DE ZAAK ELCO B.; De onttakeling van een lijsttrekker

Deze week zei CDA-lijstaanvoerder Brinkman voor het eerst zelf dat hij minister-president wil worden. Tegelijk werd duidelijk dat de kans daarop nagenoeg verkeken is. Gaan de christen-democraten zich ontdoen van een onmogelijk geworden kroonprins?

Op campagne met Brinkman; een charme-offensief tegen heug en meug.

Op een winderig plein in Heerlen verzamelen belangstellenden zich om de CDA-campagnebus. Ze zijn aangelokt door een schare CDA-notabelen die staan opgesteld om partijleider Brinkman op passende wijze te onthalen. Maar de lijsttrekker is er niet. “Waar is nou die Brinkman met zijn ijzeren ogen?” vraagt een man met een hondje. 'Elco B.' overlegt op dat moment met zijn adviseurs over zijn in opspraak geraakte commissariaat bij Arscop, een 'geldzak-BV' die het kapitaal beheert voor enige achterneven van de lijsttrekker. Hij heeft er, afgelopen woensdag na een lunch met de nieuwe bisschop van Roermond, Wiertz, zijn campagne voor onderbroken.

De top van de multi-national DSM, die woensdagmiddag rekent op de komst van Brinkman wordt daardoor getrakteerd op Kamerlid René van der Linden. De directie reageert bedekt gegriefd. President-directeur ir. S. de Bree meent te weten dat ook de lunch met de bisschop niet is doorgegaan. “Gelukkig maar, anders zouden we ons toch gediscrimineerd voelen.” Later blijkt dat Brinkman wel degelijk bij Wiertz is geweest.

De mensen op het plein in Heerlen wachten geduldig tot Brinkman na drie kwartier opduikt in zijn Mercedes. De meesten van hen blijken een ongeschokt vertrouwen te hebben in de CDA-voorman. “Ach, er wordt zoveel geroddeld,” zegt een oudere dame met gouden brilmontuur. Zij vond Brinkman al een “goeie vent” toen hij nog minister van WVC was, en dat is altijd zo gebleven.

Gist

Brinkman voert dezer dagen oorlog op drie fronten. Hij moet kiezers terugwinnen, hij moet de schade van de Arscop-zaak binnen de perken houden, en, misschien het belangrijkste, hij moet de groeiende onrust in eigen gelederen onderdrukken. Want naar buiten mag de partij dan ongeschonden eenheid uitstralen en openlijk steun betuigen aan Brinkman, dat is meer afspraak dan overtuiging. Intern is de nieuwe voorman door een aanzienlijk deel van het partijkader opgegeven. Een vooraanstaand CDA-bestuurder zegt: “Haalt Brinkman achter in de dertig zetels en beperkt hij de schade enigszins, dan zal toch gezocht worden naar een andere premier.” Diezelfde zegslieden erkennen echter dat er op het moment geen echt alternatief is voor de lijsttrekker. Maar onder de oppervlakte gonst en gist het. Moet er naar een 'tussenpaus' gezocht worden? Moet Lubbers dan toch maar blijven, of is er (eindelijk) een rol voor Rabo-bankier Wijffels of oud-Europees commissaris Andriessen?

Het zijn vooral zuidelijke katholieken die hun minachting over de naïveteit van hun nieuwe leider inzake de kwestie-Arscop niet onder stoelen of banken steken. Zelfs de geheide 'Brinkmanniaan' H. Hillen, Tweede Kamerlid, zegt deze week tegenover HP/de Tijd: “Ik ga niet speculeren over vervanging van de lijstrekker, maar als puntje bij paaltje komt .. iedereen is vervangbaar. Ook Brinkman.”

Het lot van de lijsttrekker hangt aan een zijden draad. Paradoxaal genoeg werkt de zwakte van de huidige partijstructuur in zijn voordeel. Het waren krachtige partijvoorzitters als F. van der Stee (KVP) en J. Kamminga (VVD) die respectievelijk KVP-leider P. de Jong (1967) en VVD-voorman E. Nijpels (1986) de wacht durfden aan te zeggen. Op dit moment kent het CDA slechts een tussenpaus: waarnemend partijvoorzitter T. Lodders. Desalniettemin wordt er vergaderd. Vorige week bijvoorbeeld is de partij-top bijeen geweest om na te denken over de toestand na drie mei. En over de toekomst van Brinkman. Wordt het een voortgezet fractievoorzitterschap, een 'ministerschap in de luwte' zoals oud-VVD-leider E. Nijpels overkwam, of toch een burgemeesterschap?

