Kok: geen misleiding Kamer over ABP-zaak

DEN HAAG, 16 APRIL. Minister Kok (financiën) heeft in januari 1992 “geen aanleiding” gezien de Tweede Kamer vertrouwelijk in te lichten over gesprekken die circa een jaar eerder met een topfunctionaris van het ambtenarenpensioenfonds ABP zijn gevoerd over een mogelijke overname door het ABP van het vastgoedfonds Rodamco, onderdeel van de Robeco Groep. Kok stelt dat dit niet op zijn weg lag, “gegeven de toen gestelde vragen”.

Dit heeft de minister van financiën geantwoord op schriftelijke vragen van het VVD-Kamerlid Van Rey. Gisteren meldde deze krant abusievelijk dat de vragen van Van Rey pas na de verkiezingen zouden worden beantwoord.

Kok bestrijdt in zijn antwoorden andermaal dat hem of zijn ministerie ooit een verzoek is gedaan in te stemmen met een overname door het ABP van Rodamco. Volgens Kok is er met de betrokken ABP-functionaris, toenmalig voorzitter J. Reijnen, slechts gesproken over een mogelijke verruiming van de destijds geldende beleggingsregels voor het ABP, die nodig waren voor het geval dat het ABP Rodamco wilde overnemen.

Dat wil niet zeggen dat hem ook daadwerkelijk is gevraagd in te stemmen met een overname, aldus Kok.

Later in 1992 kwam het wel tot een vorm van samenwerking tussen het ABP en Rodamco, waarbij het ambtenarenpensioenfonds circa 2,5 miljard gulden in het Robeco-fonds injecteerde voor beleggingen in onroerend goed.