FATA MORGANA EUROPA

Deze week werd de Europese Raadsvoorzitter Griekenland vanwege de eenzijdige boycot van Macedonië voor de Europese rechter gedaagd. Nota bene door de Europese Commissie. Voor Europa geldt echter: waar crisis is, is hoop. Een kort essay over het nut van de Europese illusie.

Europa is iets ongrijpbaars, en moet dat ook zijn. Neem de EG (nu EU), die zich van crisis naar crisis beweegt. De Europese landen zouden in Joegoslavië laten zien dat er met het nieuwe Europa niet te spotten valt. Inmiddels is ons het lachen vergaan. Het Verenigd Europa dat in Maastricht werd beloofd is als een zeepbel uit elkaar gespat - zonder dat iemand daarvoor verantwoordelijk schijnt te zijn.

Men zou denken dat de bedenkers van 'Maastricht', waarvan nu algemeen wordt gezegd dat het een stap te ver is gegaan, voor hun taxatiefouten moeten boeten. Maar niets daarvan. Kohl en Mitterrand zitten er nog steeds, terwijl in Lubbers de ideale opvolger wordt gezien van de huidige commissievoorzitter Jacques Delors. Het verdrag is zelfs door alle lidstaten geratificeerd, dus op papier is Europa in orde.

Alleen bij de Britten rollen er koppen. Margaret Thatcher, die achteraf gezien met haar felle aanvallen op Europa het gelijk aan haar kant had, werd al een jaar vóór 'Maastricht' door haar eigen partij opzij gezet. Haar opvolger John Major, die zichzelf in Maastricht tot winnaar uitriep omdat hij op vitale onderdelen uitzonderingen wist te bedingen, dreigt eind dit jaar hetzelfde lot te ondergaan. Europa mag dan een papieren tijger zijn, maar maakt wel slachtoffers - buiten de eigen kring.

Een fundamenteel debat lijkt de enige manier om weer greep te krijgen op Europa en de huidige impasse in de EU te doorbreken. Kan Europa zich verdiepen en tegelijk verbreden? Moet er een federaal Europa komen of niet? Wie komen er in aanmerking om lid te worden? Maar wie dergelijke vragen stelt, vraagt om moeilijkheden.

Voor politici op het Europese vasteland heeft het weinig zin over fundamentele zaken te debatteren, omdat de gang van zaken in Europa niet door hen wordt bepaald, maar door de dynamiek van het Europese integratieproces zelf. Zij zeiden 'ja' tegen Europa, en werden vervolgens meegesleept. Het zijn de Europese staatslieden geweest die 'Maastricht' hebben gefabriceerd, maar de krachten die daarmee werden ontketend hebben zij niet onder controle. Dat is niet vreemd, want het idee dat politici 'aan de opbouw van Europa werken' veronderstelt dat zij de geschiedenis naar hun hand kunnen zetten. En dat kan zelfs God niet.

Voorstanders van 'Maastricht' beweren dat met dit verdrag de basis is gelegd voor fundamentele veranderingen in de EU. Dat zal best, zeker in het geval van een Economische en monetaire unie (EMU), maar wat er gaat gebeuren als die werkelijk wordt ingevoerd kan niemand voorzien. 'Maastricht' biedt uitdrukkelijk ruimte voor een groepje kernstaten dat bij de invoering van een EMU voorop gaat, maar welke landen tot de kopgroep zullen behoren, kan men slechts vermoeden. Over de splijtende effecten die zo'n kopgroep teweeg kan brengen denkt men liever niet na.

EMU-deelnemers moeten aan strenge economische en financiële criteria voldoen, waardoor het nu al vaststaat dat EG-lidstaten zullen afhaken. Het argument dat die later, als zij hun economie op orde hebben, kunnen aanhaken is misleidend. Als zo'n EMU een succes wordt (hetgeen toch de bedoeling is) vergroot dat immers de kloof tussen de kernstaten en de rest. Bovendien wordt het voor nieuwkomers, zoals de voormalige Oostblokstaten, die de EU nu juist een perspectief moet bieden, véél moeilijker om nog toe te treden.

