Bejaarden in Spanje eten schnitzels in 'Karrewiel'

De afgelopen jaren zochten weinig Nederlandse ouderen 's winter de Costa del Sol op. De koers van de peseta was hoog en het Spaanse personeel bekte de overwinteraars af. Maar de koers is in een vrije val en de bisschop heeft het personeel gewaarschuwd. Spanje wint aan populariteit.

TORREMOLINOS, 16 APRIL. Er wordt gesjoeld aan de Costa del Sol. Aan de beurt is Susan Frijman (75), een stevige Amsterdamse in een kleurige zomerjurk met luipaardmotief. Geconcentreerd staart ze naar de vier gaten aan het eind van de plank. “Kom op Suus”, moedigen de omstanders haar aan, maar het mag niet baten, de score bedraagt dit potje slechts zes punten. “O, wat erg”, pruilt Susan Frijman verlegen lachend en ploft in een van de plastic tuinzitjes. “Ik kan er niks van, pff, ik sta gewoon te zweten.” Een stukje Hollandse cervelaat op een prikkertje bij wijze van troost wordt beslist afgeslagen: het is negen uur, ze heeft net gegeten en de avond is nog jong.

Vanavond is het vijfkamp in tuinrestaurant Hans en Grietje van Carihuela Palace, een apartementencomplex nabij Torremolinos. De volgende morgen vroeg vertrekt een lichting Nederlandse overwinteraars met het chartervliegtuig. Weg uit het appartement met overdag het milde strandweer en 's avonds bingo of andere spelletjes, terug de kou en regen in. Maar voor het zover is, spant een dertigtal gebruinde zeventigers zich in met behendigheidsspelen als sjoelen, geblindoekt blikwerpen en pijltjesgooien. In het restaurant genieten nog enkele late eters van de Hollandse schnitzel met aardappels, aan de bar wordt nog een pils besteld. Voormalig voetballer en KNVB-trainer Arie de Vroet (75) rookt er zijn sigaar. Al elf jaar overwintert hij hier een maand of drie. De gezelligheid, het weer en natuurlijk de biljarttafel, zo inventariseert hij de voordelen van het verblijf in het appartementencomplex. “Veel van de mensen die hier elk jaar terugkeren zijn goede kennissen van me geworden. Het is eigenlijk een grote familie”, aldus De Vroet.

De afgelopen week verlieten de laatsten van enkele tienduizenden Nederlandse overwinteraars de Spaanse zuidkust. Over een ding waren de gasten het eens; de Costa del Sol deed deze winter zijn naam alle eer aan door vanaf eind vorig jaar maar enkele regendagen te tellen. Ook van de zijde van touroperators komen tevreden geluiden - voor het eerst sinds jaren trekt de belangstelling voor het Spaanse overwinteren weer aan. Carihuela Palace, dat wordt uitgebaat door de Nederlandse tourorganisatie Marysol, is voor het seizoen 1995 al volgeboekt met honderden overwinteraars, en werkt met een wachtlijst.

Toen Spanje in 1986 binnen de toenmalige Europese Unie trad, waren de verwachtingen hoog gespannen. Met het wegvallen van de binnengrenzen zouden de Spaanse Costa's zich kunnen ontwikkelen tot het Californië van gepensioneerd Europa. De meeste tourorganisaties huurden hotel- en appartementencomplexen voor een heel jaar. In de winter stonden de gebouwen praktisch leeg. Tegen een zacht prijsje was het derhalve mogelijk de ouderen massaal naar het aangename klimaat te lokken. En ook permanente vestiging in het goedkope Spanje leek een groeimarkt, aangezien emigratie met de uniforme Europese regelgeving een stuk eenvoudiger zou worden.

De praktijk bleek anders. Door de hoge peseta-koers bleef er weinig over van de reputatie van Spanje als goedkoop gebied om te overwinteren. Los daarvan begon de service van de Spaanse hotels en restaurants bedenkelijke trekjes te vertonen: vaste bezoekers klaagden over gesmijt met borden eten en grof gebekt personeel. “Ik snap dat wel. Ze dachten die buitenlanders komen toch wel”, zegt Marja Hugenholtz. We staan buiten de studio van Radio Mijas International, de lokale zender voor buitenlanders aan de Spaanse zuidkust. Hugenholtz heeft er juist het wekelijks uurtje Hollandse uitzending op zitten. Als voorzitter van het Holland Huis, een dienstverlenende stichting voor Nederlandse overwinteraars, zag Hugenholtz het bezoek de laatste jaren teruglopen.

