Vloedgolf van financiele schandalen brengt regering-Gonzalez in verlegenheid; Spanje verwordt tot een 'kleptocratie'

MADRID, 15 APRIL. Spanje lijkt ten prooi gevallen aan een italificatie van de samenleving. Sinds de voormalige gouverneur van de centrale bank, Mario Rubio, vorige week in perspublikaties werd beschuldigd van beursspeculaties met gebruik van een zwart-geldrekening, gaat er geen dag voorbij of er borrelt wel een nieuw schandaal naar boven. Spanjaarden zijn de laatste jaren wel gewend geraakt aan huis-, tuin- en keuken-schandaaltjes. Omdat de berichten over zwendelende politici en zakenlui vaak net zo snel uit het nieuws verdwenen als ze opkwamen, is geleidelijk de overtuiging ontstaan dat van bestrijding van corruptie geen sprake is. De verzekering van regeringszijde dat de lopende schandalen dit keer tot de bodem zullen worden uitgezocht, kan dan ook op enige scepsis rekenen.

Spanje dreigt te vervallen in een 'kleptocratie', een samenleving die wordt bestierd door een wisselende coalitie van politici en zakenlieden die elkaar diensten verlenen en allemaal wel iets weten van elkaars vuile was. Neem het geval De la Torre dat deze week naar buiten kwam. De la Torre, actief lid van een lokale partij-afdeling van de socialistische PSOE, zou miljarden pesata's (tientallen miljoenen guldens) aan 'bemiddelingscommissies' hebben afgetroggeld van een groot aantal bedrijven. Daarbij zou hij hebben beweerd bevriend te zijn met Txiki Benegas en Alsonso Guerra, twee leden van het gestaalde topkader van de PSOE. Hij zou hebben gesuggereerd dat hij via zijn machtige vriendjes wel wat opdrachten kon regelen. De PSOE-bestuurders ontkenden onmiddellijk iedere band met de De la Torre en ook de verdachte zelf verklaarde slechts een “eenvoudig partijlid en bescheiden zakenman” te zijn. Maar of De la Torre het geld nu in eigen zak stak of dat het bij het topkader van de PSOE terecht kwam, maakt weinig uit voor het sfeerbeeld dat bleef hangen: kennelijk kan een onbetekende partijvertegenwoordiger binnenwandelen bij een bedrijf en alleen door het noemen van namen grote geldbedragen opstrijken.

Het geritsel viert hoogtij in het moderne Spanje. Het mooiste voorbeeld daarvan was de afgelopen week de zaak Rubio. Mariano Rubio, lid van het Madrileense financiele establishment en tot halverwege vorig jaar gouverneur van de Banco de Espana kwam twee jaar geleden al in opspraak vanwege zijn zakelijke en vriendschappelijke banden met een groepje malafide beurshandelaren. Nader onderzoek werd afgekapt, nadat premier Felipe Gonzalez publiekelijk had verklaard zijn hand in het vuur te willen steken voor de integriteit van de gouverneur.

Dat gaf de afgelopen dagen aanleiding tot veel spotprenten waarin de premier met een geroosterde hand stond afgebeeld. Want dankzij het speurwerk van het dagblad El Mundo zijn er inmiddels tal van documenten gepubliceerd die de verdenking rechtvaardigen dat Rubio verwikkeld was in beursspeculatie en transacties met zwart geld.

In plaats van het gebruikelijke wegwuiven was er dit maal sprake van enige paniek in en rond de regering. Ministers, Gonzalez voorop, lieten de ex-gouverneur met terugwerkende kracht als een baksteen vallen. De premier bediende zich daarbij nog van zijn gebruikelijke flair, maar verder werd de toon gezet door veel bedrukte gezichten, met emotie afgelegde verklaringen en woedende eisen aan het adres van Rubio om opening van zaken te geven. De ex-gouverneur volstond met de verklaring dat hij geen zin had in een openbare lynch-partij en liever de resultaten van het inmiddels gestarte gerechtelijk onderzoek wilde afwachten.

De zaak is om meerdere redenen uiterst pijnlijk voor de minderheidsregering van Gonzalez. Uitgerekend op de dag dat El Mundo met zijn nieuwtjes kwam _ van toeval kan haast geen sprake zijn _ was de overheid een omvangrijke publiciteitscampagne gestart die de burgers moet aanzetten wat minder te sjoemelen met hun belasting-aangifte.

Daarnaast was juist een parlementaire onderzoek begonnen naar het doen en laten van Louis Roldan, jarenlang de hoogste politie-ambtenaar onder de socialisten. Iedere dag van het onderzoek kwam er wel een nieuw belastend feit naar boven waaruit bleek dat de politie-chef onder wisselende ministers rommelde met contracten, kwistig gebruik maakte van geheime potjes om vrienden en familie te feteren en geld uitbetaalde zonder dat precies duidelijk was waarvoor. Hoewel de kranten een belangrijke rol spelen in de schandalenstroom die is losgebarsten lijkt ook de pers niet geheel te ontkomen aan het web van politiek en geld. Het regeringsgezinde El Pais reageerde aanvankelijk traagjes op de beschuldigingen aan het adres van ex-bankgouverneur Rubio. Het kritische El Mundo dat de zaak rond Rubio aan het licht bracht, toonde zich op zijn beurt terughoudend in het schandaal rond de teloorgang van de flamboyante zakenman Mario Conde, een van de financiers van het blad. Conde moest deze week voor het eerst voor de onderzoeksrechter verschijnen in verband met de teloorgang van Banesto, Spanjes grootste zakenbank, waar onder leiding van Conde een miljarden-tekort ontstond. Hij wordt verdacht van wanbeheer en fraude. Het gonsde al lange tijd van geruchten over de twijfelachtige manier van zakendoen door Conde, maar de centrale bank greep pas in nadat gouverneur Rubio afgelopen zomer had plaatsgemaakt voor een nieuwe toezichthouder. Dat geeft weer voedsel aan het gerucht dat Conde al langer op de hoogte was van de wankele positie waarin Rubio zich bevond. Zoals Conde ook moet hebben geweten dat de financiele positie van de regerende PSOE weinig florissant was. De socialisten hadden immers een 'schuld' van 16 miljoen gulden uitstaan bij Banesto. Die stond al sinds 1985 op de balans en was inmiddels verhuisd naar de post 'oninbare vorderingen'.

    • Steven Adolf