Via de omweg van de EMU, waarin economisch klinkende argumenten politieke tegenstellingen moeten maskeren, wordt een grote groep Europese landen naar de periferie verwezen. Zo'n 'Europa van de concentrische cirkels' (Jacques Delors) leidt tot een Europa waarin een klein aantal landen 'Europeser' is dan andere. Dat uitverkoren groepje dicteert vervolgens de voorwaarden waarop de rest al dan niet mag meedoen. Het spreekt vanzelf dat de landen die buiten de kern dreigen te vallen van alles zullen doen om te voorkomen dat het zover komt, terwijl het voor de kernstaten zelf allerminst een uitgemaakte zaak is dat zij alleen met elkaar verder moeten.

Er zijn makkelijk argumenten te verzinnen waarom de EMU op problemen stuit. De houding van de Duitse Bundesbank, die volgens de Duitse grondwet de D-mark niet zomaar mag opgeven, stemt het meest tot nadenken. Het valt niet in te zien waarom er met goed geld (de D-mark) moet worden geëxperimenteerd als er geen acute crisis is die zo'n noodsprong nodig maakt. Maar belangrijker is dat 'Maastricht' enorme spanningen oproept.

Het is een publiek geheim dat de EMU is opgezet om de Duitsers onder Europese (lees: Franse) controle te houden en te voorkomen dat het verenigde Duitsland zijn vleugels naar het oosten uitslaat. De EMU is eerder een politiek dan een economisch projekt. De EMU moet wat de Fransen betreft voldongen feiten scheppen zonder een fundamenteel (dus kritisch) debat over de toekomst van Europa te hoeven voeren. (Voor zover er in Frankrijk een kritisch debat over 'Maastricht' is gevoerd, ging dat niet over Europa, maar over de positie van Frankrijk zelf).

Het is zonneklaar dat de Europese staatslieden, en zeker de bedenkers van 'Maastricht', er verborgen agenda's op nahouden. Dat moeten ze wel, want Europa is in de eerste plaats een forum waar coalities worden gesmeed en keihard over nationale belangen wordt onderhandeld. Niemand kan het zich daar permitteren zijn kaarten open op tafel te leggen. Vandaar dat het onmogelijk is dat hoofdrolspelers zelf een fundamenteel debat voeren over de toekomst van Europa. Zij zijn tot 'ruis' verplicht, en naarmate Europa meer voor het voetlicht treedt zal dat meer gaan opvallen (en irriteren).

Margaret Thatcher was een uitzondering. Zij wierp voortdurend principiële vragen op en streed met open vizier. Dat maakte haar kwetsbaar, en plaatste de Britten buiten de kern van Europa. Toen John Major zei dat Groot-Brittannië weer 'tot het hart van Europa' zou gaan behoren, bedoelde hij dat die kern moest worden gespleten. Toen hij zei dat Europa zich eerder moest verbreden dan verdiepen, was hij natuurlijk op verwatering uit.

Hoe groot de spraakverwarring was bleek bij de uitbreiding van de EU met Oostenrijk, Zweden, Finland en Noorwegen, toen de kwestie van blokkerende minderheden (kan een besluit van EU-ministers met 23 of 27 stemmen worden tegengehouden) door de Britten (en de Spanjaarden) werd opgeblazen tot een zaak van principieel gewicht.

Daarmee zette Major de door hemzelf gewenste verbreding op het spel. Of een besluit met 23 dan wel 27 stemmen wordt geblokkeerd, is geen principieel maar een gradueel verschil. In beide gevallen blijft Europa een 'mix' van supranationale elementen (waarbij een lidstaat kan worden overstemd) en intergouvernementele elementen (waarbij een lidstaat een vetorecht kan uitoefenen). Het is juist die 'mix', de spanning over wat op Europees en wat op nationaal niveau moet worden besloten, die garant zal blijven staan voor eindeloos gehakketak.