Maar, zo is ook de indruk van Hugenholtz, de zaken leken het afgelopen seizoen weer aan te trekken. De spectaculaire val van de peseta, die vorig jaar ongeveer een kwart in waarde daalde, bracht Spanje weer terug als vakantieland. Ook de kwaliteit van de dienstverlening is aan het verbeteren: de tijdelijke inzinking van de markt kwam hard aan in de kustgebieden, waar werkloosheidpercentages oplopen tot de veertig procent. “Je hebt nu van overheidswege grote campagnes om de service te verbeteren”, zegt Hugenholtz. “Zelfs de bisschop heeft gewaarschuwd dat het beter moet worden.”

“De Spanjaarden hebben zelf een boel verknald”, beaamt Carla van Veen aan de oud-bruine tap van eetcafé 't Karrewiel (“Van broodje kaas tot biefstuk van de haas”) dat zij samen met haar man drijft. Met ondermeer de Smikkelhut, discotheek Voom Voom en Hanny's Bar maakt 't Karrewiel deel uit van enkele tientallen Nederlandse horeca-ondernemingen die zich in en rondom Torremolinos hebben gevestigd. 't Karrewiel mikt 's winters op de oudere bezoeker die niet buiten de vertrouwde Hollandse pot kan. “Spanjaarden werken altijd met olie en daar zijn de Nederlandse magen niet tegen bestand”, verzekert van Veen. “Wij bakken in boter. En veel verse groenten natuurlijk, zodat ze aan hun vitaminen komen.”

Kunnen de overwinteraars al met een kleine beurs terecht voor hun overtocht en verblijf - vanaf duizend tot drieduizend gulden voor meerdere maanden tot een half jaar - de wat meer kapitaalkrachtige groep bestaat uit Nederlanders die permanent hun residentie aan de Spaanse kust hebben ingericht. Sinds de permanente vestiging niet langer officieel gemeld moet worden bij de consulaten zijn exacte cijfers moeilijk te geven, maar schattingen van de hoeveelheid emigranten aan de kust lopen uiteen van veertig- tot tachtigduizend.

Volgens Wim Matthieu (70), voorzitter van de Nederlandse Club Costa del Sol, liep het ledental van zijn vereniging de afgelopen jaren van een duizendtal terug naar rond de achthonderd. Door terugkeer naar Nederland en sterfgevallen daalde het aantal Nederlandse residenten en de sterk gestegen huizenprijzen maakte de aanwas er niet groter op. “Je kunt nu appartementen en huizen kopen voor enkele tonnen, prijzen die vergelijkbaar zijn met die in de Nederlandse Randstad”, zo beoordeelt Matthieu de huidige prijsontwikkeling. “Verschil is wel dat je er hier vaak een zwembad bij hebt en het mooie uitzicht en het klimaat er gratis bijgeleverd krijgt.”

En dan is er nog het belastingklimaat, waarvan het hardnekkige geloof wil dat ook hier grote voordelen bij verhuizing te behalen zijn. Een misverstand, meent Matthieu, althans voor zover de belastingbetaler zich aan de regels houdt. “Dan valt er weinig eer aan te behalen”, aldus de voorzitter van de Nederlandse Club. Er zijn uitzonderingen. Zo kent de belastingwetgeving in Spanje een belastingvrijstelling voor arbeidsongeschiktheids uitkeringen. En ook ouderen die uitsluitend van hun AOW moeten rondkomen, vallen in Sppanje buiten de heffing. Maar voor het overige vertoont de Spaanse belastingdruk weinig verschillen met de Nederlandse.

Ondanks de Europese eenwording is het kopen en aanhouden van een huis in Spanje nog altijd een kwestie waarbij een zekere voorzichtigheid is gepast, meent Matthieu. Gruwelverhalen zijn er genoeg: eigenaren die bij terugkomst hun tuinman met complete familie in hun huis aantroffen, geharrewar over kadastrale grondverdeling waarbij complete garages in een moment van afwezigheid werden neergehaald door de buurman en andere jaren slepende ongemakken. Matthieu: “Ik adviseer de mensen altijd om goed op te passen met alle fraude, corruptie en rechtsonzekerheid hier.”

    • Steven Adolf