonden, optimistische tijd. We voelden dat er iets aan het gebeuren was, al konden we het nog niet zo goed benoemen. Zo'n woord als 'individualisering', dat hedden we gewoon nog niet. Maar we wisten wel dat er een behoefte was aan ruimte voor meer individueel gedrag. Ik dacht toen ik in de politiek stapte: dat doe ik een tijdje, tot die onrust vertaald is in praktische politieke veranderingen. Ik dacht: wij hebben zo evident gelijk, dat ziet binnen de kortste keren iedereen. Daar heb ik me in vergist. Al die ontwikkelingen zijn sindsdien doorgegaan, maar vreemd genoeg heeft men in de politiek het langste willen doen of er niets aan de hand was. Tot op de dag van vandaag zie je pogingen de resten van het zuilenstelsel overeind te houden. Terwijl de mensen allang uit die zuilen zijn weggelopen. Ze zijn leeg. Ik moet erg lachen als ik Brinkman of Bolkestein hoor beweren dat nu de laatste resten van de jaren zestig worden opgeruimd. Het tegendeel is waar. Je kunt de invloed van de jaren zestig niet meer uitwissen. Dat is onzinnig. Net of ik mij nu ineens een tegenstander zou verklaren van de achttiende eeuw." Dankzij zijn opvallende start, zijn eigen stijl en de lange duur van zijn carriere is Van Mierlo meer dan enig ander politicus een geval van 'growing up in public'. De eerste jaren als lieveling van de media. 'de Nederlandse Kennedy'. Dan in 1972, het verlies van vijf zetels, waar hij zichzelf de schuld van geeft en dat werd gezien als het bewijs dat D66 een eendagsvlieg was. In 1973 het terugtreden als fractievoorzitter, 'om de sfeer te redden', en in 1977 zijn voorlopige afscheid van de politiek, dat hij verklaart uit de 'woordhaat', de afkeer van zinledige formules die hij in tien jaar Den Haag heeft opgebouwd. In 1981 keert een herboren Van Mierlo jplotseling terug als minister van defensie in de kabinetten-Van Agt II en III. In 1986 wordt hij, na een lidmaatschap van de Eerste Kamer, opnieuw lijsttrekker van D66, dan op-sterven-na- dood. Nu presideert hij over de renaissance van de partijd, waar tijdens de komende verkiezingen de kroon op moet worden gezet. In die achtentwintig jaar heeft Nederland meegeleefd met zijn twijfels en plotselinge invallen, wallen en plooiten in zijn stevige hoofd zien groeien en slinken, en hem tenslotte als een markant staatsman, een mogelijke minister-president, geaccepteerd, zo blijkt nu uit de opiniepeilingen.

Die vier jaar buiten de politiek, was dat een tocht door de woestijn?

"Dat mag je wel zeggen. Het stond, ook voor mij, vast dat ik geen lijsttrekker zou worden. Wilde ik onder Terlouw in de Kamer? Daar heb ik lang over nagedacht. Het was uiteindelijk geen dramatische beslissing om het niet te doen. Terlouw zat er ook niet echt om te springen. Maar ik had ook geen andere functie op het oog. Het was in de tijd dat er een einde aan mijn huweijk kwan. Ik wilde weg omdat ik van mijn eigen woorden weg wilde, ik kon ze niet meer horen. Het leek me goed een tijdje na te denken. Ik heb wat lezingen gegeven, wat geadviseerd, samen met Marcel van Dam gewerkt aan het televisieprogramma De achterkant van het gelijk, een stormachtige verhouding met iemand gekregen, de eerste sinds mijn huwelij. En toen overleed mijn vader. Ook dat kostte tijd. Maar het waren geen verloren jaren, als u dat soms bedoeld. Ik ben er alleen maar beter van geworden." Hoezo beter?

"Die tijd heeft voor meer helderheid gezorgd. In de optelsom van ervaringen die ik ben, ben ik sommige elementen anders gaan taxeren en als je dat doet verandert ook de uitkomst van de hele som. Er valt een stukje van de puzzel op zijn plaats en dat is een bevrijding. Een voorbeeld? Het was in mijn milieu heel normaal om naar kostschool te gaan en ik heb ook heel lang volgehouden dat ik daar uitsluitned zeer gelukkig ben geweest. Ik kon me gewoon niet herinneren dat ik ieder jaar aan het eind van de grote vakantie, een week voor ik terugmoest naar schoo, buikpijn kreeg en drie boeken per dag las en bij bij de pickup zat om tot gekwordens toe het plaatje over een kleine zigeunerjongen te draaien. Nu besef ik dat ik dus waarschijnlijk heel verdrietig ben geweest over het weggaan van huis. Tegelijk denk ik dat ik in die tijd de capaciteit heb ontwikkeld om me daar bij neer te leggen, om lief te hebbenm wat nu eenmaal onvermijdelijk is."

