Handhaaf de boerenstand

Op prachtige wijze beschrijft Geert Mak de boeldag waarmee een eind kwam aan de boerderij van de familie Verwey in Snelrewaard bij Oudewater (NRC Handelsblad, 12 april).

Elk jaar gaan er in ons land op die manier drieduizend van de nog ongeveer 110.000 agrarische bedrijven ten onder. In de Europese Unie zijn het er meer dan driehonderdduizend per jaar, ten minste zeshonderdduizend arbeidsplaatsen. De ondergang van een oud familiebedrijf reflecteert dus het verdwijnen van een levend platteland als geheel.

Terwijl de stad, de moderne metropool, uit haar voegen barst, wordt het platteland stelselmatig door economische krachten leeggezogen. Dit is een mondiaal proces, het ergst in de Derde wereld. Hiermee is een beschavingscrisis, om niet te zeggen overlevingscrisis gemoeid. Wie het platteland afbreekt, breekt dat deel van de natuur af waarvan alle voedselvoorziening afhankelijk is.

De industrielanden menen dat op te lossen met een tweedeling: van landbouwgrond natuur maken en voedselproduktie concentreren op een agrarische industrieterreinen, een soort reservaten midden in de natuur, met landbouw, veeteelt en tuinbouw op beton en op roosters, in kooien en in batterijen, onder glas en op steenwol.

Er zijn alternatieven. Betaal boeren en tuinders een paar stuivers meer, voor een pond graan in een brood, voor een liter melk, een bal gehakt, een bundel prei. Compenseer dat in de lage inkomens en uitkeringen van de consumenten. Bij zulke prijzen die 'iets meer mogen', kun je dan afspraken maken met boeren en tuinders over het ophouden met gif en het beperken van mest door minder dieren en een einde aan de overproduktie.

Zo kan het platteland in leven blijven, er kan werk bijkomen, voedsel zal veiliger worden en weer meer gespreid, door alle volken voor eigen behoeften en markten, worden geproduceerd.

Voor zo'n blijvende land- en tuinbouw is eerder meer dan minder grond nodig. Maar die zal door boerenfamilies het duurzaamst en goedkoopst worden onderhouden. Nederland kan letterlijk werk maken van zo'n extensieve land- en tuinbouw en daarmee ook voortrekker zijn in Europese Unie en Wereldhandelsoverleg.

    • H.A. Verbeek