Vrijdag 15: Tussen zwart en blank

Door alle media-aandacht voor de zelfmoord van Nirvana-zanger Kurt Cobain is de dood van Lee Brilleaux (45), zanger en mede-oprichter van de Britse rhythm and bluesgroep Dr Feelgood, bijna onopgemerkt gebleven.

Nu is Brilleaux ook nooit de voorman van een generatie geweest, maar voor mij was zijn overlijden als gevolg van keelkanker toch erger dan de zelfmoord van Cobain. Geen band heb ik zo vaak zien spelen als Dr Feelgood en geen zanger heb ik zich zo vaak zien uitsloven als Brilleaux. Al stond hij voor anderhalve man en een paardekop te spelen, zoals ooit in een jeugdhonk in het Amsterdamse Buitenveldert, het 'No Mo Do Yakamo' zong hij altijd met een rood gezicht en bolle ogen van de inspanning. En als hij dan zag dat onder het weinige publiek een jongen vervelend werd, stapte hij van het podium af om hem met een paar rake meppen tot de orde te roepen.

Volgens pophistorici waren het punkbands als The Sex Pistols die in 1976 de gezapigheid van de popmuziek van de jaren zeventig doorbraken. Dr Feelgood-fans weten wel beter: dat hadden Brilleaux en zijn vrienden, vier in slordige colberts gehulde mannen met kort haar die leken te leven op een dieet van patat en alcohol, al gedaan sinds de oprichting van de groep in 1971. Hun repertoire bestond uit elementaire rhythm-and-blues-nummers, die, overeenkomstig het latere punkideaal, uit niet meer dan een paar akkoorden bestonden. Gitarist Wilko Johnson streefde niet naar gepolijst spel, maar speelde staccato, agressief en onveranderlijk hard. En Lee Brilleaux zong zijn teksten over vrouwen en drank (de eeuwige en beste onderwerpen voor liedjes) altijd met een overstuurde stem, die in de loop der jaren steeds rauwer werd. Voor veel beginnende punkbands was Dr Feelgood dan ook een voorbeeld.

Voor mij was Dr Feelgood nog in een ander opzicht belangrijk. De groep wees de weg naar oudere, mij toen onbekende popmuziek, de rhythm and blues en soul. Een deel van het Feelgood-repertoire bestond uit covers van oude nummers. Voor mij waren die nummers nieuw, maar op de platenlabels stonden er niet de namen van Brilleaux en Johnson achter vermeld. De schrijvers van al die prachtige liedjes bleken Wilson Pickett, Solomon Burke, Eddie Floyd, Rufus Thomas, J.G. Watson, Huey 'Piano' Smith, Otis Rush en al die anderen. Dr Feelgood deed in de jaren zeventig wat de Rolling Stones een decennium eerder deden: nummers van zwarte muzikanten onder het stof vandaan halen en ze aan een nieuw, jong en blank publiek laten horen. Zo sloegen Brilleaux en de zijnen een brug tussen oud en nieuw, tussen zwart en blank, tussen rhythm and blues en punk.

    • Bernard Hulsman