Bent u in die tijd anders gaan denken over bepaalde besluiten in uw politieke loopbaan? U zei laatst op de radio dat u achteraf twijfelde over uw standpunt inzake de Drie van Breda.

"Dat heeft niet direct met die periode te maken. Maar het is waar: de eerste keer dan de Kamer over gratie moest beslissen heb ik mijn stem veranderd. In het voorgesprek met het kabinet heb ik gezegd dat ik voor vrijlating was. Onder invloed van de film Begrijp je nu waarom ik huil, over de behandeling van oorlogsslactoffers, ben ik daarop teruggekomen. Het was ook zo'n vreemde situatie. Er was geen fractiedisciipline, dus ieder kamerlid wist: Mijn stem kan de doorslaggevende zijn. Daar ben ik in principe ontzettend voor. Maar het debat waar Van Agt ons mee opzadelde duurde dagen, met emotionele hoorzittingen en al. Prof. Bastiaanse waarschuwde dat er slactoffers zouden vallen. Er zouden mensen zlefmoord plegen als die drie vrijkwamen. Van Agt had ons met die verantwoordelijkheid nooit mogen opzadelen. Samkalden heeft dat destijd beter gedaan. Hij zond Lages weg en kwam toen in de Kamer verantwoording afleggen. Zo hoort dat, dat is besturen. De tweede keer heb ik voor gratie gestemd.

"Er speelde onlangs een dergelijke discussie over het toelaten van Poncke Princen en er dreigt er een over de aanwezigheid van Duitsers bij de herdenking van onze bevrijding, volgend jaar. De VVD vindt dat Princen ons land nog steeds niet in mag. Over christelijke waarden gesproken... hoort daarniet ook de vergeving van zonden bij? We hoeven van de herdenking in 1995 geen vertoning te maken, maar als er ambassadeurs worden uitgenodigd, dan moet die van Duitsland erbij. En misschien moet je ook Kohl, of zijn opvolger uitnodigen. Ik hoop niet dat in die discussie het krankzinnige idee een rol gaat spelen dat het Duitse volk van nu iets te maken heeft met het regime van toen. Dat is niet alleen onbarmhartig en onrechtvaardig maar ook levensgevaarlijk. Daarmee ontken je dat wat er in de jaren veertig gebeurd is in princope door ieder volk gadaan had kunnen worden. We ondergraven onszelf met zo'n standpunt en we ondergraven de toekomst van Europa. De Duitsers zijn in 1945 toch ook bevrijd? hoe kunnen we nu van de strijdende partijen in voormalig Joegoslavie verlangen dat ze elkaar een hand geven over het graf van hun zes maanden geleden vermoorde broers, wanneer we zelf na vijftig jaar nog geen desertuer kunnen vergeven?

U keerde na die vier jaar niet als heel ander politicus terug?

"Nee Daarvoor zie ik toch teveel constanten in mijzelf. Det DNA was niet veranderd. Die terugkeer was trouwens helemaal niet gepland. Ik overwoog ook een terugkeer naar de journalistiek. In de zomer van '81 lag ik op het strand in Spanje, toen ik werd gebeld of ik misschien minister van defensie wilde worden. Ik ben naar Den Haag gegaan om te vertellen dat ik daar in de eerste plaats niet voor voelde en in de tweede plaats het program niet zou uitvoeren omdat ik het onzin wond wat daarin stond. Dat vond de fractie zo leuk, dat ze zeiden: nu willen we helemaal dat je het wordt."

U had ook aan de telefoon kunnen zeggen dat u absoluut niet wilde. U had de ambitie.