Uiterlijk laat de lijstaanvoerder-op-tournee van alle spanning weinig blijken. Alleen bij de officiële start van de campagne, woensdagavond in Kerkrade, schiet Brinkmans gemoed vol. Dat gebeurt wanneer hij zijn dankbaarheid betuigt voor de “honderden, honderden, honderden” blijken van vertrouwen die hij ontvangen heeft in reactie op de Reporter-documentaire van vorige week vrijdag. Daarin werd bekend gemaakt dat Brinkman zakelijke banden heeft met een familie-lid van twijfelachtige reputatie.

Overal waar hij komt maakt hij ongedwongen praatjes en grapjes met kinderen, bejaarden en bestuurders. Het triomfantelijke beeld van Brinkman als geheide winnaar is bijgesteld na de desastreuze publiciteit over de AOW-kwestie waardoor de aanhang fors slonk. De partij leed een vernietigende nederlaag met de gemeenteraadsverkiezingen in maart. En blijkens recente opinie-peilingen gaat de vrije val nog steeds door. Het is zeer de vraag geworden of het CDA nog wel als grootste partij uit de bus zal komen bij de Tweede Kamerverkiezingen op 3 mei. Een van de grieven van de weglopende kiezers, maar ook van partij-prominenten als oud-minister De Gaay Fortman, is dat de partij zijn 'sociale gezicht' verloren heeft.

Het imago van Elco-de-daadkrachtige, die het kabinet vanuit allerlei uithoeken in het land het kabinet voor de laatste keer waarschuwt dat het “speelkwartier voorbij” is, moest worden herzien. De fractie gaf haar voorzitter na de gemeenteraadsverkiezingen te verstaan dat hij “meer warmte” moet uitstralen en “minder rekenmeesterig” moet optreden.

Charme

De Brinkman-tournee die afgelopen maandag begon heeft dan ook het meest weg van een charme-offensief. De bedoeling lijkt dat de lijsttrekker in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk persoonlijke ontmoetingen heeft met zoveel mogelijk burgers. En dat daaraan zo ruim mogelijke bekendheid wordt gegeven. Naar Amerikaans voorbeeld rijden persvertegenwoordigers mee in de touringcar, die voorzien is van bar, toilet, televisie, telefoon en telefax. Van de vroege ochtend tot laat in de avond is Brinkman in de weer met bejaarden, gehandicapte kinderen, crèche-baby's, marechaussees, veiling-medewerkers, scholieren, en ondernemers. Hier plant hij een boom, daar tapt hij een pilsje. Het moordend tempo zorgde er afgelopen woensdag, al na drie dagen, voor dat Brinkman zich aan het eind van de middag hondsmoe in de bus terugtrok om te slapen. De avond tevoren was hij, laat terug in zijn hotel, ook al tot diep in de nacht uit zijn slaap gehouden door een hoogoplopende echtelijke ruzie in een belendende kamer.

Het charme-offensief, dat vandaag in Friesland met onder meer echtgenote Janneke Salentijn wordt voortgezet, schijnt te werken. Een Limburgs paar schiet op hem toe om hem de hand te drukken. Met vertederde blik zien ze toe hoe de partijleider zich met een groep schoolkinderen uit de voeten maakt. Een Heerlense verslaafde die hem in de buurt van het lokale opvangscentrum om een handtekening vraagt, is verrukt: “Dat vind ik heel lief, minister Brinkman. Je bent in het echt heel anders dan op televisie.” De junk en de lijsttrekker nemen afscheid met vriendschappelijke porren over en weer.

Deze aanpak heeft echter ook een keerzijde. Een oud-medewerker van Brinkman noteert met grote bezorgdheid dat het beeld van daadkracht en duidelijkheid waarmee de lijsttrekker zich als kroonprins afzette tegen het kabinetsbeleid, geheel in warmte en tranen is gesmoord. “Het lijkt wel alsof Brinkman nu het kabinetsbeleid aan het verdedigen is waar hij zich als kroonprins bij tijd en wijle tegen heeft afgezet. Dat beleid is echter niet populair.” Hij signaleert een gevaar voor de herkenbaarheid van de lijsttrekker.

