Controle

David Lyon: The electronic eye. The rise of surveillance society

270 blz., Cambridge Polity Press 1993, ƒ 44,80

Sociale controle is zo oud als de wereld. Met de verfijning van communicatieve en bureaucratische technieken heeft het toezicht zich als centrale institutie in de maatschappij genesteld. Volgens The electronic eye van de Canadese socioloog David Lyon is het tijd voor het heroverwegen van oude concepten.

De opmars van de computer heeft ook op het gebied van toezicht een informatie-revolutie ontketend. Niet alleen kunnen computer-databases veel meer informatie bevatten dan de oude kaartenbakken, maar via een simpele koppeling van de bestanden van bijvoorbeeld de Belastingdienst, de Informatiseringsbank en de Gemeentelijke Sociale Diensten is het nu ook mogelijk nieuwe informatie te vergaren, zodat zwartwerkers, uitkeringfraudeurs en belastingontduikers kunnen worden opgespoord.

Toezicht en controle zijn niet langer voorbehouden aan de overheid. Een keur van commerciële onderzoekers stortte zich de laatste decennia op het winkelend publiek, en exploiteren de daaruit voortvloeiende databestanden als koopwaar voor bedrijven die hun markt willen leren kennen. Dat uit zich niet alleen in de steeds agressievere methoden om reclamedrukwerk te slijten, maar ook in het toenemend aantal marktonderzoeken dat dit drukwerk begeleidt, al is het maar om te voorkomen dat een BMW-eigenaar een folder van Lada krijgt.

Volgens Lyon zijn twee invloedrijke metaforen de oorzaak van het gevoel van bedreiging dat uitgaat van elektronisch toezicht. De beroemdste is Orwells alziende Big Brother. De andere metafoor is het Panopticum van de achttiende-eeuwse Engelse filosoof en sociaal hervormer Jeremy Bentham. Deze utopie van een ideale gevangenis waarin elke beweging van de gevangenen uit een centrale, geblindeerde wachttoren kan worden geobserveerd, werd vooral bekend doordat de Franse filosoof Michel Foucault haar zag als illustratie van de wijze waarop de mens geestelijk en lichamelijk wordt gedisciplineerd.

Het probleem met beide metaforen is dat de observator - of dat nu Big Brother is of een gevangenbewaarder - er een centrale plaats inneemt. Dat vooral verschaft, aldus Lyon, het onheilspellende beeld dat mensen van toezicht hebben. Maar toezicht is volgens hem niet alleen bedreigend, het biedt ook bescherming. Dit duale karakter uit zich in de voor Nederlanders bekende sociale controle binnen een buurt. Daarbij zijn de relaties tussen buren onderling bepalend. De aardige buurvrouw die op je kinderen past, houdt beschermend toezicht, het toezicht van de buurman die zeurt over je wilde, ongecultiveerde tuin is benauwend.

Dat mag misschien verhelderend zijn, maar The electronic eye biedt geen werkelijke oplossingen voor het denken over toezicht. Verder negeert de schrijver de techniekfilosoof Lewis Mumford, die over disciplinering en technologie behartigenswaardige dingen heeft geschreven, evenals de cultuurkritiek van theoretici als Neil Postman, Jean Baudrillard en Jurgen Habermas. Lyons praktijk ligt duidelijk op het Noordamerikaanse continent. Zijn beroep op een gecomputeriseerd buurtgevoel doet niet bepaald uitzien naar de controle die de elektronica nog voor ons in petto heeft.

    • Martin Woestenburg