"Maar niet voor ik gebeld werd. Zo zit ik niet in elkaar. Ik heb wel de ambitie om de taak die op een gegeven moment voor mij ligt zo hartstochtelijk mogelijk te doen, maar ik heb nooit in mijn leven de drang gevoeld om een carriere te plannen. Ik stippel niets uit, het leven onthult in etappes wat het voor je in petto heeft. De laatste etappe kan dan een deceptie blijken. Ik hoop dat natuurlijk niet, maar ik heb geen plan om het te voorkomen. Joop den Uyl had de ambitie om minister-president te worden - niet alleen voor zichzelf overigens, maar ook in het belang van het land. De persoonlijke ambitie heb ik niet. Ik wil nu alleen maar de verkiezingen winnen."

Maar zou u het doen als de mogelijkheid zich aandient?

"Op die vraag geef ik geen antwoord. Ik sluit mezelf niet uit. Dat mag niet, dat kan niet. Ik zeg alleen maar dat ik er niet op gericht ben om premier of minister te worden. Eerlijk gezegd: ik denk dat ik er vooral graag bij wil zijn op het ogenblik, omdat het zo spannend en moeilijk is in de wereld en ik hoop dat ik op cruciale momenten een antwoord zal kunnen geven. Macht doet me niets. Daar moet ik om lachen. Het kost je je vrijheid. Ik begrijp niets van mensen die na hun ministerschap in een zwart gat vallen. Ik kan zeer aangeslagen zijn door dingen die tegenzitten, als er een vreselijk stuk over me geschreven is, als iemand iets heeft gezegd dat ik als een belediging ervaar. Ik kan me opwinden over hypocrisie en bedrog, bijvoorbeeld wanneer bepaalde politieke partijen almaar beweren dat het hun gaat om de ideeen en het programma terwijl ze hun hele campagne op de persoon van de lijsttrekker richten. Dat vindt ik echt erg.

Staatsrechtelijke vernieuwing, een gekozen minister-president - dat zijn nog steeds actuele thema's voor D66?

Meer dan ooit. De gezagscrisis stond in de jaren zestig nog maar aan het begin, nu is het een werkelijk levensgroot probleem geworden. In die tijd had de regering wel degelijk nog gezag en morele autoriteit. Daar is nu niets meer van over. Het kabinet? Dat doet de mensen niks, hoor. De sociale partners? Niemand trekt ze daar toch echts iets van aan? Grote operaties, zoals de stelselwijziging in de gezongheidszorg, lopen daarop stuk. Op gebrek aan gezag. We hebben in Nederland alle verantwoordelijkheden weggemaakt. Dat is het resultaat van onze consensus-democratie. Valt er een verantwoordelijke aan te wijzen voor de WAO-misere of de IRT-affaire? Welnee, in Nederland heeft altijd het proces het gedaan. Niemand is schuldig. De dingen verzanden in het maatschappelijke middenveld en de regering durft niet te regeren. Je moet dan niet vreemd opkijken als de mensen zich afkeren van de politiek."

Een harde conclusie na twaalf jaar no-nonsense beleid.

"De term no nonsense moet uit het woordenboek van de politiek worden geschrapt. Het betekent namelijk in de praktijk: we hebben de zaak jaren laten versloffen en nu hanteren we opeens de botte bijl. Eindeloos nietsdoen in de overlegeconomie en opeens is er geen tijd meer om iets uit te leggen. Het probleem in Nederland is niet dat we teveel praten, maar juist dat we te weinig communiceren. Ik denk dat je ook in een vroeg staduim duidelijk kunt maken waar de problemen liggen. Het probleem met de WAO was bijvoorbeeld echt een colume-probleem. Vergeleken met het buitenland waren onze uitkeringen niet te hoog, maar er zaten teveel mensen in. Dat kun je uitleggen. Je kunt ook uitleggen dat dat komt doordat werkgevers en werknemers samen oneigenlijk gebruik van de regeling hebben gemaakt en dat het dus anders moet. Dan kun je maatregelen nemen om er iets aan te doen. En als die maatregelen falen en je kunt laten zien dat het bedrag dat we uitgeven aan de WAO echt te groot is voor onze portemonnee, dan kun je zeggen: we hebben er alles aan gedaan, de vellen hangen ons van de vingers, maar nu moeten we aan uw uitkering komen. Dat zal begrepen worden. Maar als je het niet uitlegt, vergroot je opnieuw de kloof tussen burger en politiek. Alleen als de staat betrouwbaar, zorgvuldig en loyaal is, kan ze dat ook van de burger eisen. Anders niet. Daadkracht is heel iets anders dan de botte bijl.''

