Laffe en doelloze opsomming van gruweldaden

Voorstelling: De tuin der folteringen naar een roman van Octave Mirbeau door Stichting Nobody's Business. Vertaling: J. Feitsma; bewerking, vormgeving en regie: Henri van Zanten; spelers: Hilde Wils, Hilt de Vos en Albert Blitz. Gezien 13/4 Toneelschuur, Haarlem. Te zien 28 en 29/4 De Brakke Grond, Amsterdam.

Met bloed doordrenkte bladzijden leveren vanzelf bloedstollend toneel op, moet bewerker en regisseur Henri van Zanten gedacht hebben tijdens lezing van de roman De tuin der folteringen uit 1899 van de Franse auteur Octave Mirbeau. Laat duizend keer het woord bloed horen, af en toe gevarieerd met mensenbloed, laat om de haverklap het woord foltering vallen en het publiek siddert van afgrijzen. Dat is een ontstellende misrekening. Recht evenredig met de opsomming van gruweldaden neemt de dodelijke verveling van de voorstelling toe. Het mag allemaal reuze decadent klinken, en in het programma bestaat de regisseur het zelfs om van enige vorm van actualiteit te spreken, maar om acteurs minuut na minuut te laten spreken over de schoonheid van de marteling en om diezelfde marteling als liefde voor te stellen ontaardt in een kinderachtige vertoning. Essentie van deze mislukking is in dramatisch opzicht eenvoudig vast te stellen, en het wekt verbijstering dat noch de regisseur noch de acteurs de genade van het inzicht deelachtig werden: als foltering een vorm van liefde is en liefde altijd tussen mensen gaat, waarom gebeurt er dan niks tussen de acteurs op de speelvloer? Waarom staan ze als dode ledepoppen? Denken ze dat ze ons iets te vertellen hebben als zij elkaar niks hebben te zeggen?

Alles in de regie is doelloos. Er is een man en die wordt vertolkt door een vrouw: Hilde Wils. Als ze spreekt, ijsbeert ze irritant. Vanzelf vraag je je af hoe vaak ze van links naar rechts en weer terug drentelt. Ze rookt heel onmannelijk een slome filtersigaret. Die bestonden nog niet aan het eind van de vorige eeuw. Haar monotone, lijzige stem waarmee ze eindeloze passages uit de roman reciteert gaat snel vervelen. Haar minnares is een vrouw, Hilt de Vos. Deze vrouw met een schallende, schreeuwende stem roept af en toe 'Zwijg!' Terecht, denk ik als toeschouwer. Maar Hilde Wils gaat verder met haar recitatief, waarmee ze de auteur belachelijk maakt. Al die grote woorden als dood, bloed, pijn klinken steeds gratuiter. Waarom leest ze niet het Guiness Book of Records voor op het lemma 'marteling'? Dat de roman zich in China afspeelt en dat dit land in het folteren de hoogste graad van beschaving heeft, is helemaal niet iets om zo dik over te doen. Aan het eind van de vorige eeuw wemelde het in de Franse literatuur en schilderkunst van de zogeheten chinoiserieën.

Het is hovaardij om een voorstelling als deze uit te brengen; ze is laf en zonder moed. Alles is tot het minimum beperkt: er wordt gewoon gesproken, de kleding is gewoon, aanvankelijk blijven de tl-buizen gewoon branden. Zijn we in China, wanen we ons in een Chinees restaurant met rode lampions. Is er sprake van een enkel dramatisch moment waarbij de emoties even oplaaien, dan falen de acteurs. Er ontstaat zinloos geschreeuw. Af en toe leek het einde in zicht, eenvoudigweg omdat de povere lijnen samen leken te komen. Maar vervolgens leek alles opnieuw te beginnen, even monotoon en kwellend-vervelend als in het begin. Arme romancier Mirbeau, dat zijn boek zo straffeloos te gronde wordt gericht. Van over het graf zou hij wraak moeten nemen.