De Riefenstahl van de KRO?

Ik heb de uitzending van KRO's Reporter over Brinkman nu drie keer gezien. De eerste keer op de uitzendavond, de tweede en derde keer nadat de kruitdampen van allerlei reacties en commentaren waren opgetrokken. Waar ik me achteraf nog het meest over verbaas, is de boosheid in journalistenland.

Dat het CDA, Lubbers voorop, zich furieus op de boodschapper stortte, is begrijpelijk. Een kwestie van lijfsbehoud. Dat Braks zijn mensen in Het Capitool liet vallen - ach, wie had het anders verwacht? Niet die jongens van Reporter: dat ze hun baas pas op vrijdagmiddag op de hoogte brachten van de uitzending van die avond, had ongetwijfeld alles te maken met hun argwaan tegen Braks. (Ik vermoed ook dat ze toenadering tot Justitie hebben gezocht om des te sterker te staan tegenover de top van KRO en CDA.)

Maar vanwaar opeens al die morele verontwaardiging bij journalisten en docenten journalistiek? Ze beschuldigen de KRO-collega's van suggestief broddelwerk. Ger Dullens, adjunct-directeur van de Academie voor Journalistiek in Tilburg, wil de zaak aanhangig maken bij de Raad voor de Journalistiek waarvan hij lid is. “Ik heb de uitzending niet gezien”, zei hij in Het Parool, “maar uit wat ik erover gehoord en gelezen heb, begrijp ik dat ze nogal suggestief was in de richting van Brinkman. En dat het de vraag is of er al dan niet een smet op hem geworpen is.”

Een smet op Brinkman! Alleen al van het idee schrikken ze in Tilburg zo erg dat ze zo'n reportage eigenlijk niet eens meer hoeven te zien.

Henri Beunders vergeleek in NRC Handelsblad de werkwijze van Reporter met die van Leni Riefenstahl. Jan Blokker viel hem daar donderdag in de Volkskrant in bij - in tegenstelling overigens tot de andere Volkskranten-columnisten van die dag, Marcel van Dam en Pauline Terreehorst.

Zelf ben ik nooit erg enthousiast geweest over de wat opgefokte toon waarmee eindredacteur Fons de Poel bij de KRO journalistiek bedrijft. Hij heeft een neiging tot overdramatisering, hij vergeet nogal eens dat de feiten - mits ze hard genoeg zijn - voor zichzelf spreken.

Aan de andere kant begrijp ik ook wel zijn moeilijkheid: hij maakt televisie - geen radio of krant - en hij heeft beelden nodig. Zeker als het om onthullingsjournalistiek gaat, waarbij vaak anonieme bronnen gebruikt worden, is het razend moeilijk om passende beelden te vinden. Als je niet oppast, ga je daarin al gauw iets te ver.

Beunders en Blokker vallen Reporter juist op bepaalde beelden aan. Als voorbeelden worden steeds weer de traag rijdende Daimler, zogenaamd van Arie V, en de twee haasjes in het gras van Brinkmans drijfjacht genoemd. Voor mij hadden die beelden ook niet gehoeven, maar laten we niet overdrijven: we hebben het nu in totaal over vijfendertig seconden film - onbeduidend illustratiemateriaal - op een uitzending van vijfendertig minuten. Om daaraan vergelijkingen met Leni Riefenstahl te ontlenen, vind ik buiten alle proporties.

Maar de methode is dezelfde, schreef Henri Beunders: overtuigen door suggestie. Beunders kan mij niet overtuigen met zijn suggestie. Elke keer dat ik de documentaire van Ton F. van Dijk en Steven de Vogel zag, werd ik overtuigd door de feiten - en niet door de Daimler en de haasjes. Blokker hoont 'het angstig hoge boulevardgehalte van anonieme getuigen'. Maar die getuigenissen waren in notariële akten vastgelegd - wat wil hij nog meer? Ik ken weinig boulevardbladen - zelfs weinig kwaliteitsbladen - die zó secuur werken.

Zeer overtuigend was ook het door De Poel ingesproken commentaar. Overtuigend door de nuances die hij telkens aanbracht. Illustratief daarvoor is de tekst waarmee hij de uitzending afsloot: “Of politici van CDA en andere partijen Elco Brinkman daadwerkelijk zullen aanspreken op zijn financiële banden met een zakenman die wellicht jarenlang gevangenisstraf zal krijgen, is de vraag. Er zijn geen aanwijzingen dat hij zelf bij de fraude betrokken is, maar hij had het kunnen weten als hij zijn zaak als commissaris serieus had genomen. Bovendien had hij nee kunnen zeggen toen hij voor die bijbaan werd gevraagd. Dat hij dat allemaal niet heeft gedaan, maakt hem bijzonder kwetsbaar. Niet meer en niet minder.”

Ik ben zeer benieuwd hoeveel spelden Brinkman daar de komende dagen (en weken?) tussen zal krijgen.

Het enige wat Reporter met reden verweten kan worden, is het interviewen van Kamerleden zonder de context duidelijk te maken. Het is een ongeschreven journalistieke grondregel om je gesprekspartners in te lichten over het doel van je komst. Toch word ik niet overstelpt door medelijden met deze Kamerleden. We zagen hen nu eens van hun spontane, eerlijke kant - ik moet niet denken aan het gehuichel dat ze ten beste zouden hebben gegeven als ze geweten hadden dat het Brinkman betrof.

Onthullingsjournalistiek is het moeilijkste journalistieke genre dat er bestaat. Ik schat - misschien al te royaal - dat we in Nederland op dit gebied een half dozijn goede journalisten hebben. Nu kunnen we twee dingen doen: maandenlang door blijven zeuren over de steekjes die deze mensen tijdens hun helse arbeid wel eens laten vallen, òf ons bepalen tot de inhoud van de zaken die ze onthullen. De afgelopen week is, mede op aandringen van het CDA, vooral het eerste gebeurd.

    • Frits Abrahams