U bent bevriend met Lubbers. Neemt u het hem niet kwalijk dat hij zo weinig heeft gedaan?

“Mijn vriendschap heeft nooit een kritische houding in de weg gestaan. Ik speel in het algemeen niet op de man tijdens debatten en als ik tegenover hem sta zie ik toch vooral de minister-president. Ik weet niet of hij wel een tegenstander is van structurele veranderingen op het gebied van de staatsinrichting. Maar het CDA houdt alles tegen. En het wordt in die houding gesteund door de lamzakkerigheid van de PvdA en de VVD die nooit opgehouden zijn zich te gedragen alsof ze verlengstukken zijn van de rechter- en linkervleugel van het CDA. Door positie te kiezen links en rechts van de christen-democraten hebben ze zich ook veel meer dan nodig was tegen elkaar afgezet. Lubbers is gewoon de allerbeste coalitie-monteur die Nederland ooit gehad heeft. Het CDA heeft het ongetwijfeld aan hem te danken dat de structurele neergang van die partij zo lang aan het oog onttrokken is geweest.”

Maar hij moet niet terugkomen en Brinkman moet hem niet opvolgen. U ziet het liefst een kabinet zonder CDA.

“Het is geen geheim dat ik al heel lang een voorkeur heb voor de zogenaamde paarse coalitie. Het zou het middenveld, de belangrijke organisaties in onze maatschappij, dwingen om zijn relaties met de macht te herzien. Er zouden nieuwe kanalen moeten worden aangelegd en dat maakt de grond los. Dat is heel gezond. De zelfgenoegzaamheid, de luiheid, de gewoontewijsheid - dat is dan allemaal in één klap over. Bij het te verwachten verlies van de huidige coalitie lijkt het me niet logisch dat D66 straks even aanschuift en dat men daarna vrolijk verder gaat met regeren. Er zit wel iets in het idee van Bolkestein dat de partijen die fors winnen straks het meeste recht van spreken hebben als het gaat om de aanwezigheid in het kabinet. Maar het is ook weer niet zo dat de coagulatiefactor tussen VVD en D66 nu groter is dan tussen D66 en andere partijen. Ik vind dat er meer argumenten zijn dan ooit voor een paarse coalitie. Maar helaas is het verband tussen de verkiezingsuitslag en het kabinet dat daarop volgt al heel lang zoek. Daarom vinden wij al zo lang dat de burger daar een beetje meer invloed op zou moeten hebben.”

En gaat dat nu eindelijk lukken?

“Het is nu wel heel dichtbij. Ik weet niet of dat onze verdienste is, of dat de Verelendung van de rest van de politiek het succes van D66 dichterbij heeft gebracht. Wat is de verdienste van een partij? Dat is moeilijk te meten. Ik merk wel aan mezelf de laatste maanden dat ik het opeens weer ontzettend leuk begin te vinden. Net zo leuk als in 1966. Toen wisten we niet of we de Kamer zouden halen, nu is er het risico dat een grote zetelwinst als een verlies wordt uitgelegd omdat hij achterblijft bij de prognose. Dat is ook wel eng. Ik ben nu eenmaal niet zo'n onverschrokken type. In feite nog altijd bang om in het openbaar op te treden bijvoorbeeld. Daar is nooit verandering in gekomen. Maar er is nu voor het eerst de mogelijkheid dat we werkelijk een rol gaan spelen en dat alleen daardoor al de machtsstructuur verandert in dit land. Dat is en blijft het verschil tussen D66 en de andere partijen: zij denken dat de structuur goed is en de mensen slecht, wij geloven dat de mensen niet zo verschrikkelijk slecht zijn maar dat de structuren niet meer deugen. Waarbij je je natuurlijk kunt afvragen of de structuren misschien per definitie ondeugdelijk zijn.”

Omdat het structuren zijn.

“De politiek is natuurlijk voor ons allemaal ook een beetje de divan van de psychiater. Alle ongenoegen wordt er op afgereageerd. Als je zelf faalt, in je eigen leven, is het erg prettig als je dat kunt wijten aan een verkeerde maatschappelijke structuur. Ik heb weleens tegen mijn partij gezegd: God verhoede dat de politiek ineens gezond wordt. Aan wie moeten we dan de schuld voor ons tekortschieten gaan geven?”

Aan God?

“Dat is de makkelijkste verklaring.”