De beste aller tijden

We hoefden niet lang te wachten voor de statistici de overwinning van Karpov in Linares door de computer hadden gehaald. In zijn schaakrubriek in The Spectator gaf Raymond Keene laatst een lijstje van de tien beste toernooiprestaties aller tijden, opgesteld door Kevin O'Connell, een groot kenner van het ratingsysteem. Ik neem aan dat er op het resultaat van berekeningen geen auteursrecht bestaat en waag het om de lijst over te nemen. Om de 'toernooiprestatieratings' die hier worden gegeven te beoordelen, moet u bedenken dat het normale doordeweekse niveau van Kasparov ongeveer 2800 is.

1. Fischer, kampioenschap van de VS 1963/64, 3000+ 2. Karpov, Linares 1994, 2977 3. Kasparov, Tilburg 1989, 2913 4. Aljechin, San Remo 1930, 2906 5/6. Zsofia Polgar, Rome 1989 en Kasparov, Linares 1993, beide 2879 7. Kasparov, Linares 1992, 2866 8/9. Lasker, St. Petersburg 1914 en Botwinnik, wereldkampioenschap Den Haag-Moskou 1948, 2822 10. Nunn, Olympiade Thessaloniki 1984, 2810.

Er valt wel wat af te dingen op dit lijstje. Heeft Capablanca nooit iets behoorlijks gedaan? De ratinggetallen die met terugwerkende kracht aan de spelers van vroeger zijn toegekend, zijn niet erg betrouwbaar en ik denk dat er een systematische fout optreedt die de moderne spelers bevoordeelt. Het resultaat van Nunn, hoe fantastisch ook, mag eigenlijk niet meegerekend worden. Het was een teamwedstrijd en hij speelde negen van zijn elf partijen met wit. Hoewel Rome 1989 geen toptoernooi was, blijft de overwinning van Zsofia Polgar verbluffend. Een meisje van veertien, verreweg de zwakste van de drie zusjes Polgar, haalde een score die door Capablanca, door velen beschouwd als het grootste talent dat de schaakwereld ooit gekend heeft, zijn leven lang niet benaderd is. Kan dat waar zijn? Misschien. Het systeem kan er geen rekening mee houden dat Zsofia haar succes nooit meer herhaald heeft.

Het getal 3000+ bij Fischer wil zeggen 'minstens 3000' en geeft aan dat het systeem een score van 100%, in dit geval 11 uit 11, niet goed kan meten en dan alleen een ondergrens aan kan geven. Fischer leek de beperkingen van aardse stervelingen geheel ontstegen te zijn. Aan het eind werd Larry Evans, die tweede werd, 3,5 punt achter Fischer, door toernooileider Hans Kmoch gefeliciteerd als 'winnaar van het toernooi'. Fischer werd gefeliciteerd als 'winnaar van de demonstratiepartijen'. Tijdens de simultaantoernee van 1964, waar ik een paar weken geleden over schreef, maakte Fischer een aardige opmerking over een van die partijen.

Wit Fischer - zwart Benkö

1. e2-e4 g7-g6 2. d2-d4 Lf8-g7 3. Pb1-c3 d7-d6 4. f2-f4 Pg8-f6 5. Pg1-f3 0-0 6. Lf1-d3 Lc8-g4 7. h2-h3 Lg4xf3 8. Dd1xf3 Pb8-c6 9. Lc1-e3 e7-e5 10. d4xe5 d6xe5 11. f4-f5 g6xf5 12. Df3xf5 Pc6-d4

DIAGRAM 1

In Toronto legde Fischer uit waarom hij hier niet 13. Dxe5 had gespeeld. Na 13...Pg4 zou hij een veelbelovend dameoffer hebben moeten brengen, 14. Dxg7+ Kxg7 15. hxg4, dat door zijn pracht de leden van de jury voor de schoonheidsprijs in verlegenheid zou hebben gebracht, omdat ze die prijs ongetwijfeld al bestemd hadden voor Fischers schitterende partij tegen Donald Byrne uit een vorige ronde. Fischer deed het daarom minder spectaculair, maar wel zo zuiver: 13. Df5-f2 Pf6-e8 14. 0-0 Pe8-d6 15. Df2-g3 Kg8-h8 16. Dg3-g4 c7-c6 17. Dg4-h5 Dd8-e8 18. Le3xd4 e5xd4 19. Tf1-f6! Kh8-g8 20. e4-e5 h7-h6 21. Pc3-e2 en zwart gaf op.

We zien dat Kasparov drie keer voorkomt op de erelijst die ik aan het begin gaf. Benijdenswaardig, deze indrukwekkende trits. Helaas, de mens heeft vooral oog voor de dingen die hem ontgaan en Kasparov zal daarop geen uitzondering zijn. Het absoluut beste resultaat aller tijden is voor Fischer. Alleen te overtreffen door 100% te scoren in een nog sterker toernooi, wat bijna niet denkbaar is. De meeste toernooioverwinningen: Karpov. Nauwelijks meer in te halen voor Kasparov. Het beste resultaat in een internationaal toptoernooi: Karpov met Linares 1994. Zie hoe groot het verschil in toernooiprestatierating is met Kasparovs Tilburg 1989. En dat was al zo fantastisch. 12 Uit 14 haalde Kasparov toen, wat had hij meer kunnen doen?

Wit Piket - zwart Kasparov, Tilburg 1989

1. d2-d4 Pg8-f6 2. Pg1-f3 g7-g6 3. c2-c4 Lf8-g7 4. Pb1-c3 0-0 5. e2-e4 d7-d6 6. Lf1-e2 e7-e5 7. 0-0 Pb8-c6 8. d4-d5 Pc6-e7 9. Pf3-e1 Pf6-d7 10. Lc1-e3 f7-f5 11. f2-f3 f5-f4 12. Le3-f2 g6-g5 13. b2-b4 Pd7-f6 14. c4-c5 Pe7-g6 15. c5xd6 c7xd6 16. Ta1-c1 Tf8-f7 17. a2-a4 Lg7-f8 18. a4-a5 Lc8-d7 19. Pc3-b5 g5-g4 20. Pb5-c7 g4-g3

DIAGRAM 2

21. Pc7xa8 Pf6-h5 22. Kg1-h1 g3xf2 23. Tf1xf2 Ph5-g3+ 24. Kh1-g1 Dd8xa8 25. Le2-c4 a7-a6 26. Dd1-d3 Da8-a7 27. b4-b5 a6xb5 28. Lc4xb5 Pg3-h1 Wit gaf op.

    • Hans Ree