Jonge Socialisten: haat-liefde verhouding met de PvdA; 'Ik denk dat ik 't beter kan'

De Nederlandse parlementariër wordt door jonge mensen weinig status toegedicht. Liever wordt men account-manager of advocaat. Politieke jongerenorganisaties proberen interesse te wekken voor de politiek. In de aanloop naar 3 mei een serie over vijf van deze organisaties. Deel twee: de Jonge Socialisten.

Yvonne Jansen komt uit Bakel, een klein dorpje op de grens van Brabant en Limburg. Uit een typisch CDA-nest. “Mijn vader praat niet graag over de verkiezingen van 3 mei. Ik geloof dat-ie voor het eerst iets anders gaat stemmen, dus van z'n geloof afvalt. Maar hij noemt mij wel nog steeds een 'rooie'.” Politicologie-studente Yvonne (20) is voorzitter van de Jonge Socialisten, afdeling Leiden. “Op school was ik actief in de leerlingen- en medezeggenschapsraad. Toen ik voor Leiden koos, reageerden mijn vrienden verbaasd. Dat ik naar zó'n rechtse studentenstad ging, dat vond men ongelooflijk.” Een klein kamertje in een studentenhuis, een poster van 'Racism beat it' aan de muur en de 'Opzij' op de bank. Natuurlijk was ze er ook bij, toen de Haagse politie en 'stillen' op 8 mei vorig jaar de jongerendemonstratie uit elkaar sloegen. “De enige goede herinnering die ik eraan heb is dat alle betrokken jongerenorganisaties vrouwelijke voorzitters op het podium hadden staan. Geweldig vond ik dat.” Toen ze nog op school zat was ze er zeker van politica te worden. Maar het waren niet PvdA-vrouwen als Hedy d'Ancona, Elske ter Veld of Ien Dales die haar grote inspiratiebronnen waren. Yvonne: “Jan Pronk, dat is mijn grote voorbeeld. Hij straalt uit dat je als politicus kunt twijfelen, in verwarring kunt raken.”

Zelf twijfelt ze steeds meer over haar politieke toekomst. Op school was het “pure bluf, een beetje provoceren want politiek is niet populair.” Maar als jonge voorzitter heeft ze geleerd dat politiek onlosmakelijk verbonden is met compromissen en vervelende akkoorden. “Als ik het ga doen, dan ga ik wel voor de PvdA.”

Van alle politieke jongerenorganisaties is de band van de jonge socialisten met de moederpartij het sterkst. Financieel, maar ook ideologisch. Tijdens de perikelen rondom de WAO, minimumloon en studiefinanciering leefden de JS en PvdA weliswaar in onmin, maar het JS-hoofdbestuur zetelt nog steeds in het landelijk PvdA-pand aan de Amsterdamse Nicolaas Witsenkade. Een sterke band, maar wel een van haat en liefde. In 1901 richtte de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (de voorloper van de PvdA) haar eerste jeugdorganisatie 'De Zaaier' op. Als de moederpartij SDAP zich in 1909 opsplitst in de communistische SDP en de meer gematigde SDAP, wordt de neutrale houding van De Zaaier weinig gewaardeerd. De SDAP richt haar eigen Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) op, waarmee de invloed van de jongeren wordt geminimaliseerd. De AJC krijgt alleen een cultureel opvoedende taak en de activiteiten bestaan uit cursussen en een jaarlijks Pinksterkamp. De Tweede Wereldoorlog verandert het socialistische landschap, met de komst van de PvdA en haar jongerenorganisatie Nieuwe Koers. Pas in 1959 ontploft de jeugdbeweging. De jonge socialisten voelen zich te afhankelijk van de moeder-partij en verenigen zich in de Federatie Jongerengroepen (FJG). Het is Joop den Uyl die in 1973 aan alle verwarring een einde maakt en de 'kleine horzel FJG' in zijn armen sluit. Uit de school van Den Uyl staat de jeugdige voorzitter Felix Rottenberg op. Onder zijn leiding heet het voortaan 'Jonge Socialisten in de PvdA'.