Misselijk

De Arscop-affaire die sinds vorige week vrijdag de CDA-campagne in haar ban houdt, leek zich aanvankelijk in het voordeel van Brinkman te ontwikkelen. Het KR0-programma Reporter wierp vorige week de vraag op of het beoordelingsvermogen van Brinkman wel in orde was. Hij was immers in 1992 commissaris geworden van een firma waarvan de directeur, de aangetrouwde oom Arie Valkenburg, onder verdenking staat van justitie wegens zwart geld-praktijken. Vrijwel meteen wist Brinkman, daarbij geholpen door een zeer ontstemde Lubbers, de aandacht te verleggen naar de makers van het programma zelf. Hier was sprake van een “schandalige en misselijkmakende hetze”. Alle regionale afdelingsvoorzitters zeiden het hem na. Het splinternieuwe electronic mail-systeem waarmee het CDA-kader met elkaar kan communiceren, bewees zijn diensten. De regio's konden daardoor hun acties - telegrammen aan de leider, interviewtjes in de media - pijlsnel op elkaar afstemmen. A. Stordiau van de Kamerkring Den Haag vatte de onlustgevoelens over de KRO-uitzending bondig samen voor Radio West: “Eerst zou Brinkmans uitstraling niet deugen, toen was er met zijn ogen iets mis. Daarna zou zijn vrouw de verkeerde hobby hebben. Nu zijn integriteit nog. Hebben we dan alles gehad?”

Tekenend voor de verzwakte positie van Brinkman was echter wel dat hij, bijvoorbeeld afgelopen zondag tijdens een lijsttrekkersdebat, in bescherming werd genomen door zijn politieke opponenten: Kok, Van Mierlo en Bolkestein. Tijdens het debat zelf maakte hij een ongeconcentreerde indruk. Een dag eerder, een half etmaal na de Reporter-uitzending, was er evenmin veel van de looks of a winner over geweest. Een oude bekende die Brinkman nog regelmatig spreekt, trof hem bijna in tranen. “De emotie was te zien in z'n ogen. Die waren vochtig, heel vochtig. Brinkman stond echt op het punt in elkaar te klappen. Er komt aan de weerstand van iedereen een keer een einde. Ik zie hem niet weglopen tijdens de campgane, maar hij zal straks als het premierschap aan de orde is een keer vaststellen: 'Heer, laat deze beker aan mij voorbij gaan'.”

Maar voorlopig proberen de CDA-campagnestrategen de emotionaliteit uit te buiten. De underdog is op de Nederlandse kiezersmarkt nog altijd goed voor zetelwinst. Deze week werd in CDA-kringen heel wat keren de vergelijking getrokken met oud-premier Van Agt. Toen er destijds in de media hevige kritiek op hem was wist hij zeer doeltreffend het christen-democratisch wij-gevoel aan te boren door de kritiek te typeren als een 'Actie Beschadiging Lijsttrekker CDA'. Maar of de parallel opgaat met de toestand waarin Brinkman zich bevindt, wordt in hetzelfde CDA-kamp betwijfeld. A. van der Veen, tot voor kort lid van de campagnestaf van het CDA, en fractievoorzitter in de gemeenteraad van Deventer zegt: “De vergelijking met Van Agt en diens underdog-effect gaat niet helemaal op. Van Agt was premier, Brinkman niet. Onze mensen zijn niet voor niets gouvernementeel ingesteld. Men neemt meer aan van een minister dan van een Kamerlid.” Oud-gedienden in de fractie wijzen op de bonhomie van Van Agt die meer zou aanslaan dan de ernst van Brinkman.

De eerste aanwijzing over het electorale effect van de underdog-strategie bleek afgelopen woensdag. Uit een onderzoekje onder 350 ondervraagden bleek dat Brinkman geen schade had opgelopen door de kwestie met zijn commissariaat. Dat was Brinkman duidelijk niet genoeg. De lijsttrekker wilde opening van zaken geven om in één klap “een streep te zetten” onder de hele zaak. Tegen het Limburgse kiezervolk in Kerkrade verklaarde hij: “Wie vertrouwen vraagt van de kiezer, moet zelf laten zien dat hij betrouwbaar is.”

