Column

Kapper

Ik kapper nogal onregelmatig. Ik ga altijd in een opwelling. In een seconde vind ik dat het genoeg geweest is en stap onmiddellijk de eerste de beste kapperszaak binnen met het verzoek mij te knippen en wel zo dat je niet ziet dat ik naar de kapper ben geweest. Soms is dat bij mij om de hoek, maar meestal gebeurt het op toernee. Middelburg dus of Hengelo of Groningen of diep in Maastricht. Ik wens zo min mogelijk gewas, geföhn en gedoe aan mijn kalende koppie en word erg nerveus van de coiffeur met een espressomachine in zijn zaak. Ik wil gewoon geknipt en verder geen gefrunnik. Donderdag liep ik in Antwerpen en vond het weer welletjes. Niet ver van het station stapte ik een kleine, lege kapperszaak binnen en daar verklaarde de eigenaar met de armen over elkaar dat het stampend druk was en dat ik pas om half zeven aan de beurt was. Aan de overkant had ik meer kans.

Zacht mompelend stak ik over, liep de winkel binnen en stond oog in oog met een fascinerende knipnicht. De man had een coupe Kees Jansma, maar dan vrijwillig. Kaalgeschoren dus. En op deze biljartbal pronkte een Jacques d'Ancona-bril, maar dan wel een van zijn extravagante Paasmodellen. Ik wist al dat dit niet helemaal mijn zaak was, maar helaas hadden ze alle tijd. Ik werd mee naar achteren genomen en stond voor ik het wist in een belachelijk zwart schort dat strak om mijn nek gekneld werd. Ik werd met een uiterst gladde smile begeleid naar het shampoohoekje en hing al gauw met mijn hoofd in een koude, porseleinen wasbak. Toen gebeurde er enige tijd niks. Links van me zat een jongen van een jaar of 25 en zijn hoofd was verpakt in van dat doorzichtige huishoudfolie. Om hem heen draaiden allerlei enge lampen en ik begreep dat dit een turbo-droogkap was. Rechts van me werd een dame behandeld. Pluk voor pluk werd haar haar door een jonge mannelijke hinde gekwast en in aluminiumfolie verpakt. Ze leek al gauw op een moderne kerstboom uit de etalage van De Bijenkorf.

Ik moest en zou hier zo snel mogelijk weg, probeerde boven de knoeperharde housemuziek uit te denken, maar net toen ik op wilde staan kwam er door een gordijn een gladjakker in een hups matrozenpakje en in zijn hand hield hij de onvermijdelijke espresso. Ik werd in het sop gezet en gemasseerd door de matroos. Zowel mijn linker- als mijn rechteroorlelletje werd vakkundig onder zijn zachte handen genomen en ook mijn nek werd wulps gemasseerd en gesopt. Het zweet spoot met liters in mijn schoenen. Als ik opzij keek lachte de zo juist geverfde man naar me en via de spiegel zag ik allerlei types achter mij door een mysterieuze deur verdwijnen. Ik vermoedde dat daar iedereen met zijn schaamhaar in de krullers lag of antroposofisch werd gemanicuurd. Straks word ik verdoofd of bedwelmd en morgenochtend word ik daar omgebouwd wakker, fantaseerde ik angstig. De matroos bewerkte mij ondertussen op een manier alsof hij mij smeekte onze jarenlange relatie niet te beëindigen en het nog een keer met hem te proberen. Twee dames met een hoog Brasschaatgehalte kakelden over de nieuwe Paris Match, de mevrouw naast me ging nog steeds plukje voor plukje in het zilverpapier en bij mijn geschilderde kameraad liep een zwarte druppel in zijn nek, die mij erg aan het ontroerende slot van 'Dood in Venetië' deed denken.

Voor ik het goed en wel in de gaten had was de was-sessie voorbij en mocht ik in de knipperette plaatsnemen. De matroos, die ik Dave mocht noemen, deed me een rubber, erg design matje om mijn nek en danste vervolgens om me heen als een jeugdige Michelangelo, die elk moment een verrassingsbezoek van de paus kan verwachten. Tijdens mijn geknip en getondeus flitsten er allerlei krantekoppen voor mijn ogen. Servië, Rwanda, Somalië, Hebron en ik zat ondertussen in een soort gekkengalerij voor een ongetwijfeld gigantisch bedrag mijn haar in te leveren. Wat is er toch met ons allemaal gebeurd dat wij dit normaal zijn gaan vinden? Waarom komt er niet een debielenbusje met een paar stevige verplegers het zootje inrekenen en in een dwangbuis afvoeren? Het gehuppel heeft nog een half uur geduurd, ik heb me nog een tweede espresso door mijn keel laten gieten, Dave vertelde dat hij nog hele spannende dingen met mijn hoofd kon doen en dampend van de zenuwen stond ik even later buiten. Toen ik 's avonds aan iemand lacherig over mijn avonturen vertelde, bleef diegene bloedserieus, vroeg hoe de zaak heette en zei toen: “Ja, maar dat is ook een hele goeie”.

Ik heb toen maar twee scharen ingeslikt.