Zware kritiek VN-gezant op facties in Afghanistan

NEW DELHI, 15 APRIL. De speciale bemiddelaar van de Verenigde Naties voor Afghanistan, Mahmoud Mestiri, heeft gisteren de leiders van de oorlogvoerende partijen in Kabul in ongebruikelijk harde bewoordingen verweten louter op macht te zijn belust en zich te laten financieren door buitenlanders.

Mestiri, een voormalige Tunesische minister van buitenlandse zaken, uitte zijn kritiek gisteren in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad. De afgelopen weken heeft hij tevergeefs gepoogd een permanente wapenstilstand te bewerkstelligen. De VN-diplomaat zei bij zijn bezoeken te hebben gemerkt dat de burgerbevolking in overgrote meerderheid vrede wenst. Bij de zware gevechten in Kabul zijn sinds 1 januari ruim 1.200 mensen om het leven gekomen en 17.000 gewond.

Mestiri beschuldigde zowel president Burhanuddin Rabbani als premier Gulbuddin Hekmatyar ervan aan het hoofd te staan van “gewapende bendes die belust zijn op macht”. “Gulbuddin en Rabbani hebben geld. Ze hebben alles” aldus citeerde het Amerikaanse persbureau AP Mestiri. “Ze willen macht (...) Je biedt ze macht of je hebt ze niets te bieden.”

De VN-bemiddelaar verklaarde verder dat de stroom van buitenlandse hulp aan de vechtende facties moet ophouden. Gebeurt dat niet, dan heeft zijn missie geen kans van slagen, voorspelde hij. Hij ging niet in op de vraag waar het geld vandaan komt of hoe deze stroom is te stoppen. Algemeen wordt aangenomen dat de buurstaten Pakistan, Iran en Oezbekistan facties van hun voorkeur steunen.

Een interventie van VN-troepen in Afghanistan is voorlopig niet aan de orde, zo maakte Mestiri gisteren duidelijk. “Afghanen zien niet graag buitenlandse militairen op hun grondgebied”, zei hij.