FOTO'S

Bram Wisman: Argusogen, een documentaire over de persfotografie in Nederland

236 blz., geïll., Voetnoot 1994, ƒ 39,50

De eerste krantefoto was een foto van een brand. Een onscherpe, sterk geretoucheerde opname van het vuur dat de Amsterdamse stadsschouwburg in de as legde. Deze fotohistorische mijlpaal werd bereikt op 24 februari 1890, vier dagen na de brand en meer dan een halve eeuw na de uitvinding van de fotografie. Niettemin pronkte de Amsterdamsche Courant met haar 'photographische opneming': “Onze fotograaf talmde niet, en reeds een paar uur na het uitbarsten van de vlammen en het optreden van de brandweer was hij op het Leidscheplein”. Voor alle duidelijkheid expliceert de krant waarom de schouwburg op de foto nauwelijks zichtbaar is: “de neerslaande rook is mede in het beeld opgenomen”.

Niet alleen technische problemen verklaren de trage ontwikkeling van de persfotografie, beweert oud-fotojournalist Bram Wisman in Argusogen, een documentaire over de persfotografie in Nederland. Schrijvende journalisten namen aanvankelijk stelling tegen de nieuwe vorm van krante-illustratie. Foto's waren voor de ongeletterden. Een zichzelf respecterend dagblad gebruikte zo min mogelijk plaatjes.

Omdat de media zo spaarzaam foto's publiceerden en het vak van persfotograaf weinig aanzien genoot, duurde het lang voordat de eerste persbureaus zich aandienden. Als kranten een foto nodig hadden dan bestelden ze die bij een atelierfotograaf of een handelaar. Na wat gepionier van kleine bedrijfjes ontstonden in de jaren twintig twee bureaus die samen grotendeels verantwoordelijk waren voor de fototoevoer naar kranten en weekbladen: Polygoon en de Vereenigde Fotobureaux. Maar met de entree van de legendarische Sem Presser begint de geschiedenis van de Nederlandse persfotografie pas echt. Met geleend geld richtte Presser in 1937 op een zolderkamer het Algemeen Nederlandsch Foto Persbureau op. Over een eigen telefoon beschikte de eenmanszaak niet. Potentiële klanten moesten bellen met de dierenhandel op de begane grond. Als de jeugdige fotograaf aan de telefoon werd geroepen, hoorden de bellers een kakofonie aan dierengeluiden.

Tijdens de bezettingsjaren conformeerden veel fotografen zich aan de eisen van de bezetter. Anderen trokken zich terug uit de persfotografie of doken zoals Presser onder. Na de capitulatie volgden de perszuiveringen. Van de 44 voor verhoor opgeroepen fotografen kregen er 26 een straf opgelegd. Eén fotograaf werd zelfs voor het leven uitgesloten.

Na de oorlog kwamen er nieuwe bureaus als Anefo en ANP-foto. Van de vele kleine fotobureaus die in het gehele land werden opgericht zijn de meeste alweer verdwenen. De laatste tien jaar veranderde de fotojournalistiek enorm. De persfotograaf van nu is een volwaardig collega geworden. Een collega met aanzien die mede het beeld van de krant mag bepalen, aldus Wisman.

In Argusogen is veel feitenkennis bijeengebracht. Het wel en wee van tientallen fotopersbureaus, de rol van de Rijksvoorlichtingsdienst, het ontstaan en de geschiedenis van de verschillende belangenorganisaties voor fotojournalisten, de Zilveren Camera en World Press Photo, ontwikkelingen op auteursrechtelijk terrein, prijzenbeleid - het komt allemaal minutieus aan bod. Een namenregister met ruim vierhonderd namen, sommige met tientallen verwijzingen, maken Argusogen tot een waardevol naslagwerk. Maar de feitenstroom leidt ook tot enigszins vermoeiende lectuur. Zicht op wat al die feiten impliceren biedt de auteur niet altijd. En interessante visies op de meest markante en invloedrijke personen uit de Nederlandse persfotografie ontbreken. Over Erich Salomon beweert de auteur bijvoorbeeld terecht, dat hij sterk zijn stempel drukte op de persfotografie in Nederland. Maar bij die blote constatering blijft het. De tientallen anekdotes over het fotograferen van leden van het koninklijk huis kunnen zulke tekortkomingen niet goedmaken.

    • Arjen Ribbens