Dus verscheen hij donderdagavond gesecondeerd door twee hoogleraren en het Kamerlid Hillen, oud-woordvoerder op het departement van financiën, in het Haagse Perscentrum Nieuwspoort. Het werd geen succes. De formeel juridische benadering van de beide professoren ging voorbij aan wat de journalisten als kernpunt beschouwden: Deugt oom Valkenburg? Zo nee, had Brinkman dat niet moeten weten? En hoe zit het met het beoordelingsvermogen van de leider van de christen-democraten?

Op die vragen bleef een helder antwoord uit, met als gevolg dat de kwestie met het commissariaat op de achtergrond doorziekt. Het partij-bestuur en leden van zijn eigen fractie hadden Brinkman de afgelopen week niet voor niets geadviseerd het commissariaat aan de wilgen te hangen. Brinkman sloeg deze raad echter in de wind.

Moeilijk doen

Alleen minister P. Kooijmans van buitenlandse zaken durfde het deze week hardop te zeggen: CDA-ers moeten niet moeilijk doen over een mogelijk premierschap van PvdA-partijleider Kok. Daarnaast is er een groeiende stroming binnen de partij die een oppositierol van het CDA niet uitsluit, opmerkelijk voor een politieke stroming die in enigerlei samenstelling bijna tachtig jaar aan de macht is. Aanvankelijk waren het alleen vertegenwoordigers van de protestantse bloedgroep die met zo'n rol enige historisch ervaring hebben, zoals het oud-Kamerlid (CHU) H. Gualthérie van Weezel en oud-minister De Gaay Fortman (ARP). Sinds kort worden ook van katholieke zijde dergelijke geluiden vernomen. Zoals van het Limburgse Kamerlid en oud-staatssecretaris R. van der Linden, en van vice-fractievoorzitter F. Wolters. Van de laatste is de uitspraak: “Hoe kleiner we worden, des te groter de kans.” Andere CDA-prominenten durven het nog niet aan dergelijke dingen hardop te zeggen, maar ook hun uitlatingen wijzen in diezelfde richting: de kans dat Brinkman na 3 mei het Catshuis kan binnengaan, is vrij gering.

Premier Lubbers, die deze week in Kerkrade onverwacht en hard uithaalde naar de PvdA, liet zo weer eens zien wie nog steeds de baas is in het CDA. De Lubberiaanse solo-actie is tegelijk een illustratie van het gebrek aan regie binnen de christendemocratische gelederen. Het had meer voor de hand gelegen dat Brinkman in Kerkrade het programma van de sociaaldemocraten had aangevallen. Een groot deel van het CDA-kader schrijft immers de electorale vrije val van hun partij eerder toe aan het impopulaire kabinetsbeleid dan aan het optreden van Brinkman.

Maar als de score op 3 mei tussen de 35 en 40 zetels blijft steken en Brinkman er in de laatste weken niet slaagt zich als herkenbare christendemocraat te manifesteren, zou het zwaard wel eens kunnen vallen - als Brinkman al niet de eer aan zichzelf houdt. Oud-premier Piet de Jong, ooit zelf ruw aan de kant geschoven door de KVP, zei later eens over leiderswisselingen bij zijn partij: “Dat is niet de sterkste zijde van christen-democraten.”

Wat zich in de vergadering van de Tweede Kamerfractie na een verkiezingsnederlaag zal afspelen, is in enkele scenario's samen te vatten. De VVD-oplossing van een ministerschap in de luwte lijkt voor Brinkman weinig waarschijnlijk. Daarmee zou hij terug zijn bij af: Brinkman was van 1982 tot 1989 al eens minister van WVC. Een voortgezet fractievoorzitterschap zou dan eerder in de rede liggen. Mocht het CDA echter zijn positie als grootste partij ook nog kwijt raken, dan heeft Brinkman er een geduchte concurrent voor dat fractievoorzitterschap bij: oud-minister W. Deetman. Deze raakt dan volgens de geldende regels namelijk zijn voorzitterschap van de Tweede Kamer kwijt. Als deze het fractievoorzitterschap bemachtigt, ligt er voor Brinkman wellicht een mooie baan buiten de Haagse politiek in het verschiet.

    • Frank Vermeulen
    • Kees Versteegh