Vastgelopen in het 'labyrint Zuid-Afrika'; Einde aan bemiddeling Kissinger en Carrington

JOHANNESBURG, 15 APRIL. Hij kwam, hij zag en hij kon twee dagen later onverrichterzake weer naar huis. Henry Kissinger liep gisteren vast in het bizarre labyrint van de Zuidafrikaanse politiek, nog voordat hij met Lord Carrington en vijf topjuristen goed en wel had kunnen beginnen met zijn bemiddelingswerk.

De partijen die de Amerikaanse en Britse oud-ministers van buitenlandse zaken en hun internationale gevolg hadden uitgenodigd: het ANC, Inkatha en de Zuidafrikaanse regering, konden het uiteindelijk niet eens worden over de centrale vraag waarover de bemiddeling nu precies moest gaan.

“De bemiddeling is niet mislukt. De bemiddeling is nooit begonnen”, zei Kissinger gistermiddag op een persconferentie waar hij het vertrek van zijn team aankondigde. Twee dagen geleden was het zevental met de nodige bombarie op dezelfde plaats binnengehaald, als laatste hoop voor een vreedzame schikking in Zuid-Afrika. Maar de Nobelprijswinnaar voor de Vrede toonde begrip dat de partijen hun geschillen niet in zo'n korte tijd konden oplossen. Iedereen had volgens Kissinger “met grote toewijding zijn uiterste best gedaan” om een oplossing te vinden. “Het is geen kwestie van wie de schuld heeft, het gaat erom hoe verder te gaan”. Met de beste wensen voor de toekomst verliet Kissinger Zuid-Afrika weer.

Hoe hoffelijk het afscheid ook klonk, het fiasco was er niet minder om. De Zuidafrikaanse politiek op weg naar democratie is grillig. Maar om elder statesmen als Kissinger en Carrington eerst te verzoeken om hun niet geringe status op het spel te zetten en ze vervolgens ten onder te laten gaan in geharrewar over de agenda, is gezichtsverlies van de eerste orde voor alle partijen.

Lord Carrington, die naar verluidt voor deze missie over de streep moest worden getrokken door de Britse regering, toonde zich “bijzonder droevig”. “Dit was een mogelijkheid geweest om de geboorte van het nieuwe Zuid-Afrika, een land met verbazingwekkende mogelijkheden, van nabij mee te maken”.

Zondagavond leek alles in orde. Kissinger had mondeling en per fax de verzekering gekregen van ANC en Inkatha dat ze het eindelijk eens waren geworden over de terms of reference, de opdracht aan de bemiddelaars. Nadat hij in Johannesburg was geland, bleek dat hernieuwd overleg, nu met de Zuidafrikaanse regering, tot onenigheid over de opdracht had geleid. Het ANC en de regering sloten de verkiezingsdatum nadrukkelijk uit van de bemiddeling. Inkatha-leider Buthelezi verwierp de nieuwe agenda, omdat uitstel van de verkiezingen van 27 en 28 april naar zijn mening mogelijk moest zijn wanneer de bemiddeling een akkoord over de grondwettelijke verschillen zou opleveren.

Urenlange vergaderingen, ontwerp-compromisvoorstellen en pendeldiplomatie van Kissinger brachten de partijen niet tot elkaar. De internationale bemiddeling, die door velen in Zuid-Afrika werd gezien als het laatste redmiddel in een escalerend conflict, mondde uit in het zoveelste mislukte initiatief om Buthelezi bij het democratisch proces te betrekken.

Zuid-Afrika bleef achter met de schuldvraag. Kissinger had de zaal nog maar net verlaten, of ANC en Inkatha wezen in harde bewoordingen naar elkaar. Cyril Ramaphosa, secretaris-generaal van het ANC, en Ben Ngubane, de onderhandelaar namens Inkatha, gaven in verschillende interpretaties van de gebeurtenissen van de afgelopen dagen de tegenpartij de schuld. “Dit heeft aangetoond dat het Inkatha met de bemiddeling alleen maar om te doen was om de verkiezingen uitgesteld te krijgen. Wij hebben keer op keer gezegd dat dit onbespreekbaar was. We kunnen onze vrijheid niet uitstellen”, aldus Ramaphosa.

Volgens Ngubane had het ANC “in destructieve samenspanning” met de regering de verkiezingsdatum als niet-bespreekbaar in het document opgenomen, terwijl het ANC eerder met Inkatha had afgesproken de kwestie als een agreement to disagree in de opdracht in het geheel niet aan te roeren. “Het ANC en de regering hebben te kwader trouw onderhandeld en Zuid-Afrika's beeld in de wereld besmeurd. Op deze slonzige manier ga je niet om met prominente mensen”, aldus Ngubane.

Ramaphosa hield vol dat de internationale bemiddeling “niet van tafel” was, “zelfs niet na de verkiezingen”. Het ANC wil blijven onderhandelen met Inkatha en Zoeloe-koning Goodwill Zwelithini. Maar, zo waarschuwde hij tegelijk, de regering en het ANC zullen extra troepen naar KwaZulu/Natal sturen om onder de noodtoestand de verkiezingen te laten doorgaan, hoezeer Inkatha ook tegenstribbelt. “Als de heer Ramaphosa denkt dat kragdadigheid de problemen oplost, heeft hij het mis. Je kunt met macht de aspiraties van een volk niet onderdrukken”, aldus Ngubane.