Kiezersbedrog

Met verbijstering en plaatsvervangende schaamte heb ik het IRT-debat gevolgd.

Denken CDA- en PvdA-leiders werkelijk, dat door het aanblijven van de ministers Hirsch Ballin en Van Thijn, de verkiezingsuitslag gunstiger zal uitpakken, dan wanneer beide heren waren opgestapt? Dat is dan voor de kiezer ronduit een beledigende gedachte. Om te beginnen was er geen sprake van een debat. Hirsch Ballin weidde uit over alle grootse plannen, die hij voor de toekomst had: over verantwoordelijkheid geen woord. Van Thijn was zo 'moedig' zijn spijt te betuigen over het zetten van een handtekening onder een persbericht over de opheffing van het IRT. Moedig? Beide ministers wisten, dat de stoel waarop ze zitten “niet onder hen zou worden weggehaald”. Nog voor het 'debat' werd gehouden.

Opnieuw heb ik mij afgevraagd, wat de functie van het parlement is. Tweederde van het aantal Kamerleden (de regeringsfracties) zit steevast 'ja' te knikken en éénderde (de oppositie) mag 'boe' roepen. Zo is het meestal en zo was het ook nu. Democratie heet zoiets. Deze beschamende vertoning heeft mij echter wèl duidelijk gemaakt, op welke partijen ik zeker niet zal stemmen, straks.