Ferry Mingelen wil brutaal beleefd politici blijven volgen

Ferry Mingelen (Den Haag, 1947), krap tien jaar eindredacteur en presentator van Den Haag Vandaag:

“Voor zo'n klein politiek programmaatje, dat tamelijk eenvoudig en snel gemaakt moet worden, hebben we gemiddeld zes, zeven honderdduizend kijkers. Dat vind ik heel goed voor een programma waarin toch vaak grijze muizen te zien zijn.

Als programma van de zogeheten gezamenlijkheid geniet je een onafhankelijke positie. Wij dienen iedereen en niemand. Wat dat betreft heb je minder gezeur aan je hoofd. Je hebt gezien dat een programma als Reporter te maken heeft met een gekleurd bestuur en met een voorzitter die zegt dat hij erg het CDA is toegedaan. Bij de NOS kun je journalistiek je gang gaan, zolang je een zo onpartijdig mogelijke politieke rubriek maakt of in elk geval probeert te maken. In tien jaar tijd heb ik nog nooit via mijn directie enige inhoudelijke aanwijzing of verzoek gehad. Eén keer heeft Van Westerloo gebeld, achteraf, over een interview dat hij te hard vond.

Ook ik vond het zonde dat we om kwart voor zeven moesten ophouden met het IRT-debat. Maar de omroepen in kwestie vonden hun eigen programma's belangrijker. Zo eenvoudig ligt dat. Ik heb allang verleerd om me daar erg over op te winden. Politiek is leuk, maar omroeppolitiek is een verschrikking, vooral als je daarvan het lijdend voorwerp bent.

Intern zeg ik altijd: integrale live-uitzendingen van debatten zijn voor ons heel gunstig, want dan kan men zien wat wij er gewoonlijk van bakken in de samenvattingen. Het is natuurlijk vaak bar en boos. Je ziet het iedere dinsdag in het Vragenuurtje. Ook Kamervoorzitter Deetman begrijpt niet waarom fracties dat uurtje niet gebruiken. Dat heeft te maken met de cultuur hier, de cultuur van: wij zijn redelijke beslissers, geen populisten. Leuke vragen worden soms speciaal nìet op dinsdag gesteld omdat men de indruk wil vermijden dat men misbruik maakt van het feit dat het live wordt uitgezonden.

De bleke redelijkheid wint het van de emoties en van de betrokkenheid. De meeste Kamerleden zijn heel nette, hard werkende mensen die redelijk verstand hebben van het terrein dat ze beheren. Ze stellen zich op als een soort mede-bestuurders, niet als volksvertegenwoordigers die iets uit te leggen hebben aan hun kiezers. Dat hebben ze ook nooit hoeven te doen. Ze zijn op de jaspanden van hun lijsttrekker in de Kamer gekomen. Het is een interessant idee geweest om een deel van de Kamer via een soort districtenstelsel te laten kiezen. Dan had je mensen gekregen die hebben moeten bikkelen om gekozen te worden. Ik zeg niet dat je hier allemaal standwerkers moet hebben, maar een paar meer dan nu zou niet gek zijn. Voor de vuist weg een kwart tot een derde van de Kamerleden is niet in staat om in de Kamer duidelijk te maken wat ze vinden, laat staan voor een camera.

Er wordt van mij niet verwacht dat ik zeg dat de aanleg van de Betuwelijn schandelijk is wegens het milieu of juist uitstekend wegens het goederenvervoer. Maar als ik desondanks iets vind, dan laat ik dat met een zekere ironie blijken. Dat is mijn karakter. Die toon zou ten onrechte de indruk kunnen wekken dat ik de politiek eigenlijk maar een zooitje vind. Ik denk niet minzaam over het belang van dit parlement, maar de wijze van besluitvorming vráágt om een wat luchthartige begeleiding. Ik vind dat ik het recht heb om vanuit mijn positie kanttekeningen te plaatsen bij het proces van besluitvorming. Dat is heel wat anders dan inhoudelijk stelling nemen.

Afgelopen dinsdag hadden we voor de eerste keer een lang verslag van een Kamerdiscussie met Janmaat over asielzoekers. Het was heel goed van Wolffensperger en Leerling om met hem in debat te gaan, want het is niet makkelijk om het gelijk van de bittertafel te bestrijden. Dan kan ik signaleren dat de PvdA op zo'n moment blijft zitten en dat zij in dergelijke discussies heel vaak blijven zitten. En als minister d'Ancona dan begint te zeuren dat Janmaat de Rode Vrouwen misschien beledigt, dan is dat toch een beetje alsof iemand wordt overreden en je gaat kijken of er een kras op je auto zit. Dat laat ik dan blijken, daar ben ik soms wel persoonlijk in.

Je staat hier in Den Haag iedere dag tot aan je heupen in de branding en overal spoelt het nieuws om je heen. Je moet redelijk snel beslissen met welke golf je mee wilt gaan. Televisie is een prachtig medium maar het is vrij log. Je moet camera's, mensen regelen en dan beweert een Leidse hoogleraar dat wij te weinig toekomen aan de onderliggende structuren. Dat klopt. Daar heb je andere media voor, om daar lange stukken over te schrijven.

Actualiteitenrubrieken, die één keer per week uitzenden, willen graag scoren. Een politicus moet daarvoor vaak speciaal naar Hilversum komen. Dat doet hij alleen maar als hij daar beter van wordt. Dat betekent dat zo'n rubriek vaak een beetje moet wheelen en dealen met die politici. Ik herinner je aan de uitzending van Brandpunt - overigens de enige actualiteitenrubriek die, naast NOVA en Den Haag Vandaag, op het politieke vlak z'n mannetje staat - waarin Bolkestein zonder veel kritische tegenwerpingen zijn zes-puntenplan mocht uitleggen. Daar scoren ze mee, dan staan ze de volgende dag in de krant. (Wat dat betreft zijn de kranten wel eens wat lui aan het worden, zeg ik maar even tussendoor). Als dagelijkse rubriek zijn wij veel minder afhankelijk van de medewerking van politici. Ook als zij niet willen, staan wij om de hoek, zijn wij lastig aanwezig.

Ik hou afstand van politici. Ik kom niet op hun feestjes, ik lunch niet met ze. Zo'n PvdA-partijvoorzitter Rottenberg, aardige man, probeert je natuurlijk te beïnvloeden en nodigt mij en de redactie keer op keer uit om toch vooral eens met z'n allen te gaan lunchen om de dingen eens te bespreken. Het kost moeite om daar op beleefde wijze onderuit te blijven komen, maar het gebeurt niet. Ik vind dat ik met hem niks aan de lunch te bespreken heb. Ik heb nog nooit met Lubbers geluncht, nooit met Brinkman, nooit met Kok. Dat is de enige manier, als je hier lang zit, om brutaal beleefd die mensen te kunnen blijven volgen. Ik vind dat dat eigenlijk voor alle journalisten zou moeten gelden.''

    • Alex de Ronde