Belegger Brinkman

Commissaris L.C. Brinkman bij Arscop zegt juridisch juist gehandeld te hebben, maar de vraag is of hij als toezichthouder zich niet wat meer het beleggingsbeleid van het Scherpenzeelse bedrijfje had moeten bezighouden.

Arscop, een pot met geld uit de ingehouden winst van textieldochter Hevatex en de opbrengst van de uiteindelijke verkoop, voert namelijk een wel erg conservatief beleggingsbeleid. Eind 1992 was 2 miljoen gulden belegd in aandelen, 5 miljoen contant en 24 miljoen op deposito gezet. Arscop verkreeg daardoor in 1992 een vermogenswinst van rond de twee miljoen gulden - afgezien van een restsom die nog uit de verkoop van Hevatex werd overgemaakt. Uit uitlatingen sindsdien mag worden afgeleid dat er ook in 1993, waarover nog geen jaarverslag is gedeponeerd, weinig aan deze strategie is veranderd. Onder twee jaar toezicht van Brinkman kan het beleggingsbeleid hooguit 5 miljoen gulden hebben opgebracht. Er zouden niet eens halsbrekende toeren voor nodig zijn geweest om dat resultaat dramatisch te verbeteren. Had commissaris Brinkman bij zijn aantreden op 1 januari 1992 erop aangedrongen het vermogen simpelweg in het oerdegelijke Robeco te stallen, dan had Arscop in de afgelopen twee jaar meer dan 12 miljoen gulden, ruim tweemaal zo veel, kunnen verdienen. (MS)