Waterschade vergoed, ook buiten Limburg

DEN HAAG, 15 APRIL. Particulieren in Noord-Brabant, Overijssel, Gelderland en Zuid-Holland krijgen een vergoeding voor de inboedelschade die ze hebben geleden door de in december buiten hun oevers getreden rivieren. Eerder is zo'n vergoeding al toegezegd aan gedupeerden in Limburg. Het aanvankelijk ingestelde eigen risico van 2.000 gulden wordt waarschijnlijk geschrapt.

Minister Van Thijn (binnenlandse zaken) kondigde dat gisteren aan in de Tweede Kamer. De opgegeven waterschade in Limburg bedraagt 70 miljoen gulden. Dit bedrag is vijwel geheel beschikbaar, deels uit individuele giften en deels uit een overheidsbijdrage van 36 miljoen. Van Thijn zei nog niet te kunnen overzien hoeveel mensen buiten Limburg in aanmerking komen voor een schadeloosstelling.

Ruim 5.500 huishoudens in Limburg hebben inmiddels geld ontvangen. Het eigen risico van 2.000 gulden krijgen ze er alsnog bij. Bij de resterende 350 gevallen zal de drempel van 2.000 gulden niet meer worden gehanteerd.

Het parlement toonde zich tevreden over de “voortvarende en niet krenterige” afwikkeling van de schade veroorzaakt door de wateroverlast. Van Thijn vindt het bij een ramp als deze een taak van de overheid burgers financieel tegemoet te komen. Hij sloot zich wel aan bij het standpunt van de Kamer die vindt dat de verzekeringsmaatschappijen zich 'schandalig' opstellen door geen polis te willen verkopen tegen natuurrampen.

Het kabinet en de verzekeringsmaatschappijen hebben geprobeerd daarvoor een regeling te treffen, maar dat is op niets uitgelopen. De maatschappijen stelden voor een apart fonds te maken voor schade-uitkeringen, waarin de overheid 200 miljoen zou moeten storten. De verzekeraars zouden dan zelf 50 miljoen storten. Van Thijn vindt het voorstel “te gek voor woorden.” “Voor 200 miljoen doen we het zelf wel. De burgers hoeven zich geen zorgen te maken”, zo zei de minister.