Vandervosts kruistocht tegen realistisch toneel

Voorstelling: Pelléas en Mélisande van Maurice Maeterlinck door De Tijd. Vertaling: Prof. J.L. De Belder. Regie: Lucas Vandervost. Toneelbeeld: Erik Lagrain. Spel: Nand Buyl, Chris Lomme, Johan Van Assche, Mirei Bonte, Bob De Moor. Gezien: 12/4 Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 14/5.

Maurice Maeterlincks Pelléas en Mélisande, vlak voor de eeuwwisseling ontstaan, is een naïef sprookje, maar ook een bijzonder gekunsteld drama waarin alles naar alles verwijst. Een donker woud, een tuin, een bron, een burcht, een grot - al die plaatsen druipen van de symboliek. Zo'n door en door mystiek stuk is haast onspeelbaar. Want hoe geef je op het toneel, een tastbaar medium bij uitstek, de zoektocht weer naar dat wat achter het tastbare verborgen ligt?

Voor de onvermoeibaar naar spirituele zuiverheid strevende Lucas Vandervost, zo blijkt uit zijn regie van Pelléas en Mélisande, betekent symbolisme in de eerste plaats een kruistocht tegen het realistische toneel. Een decor met kartonnen poorten en grotten van papier-maché, hoe verantwoord kinderlijk ook, is in zijn ogen slechts een visueel cliché, een platvloerse imitatie van de zichtbare werkelijkheid. Vandervost verwijst liever direct, zonder de omweg der dingen, naar een hogere werkelijkheid. Althans, dat probeert hij. Heel consequent heeft hij dus alle grondstoffelijke ballast overboord gegooid - op de acteurs na, maar die nemen dan ook haast geen ruimte in. Zij staan helemaal links of helemaal rechts van de enigszins hellende speelvloer en wanneer zij toch eens in het centrum moeten wezen, verplaatsen zij hun lichamen kuis en onopvallend als nonnen in het klooster.

Omdat ondanks al deze maatregelen toch nog steeds ìets op het podium te zien is, zijn tekst en beeld zoveel mogelijk losgekoppeld. 'Kijk me niet zo aan', zegt Pelléas tegen Mélisande, terwijl elk van hen een andere kant uit kijkt. 'Buig niet zover voorover', smeekt hij haar, terwijl zij kaarsrecht in de coulissen staat.

Reflectie lijkt het sleutelwoord te zijn van deze enscenering, waarin twee schermen van spiegelend plexiglas de enige decorstukken vormen. Pelléas en Mélisande, tegen de traditie in gespeeld door twee oudere acteurs, ondergaan hun alles verterende liefde met een kalmte en een berusting alsof ze het allemaal al eens eerder hebben meegemaakt. Net als de andere acteurs dragen Nand Buyl (Pelléas) en Chris Lomme (Mélisande) heel gewone nette kleren, die in geen enkel opzicht aan de koninklijke afkomst van hun personages refereren.

Van koninklijken bloede is iedereen in Maeterlincks stuk. Ook Mélisande, die zich niet meer herinneren kan waar zij vandaan komt. Prins Golaud vindt haar in het bos, hij wordt verliefd op haar mooie verschijning en troont haar als zijn bruid mee naar het sombere kasteel van zijn grootvader koning Arkel. Daar voelt Mélisande zich diep ongelukkig.

Het enige lichtpuntje in haar bestaan is Pelléas, en dat drijft Golaud tot razernij. Wanneer hij het paar in de kasteeltuin op een (afscheids-)omhelzing betrapt, vermoordt hij zijn broer Pelléas en verwondt hij de vluchtende Mélisande. “Arm schepsel”, fluistert zij tegen de kleine Mélisande die zij vlak voor haar dood ter wereld brengt.

De dood, dat is de eigenlijke hoofdpersoon van het drama. Al vòòr hun gewelddadige einde onttrekken Pelléas en Mélisande zich aan de wereld, waar zij naar hun gevoel toch niets te zoeken hebben. Vandervost vertaalde dat verdwijnproces in een voorstelling die zich eveneens aan alles onttrekt, zelfs aan de verplichting het publiek te bereiken. Een dermate afstandelijke regie bereikt immers het tegendeel van wat zij beoogt: zij brengt de toeschouwer geen steek dichter bij het geheim van leven en dood. Zij doodt alleen de zinnelijkheid. Wat overblijft is een armzalig hoopje intellect.

    • Anneriek de Jong