Die spanning is onoplosbaar. De fundamenten van Europa zijn immers de nationale staten zelf, tussen wie 'Brussel' in het beste geval een bemiddelende (of coördinerende) rol kan vervullen. Dat betekent dat een Europa op zuiver federale grondslag, waarbij de lidstaten zich vrijwillig ondergeschikt maken aan een groter geheel, er nooit kan komen. Wie een fundamenteel debat over Europa wil voeren, moet dat als een gegeven accepteren.

Als het 'ideale Europa' (een federatie) onhaalbaar is, dan is de richtingenstrijd in het voordeel van de Eurosceptici beslist. Dat betekent overigens allerminst dat het Europese ideaal moet worden losgelaten. Nu de stofwolken rond 'Maastricht' zijn opgetrokken en de Europese Unie de contouren van een luchtkasteel heeft aangenomen, is het zelfs de hoogste tijd om de Europese gedachte nieuw leven in te blazen.

De Europese gedachte moet letterlijk worden opgevat. Europa is een idee, niet meer en niet minder, en moet als een idee worden gekoesterd. Europa is een belofte, een toekomstbeeld waarmee het zéér gewelddadige en zéér reële Europese verleden eigenlijk moet worden uitgewist. Maar natuurlijk is dat een illusie. Europa zit zo vol geschiedenis, dat het nooit over zijn schaduw kan heenspringen. Het is intussen al wel bijna vijftig jaar vrede, en als de mensen denken dat dat door 'Europa' (i.e. de Europese gedachte) komt, dan is dat mooi zat.

Elke dag dat die Europese illusie in stand wordt gehouden, is meegenomen. Wat de bedenkers van 'Maastricht' kan worden kwalijk genomen, is dat zij tegen de Europese gedachte hebben gezondigd. Helmut Kohl, François Mitterrand en Ruud Lubbers, als politieke overlevers toch illusionisten van formaat, hebben echt geloofd dat zij de Europese idee konden verwezenlijken. Daarmee brachten zij schade toe aan het wezen van het Europese ideaal. Want een ideaal dat verwezenlijkt wordt, is niet langer een ideaal maar harde werkelijkheid.

Wat men Kohl, Mitterrand en Lubbers moet verwijten is niet dat zij te vaag zijn geweest, of met 'Maastricht' een compromis in elkaar hebben gezet dat het onverzoenbare wil verzoenen. Zij zijn juist 'te concreet' geweest. Zij lieten zich bij de afspraken voor een EMU, het kernstuk van 'Maastricht' dat nog voor 2000 verwezenlijkt moet zijn, tot een nauwkeurig vastgelegd tijdschema verleiden. Daarmee namen zij niet alleen het risico dat die doelstelling wordt gemist (hetgeen de Europese illusie verstoort), maar haalden zij ook het perspectief op de Europese eenwording (iets voor de verre toekomst) gevaarlijk dichtbij.

Toch is niet alles verloren. Het zou veel ernstiger zijn geweest als men later had ontdekt dat met de EMU en alles wat daarmee samenhangt een enorme gok is genomen. Nu 'Maastricht' door alle lidstaten is geratificeerd, kan men 'Maastricht' zonder veel gezichtsverlies vergeten en nieuwe plannen gaan bedenken.

Dat kan men veilig doen, want met de terugslag van de afgelopen twee jaar is het perspectief op de Europese eenwording weer achter de horizon geschoven. Zo blijft Europa 'in beweging', terwijl de Europese staten blijven bestaan. Het wachten is alleen op Europese staatslieden die zich niet door hun eigen staatsmanskunst laten beetnemen. Het 'nieuwe' Europa heeft behoefte aan illusionisten met nog meer goochelkwaliteiten dan Kohl, Mitterrand en Lubbers.

    • Dirk-Jan van Baar