Vallend; De verjaardag van de regen

“Iedereen is vroeg of laat jarig, eekhoorn”, zei de mier. “Iedereen.”

Ze zaten naast elkaar op de tak voor het huis van de eekhoorn. De zon scheen en ze probeerden te bedenken welke verjaardag ze nog nooit hadden gevierd.

Plotseling kwam er een zwarte wolk voor de zon.

“De regen ook?” vroeg de eekhoorn.

“De regen?” vroeg de mier verbaasd.

“Ja”, zei de eekhoorn.

De mier moest heel diep nadenken. Toen zei hij: “Ja, de regen ook.”

“Maar hoe viert hij zijn verjaardag dan?” vroeg de eekhoorn.

“Nou....”, zei de mier en hij dacht weer diep na. Hij kneep zijn ogen stijf dicht, ging op zijn linker voorpoot staan, toen op zijn rechter achterpoot, en zei: “Vallend. Hij viert hem vallend.”

“O”, zei de eekhoorn.

“Hij laat zoete druppels vallen”, zei de mier, “en soms ook een gestoofd buitje.”

“Een gestoofd buitje??” vroeg de eekhoorn.

“Ja hoor”, zei de mier. “En als hij een mooi cadeau krijgt dan klettert hij en spat hij hoog op.”

“Van wat voor cadeaus zou hij houden?” vroeg de eekhoorn.

“Nou...”, zei de mier en hij dacht weer heel diep na. “Van greppels houdt hij, met oude bladeren erin, en van rul zand, en van het voorjaar...”

De eekhoorn zweeg. Hij probeerde zich voor te stellen hoe hij het voorjaar zou inpakken en dan naar de regen zou toelopen en hem zou feliciteren en zijn cadeau zou geven en hoe de regen dan het voorjaar zou uitpakken en uitgelaten in de lucht zou gooien. Zou hij mij bedanken? dacht hij. Maar hoe zou de regen iemand kunnen bedanken? Hij kon zich dat niet voorstellen. De mier kan zich dat wel voorstellen, dacht hij. Die kan zich alles voorstellen. Die kan zich zelfs honingtaarten voorstellen die fluitend in bomen klimmen en naar beneden vallen, vlak voor je voeten, als je ze dat vraagt.

Het was een tijd stil.

“Beukenoten kunnen ook jarig zijn”, zei de mier opeens, terwijl hij peinzend de lucht in keek.

“O ja?” vroeg de eekhoorn.

“Ja”, zei de mier. “Vooral zoete beukenoten. Die kunnen heel goed jarig zijn. En hun liefste wens is om op hun verjaardag opgegeten te worden.”

“Ach...” zei de eekhoorn en hij schudde zijn hoofd van verbazing.

“Toevallig”, zei de mier, “heel toevallig zijn ze vandaag jarig, wist je dat?”

“Nee”, zei de eekhoorn. Hij stond op en vroeg zich af waarom hij niet eerder had geweten dat zijn zoete beukenoten die dag jarig waren. Dan had hij hun verjaardag die ochtend al gevierd. Maar ja, dan hadden we nu niets meer te vieren, dacht hij. Hij ging vlug naar binnen en haalde al zijn zoete beukenoten met een zwierig en feestelijk gebaar uit zijn kast.

    • Toon Tellegen