In de Van Eck-kamer, waar overdag de Leidse PvdA-fractie zetelt, heeft JS-Leiden een thema-avond. Persvoorlichter van de landelijke JS, Marleen Damen, is er ook. De anderen bestoken haar meteen met vragen. “Heb je 'm recht in zijn ogen gekeken?” vraagt een meisje met opengesperde ogen. Marleen is twee dagen daarvoor in het Veronica-programma 'De keus van de jeugd' geweest. De studio-gast was CD-fractieleider Hans Janmaat. “Was-ie in het echt ook zo erg?” vraagt een ander. Marleen: “Hou op, brrr, de man is een verschrikking.” Marleen vindt dat je de CD-politicus niet kunt negeren: “Maar soms is het wel spijtig dat we in Nederland een democratie hebben.” De jonge socialisten kunnen er wel om lachen. Onder een foto van Joop den Uyl opent Yvonne Jansen de vergadering. Ze baalt dat de opkomst zo laag is. Het afdelingsblad 'Rode Salon' met daarin de aankondiging, is te laat verspreid. Daarna vertoont de gastspreker, een Greenpeace-medewerker, een video over de in verdrukking geraakte Innu-indianen in Canada. De film is langdradig en voorzitter Yvonne grijpt kordaat in. Tijd voor discussie. Een jonge socialist merkt op dat de houding van de Innu's erg dubbel is. “Ze zijn financieel afhankelijk van de Canadese overheid, maar tegelijkertijd willen ze toch over hun eigen grondgebied heersen?” Nog vóórdat de man van Greenpeace kan reageren, grapt Yvonne: “Wij zijn ook een beetje Innu's. We pretenderen onafhankelijkheid, maar we kunnen niet leven zonder de PvdA.”

“Het gevoel socialist te zijn is moeilijk uit te leggen: een diepgeworteld gevoel van alles met anderen samen doen. Wat dat betreft is moederpartij PvdA lang niet altijd socialistisch”, zegt Alexander Auerbach, een 19-jarige student Personeel en Arbeid aan de Hogeschool. Alexander is bestuurslid van de afdeling Amsterdam, één van de 26 JS-afdelingen. In totaal telt de jongerenorganisatie 1000 actieve leden en 2800 - niet betalende - steunleden.

“Als ik politicus was zou ik ook bezuinigen. Op recepties en borreltjes van het ministerie van Onderwijs. Bij het afscheid van staatssecretaris Wallage vloeide de champagne rijkelijk en ging de kaviaar rond!” Achter zijn brilglazen gaat een verontwaardigde, gepijnigde blik schuil. Het maakt hem vijf jaar ouder. Hij denkt lang na over een antwoord: nee, een 'wild enthousiast' jong politicus is hij niet. Meer gedreven, serieus, iemand met een missie. “Destijds met de plannen om te bezuinigen op WAO heeft de JS de contacten met de PvdA verbroken. Ik had daar, toen ik lid werd, wel veel moeite mee. Later hoorde ik dat het een strategische zet was. Een dreigement. Want de PvdA wil ons niet kwijt.”

Desinteresse in de politiek onder jongeren is volgens Alexander een signaal, maar er moet niet te zwaar aan worden getild. “Onder de vijfentwintig zijn mensen gewoon erg veel met zichzelf bezig.” Zelf beschouwt hij een carrière in de landelijke politiek als een serieuze optie. Tijdens de verkiezingscampagne voor de gemeenteraden stelde hij al voor met Kok en Wallage samen de straat op te gaan, maar het plan stuitte op kritiek van JS-afdeling Amsterdam. Alexander: “Ik denk gewoon dat ik het beter kan. Natuurlijk is het risicovol, want de kans dat je als politicus een impopulaire beslissing moet nemen en vervolgens verguisd wordt is groot. Maar angst om een Haagse 'grijze muis' te worden heb ik niet. Ik zal mezelf voortdurend de vraag stellen waarom ik gekozen ben en wat mijn idealen en uitgangspunten zijn. Relativeren en niet verzanden in procedurele verwikkelingen.” De hang naar macht speelt bij Alexander niet zo, “maar”, geeft hij eerlijk toe, “het lijkt me wel erg leuk om fractievoorzitter te zijn.”

    • Tijn Sadée