Transportbataljon voelt zich een beetje vergeten

BUSOVACA, 15 APRIL. Het Kroatische meisje weegt de baksteen in haar rechterhand wanneer de witte VN-stoet met minister Ter Beek van defensie langskomt. Gooien of niet? Ze besluit het op een dreigende blik te houden, en laat de steen vallen wanneer de wagens zijn gepasseerd.

Dat was de afgelopen maanden wel eens anders, zeggen de chauffeurs van het Nederlands/Belgische transportbataljon, gelegerd in de Kroatische 'Vitez-pocket'. Voor gijzeling zijn de chauffeurs niet bang, want ze rijden nauwelijks in Servisch gebied. Wel werden vrachtwagens beschoten of moesten ze urenlang wachten bij de tientallen wegversperringen van de moslims en de Kroaten.

“Het breekt een beetje je idealisme”, zegt een chauffeur op het buitenterras van de Alpha-compagnie in Busovaca. Een windscherm werd onlangs verwijderd, omdat de dorpskinderen onder dekking van dat scherm stenen naar de soldaten wierpen. “Je waagt je leven om voedsel te brengen en krijgt bakstenen terug. Over de radio zijn er allerlei haatcampagnes: dan vertellen ze over de Kroatische radio weer dat we duizend mitrailleurs aan de moslims leveren; dan weten de moslims weer dat we de Kroaten van mortieren voorzien. Daardoor wordt dit meer een báán: je zet je lading af en rijdt weer terug.”

Sinds november 1992 rijden de troepen van het Nederlands/Belgische transportbataljon in Bosnië humanitaire transporten van en naar de pakhuizen van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN in Bosnië. Tot dusverre is zo'n 75.000 ton afgezet door de ongeveer 450 manschappen. De troepen voelen zich door het thuisfront een beetje vergeten, nu alle aandacht uitgaat naar de verrichtingen van 'Dutchbat' in de moslim-enclave Srebrenica en het vliegveld van Tuzla. Terwijl zij de échte risico's lopen, zeggen de chauffeurs.

Hun hoofdkwartier ligt in een van de brandpunten van de oorlog tussen de Kroaten en moslims, die in de laatste maanden van het afgelopen jaar en in januari een bloedig hoogtepunt vond. In oktober raakte een Nederlands konvooi bij Novi Travnik zwaar onder vuur, waarbij een Deen om het leven kwam en negen Nederlanders in benen, armen of neus geraakt werden. De kogelvrije vesten bewezen hun nut: één chauffeur kreeg een voltreffer in de borststreek, maar overleefde het.

Pag.7: 'Schieten, dat is hier een stukje cultuur'

De Vitez-pocket, een Kroatisch dal in moslim-gebied, was in het afgelopen jaar het toneel van bloedige etnische zuiveringen onder leiding van het HVO, het Kroatische leger in Bosnië. Het dorpje Busovaca, waar de Alpha-compagnie haar hoofdkwartier heeft, was in 1992 nog half Kroatisch en half moslim. Nu zijn er nog maar 27 moslimgezinnen in het dorp. De zuivering bleek overigens net iets te grondig: vorige maand wisten de Kroaten met moeite de enige bakker van het dorp, een moslim die naar het nabijgelegen stadje Zenica was uitgeweken, over te halen om terug te keren naar Busovaca.

Tot drie weken geleden werd Busovaca regelmatig door de moslims onder vuur genomen. Ook het kamp van de Alpha-compagnie werd geraakt, omdat de Kroaten, zoals gebruikelijk is in Bosnië, hun hoofdkwartier in een schooltje vlak naast het kamp vestigden in de hoop niet beschoten te worden. Barman O. Groenewout wijst vanaf het terras van zijn kantine op de glooiende heuvels rond het dal. “Dat is allemaal van de moslims, die gingen hier vooral in eerste week van januari te keer. Mortieren en luchtdoelgeschut, op een gegeven moment hadden ze zelfs een raketwerper gevonden. Vooral 's nachts is dat een mooi gezicht, dan was het hier vuurwerk. En vanaf de heuvels moet ons kamp ook een apart gezicht geweest zijn: blauwe baretten en witte lichtflitsen. Want het is onze hobby om vanaf dit terras de gevechten te fotograferen.”

In Santici, waar de Bravo-compagnie en de Belgische truckers hun kamp hebben opgeslagen, ging het er in de afgelopen maanden nog aanmerkelijk grimmiger aan toe. De loopgraven van de moslims trekken lange strepen over de omringende heuvels, de huizen die nog overeind staan, zitten vol mortierinslagen. Rond Santici werd in januari zeer fel gevochten. Het Nederlands/Belgische kamp lag in de Kroatische linies: een hoofkwartier van de HVO ligt tegen de rand van het kamp aan. En dus kwam ook hier nu en dan een verdwaalde granaat in de rollen prikkeldraad rond het kamp terecht en moesten de chauffeurs lange uren in de bunkers doorbrengen. “Het was soms best indrukwekkend”, zegt truckchauffeur A. Bakx. “'s Ochtends werd je regelmatig wakker van de krijsende mensen.”

Over het nu bereikte staakt-het-vuren bestaat enig optimisme. De moslims en Kroaten kwamen drie weken geleden overeen een Bosnische federatie te vormen, en dat heeft ook voor de Vitezpocket gevolgen gehad. Majoor G. Smoorenburg: “Het zijn kleine dingen waaraan je ziet dat het goed gaat. In Santici zie je bijvoorbeeld op zondag steeds minder wapens en uniformen in de kerk.” Er wordt nog wat geschoten, zegt Smoorenburg, “maar dat is hier een stukje cultuur.” VN-onderhandelaars hebben de partijen zover gekregen dat de zware wapens twee kilometer van de fronten zijn teruggetrokken. In de heuvels rond het dal klinkt nu en dan een doffe dreun, maar dat is volgens Smoorenburg niets om je zorgen over te maken. “De Britten zijn daar op dit moment bezig mijnenvelden op te ruimen. Sommige landmijnen zijn van eigen makelij of zijn voorzien van een dubbele boobytrap. Die kan je alleen maar opblazen.”

De VN hebben rond de Vitez-pocket tientallen 'roadblocks' van de Bosniërs en de Kroaten overgenomen. Nu zijn dat checkpoints waar een Kroaat en een moslim onder leiding van VN-troepen gezamenlijk toezicht houden op het passerend verkeer. Bij een checkpoint naar Zenica spelen de voormalige strijders gemoedelijk schaak. Een merkwaardige gewaarwording, als men beseft dat ze twee maanden geleden nog de lijken van gedode strijders uitwisselden, gewikkeld in prikkeldraad en ontdaan van hun hoofden.

Op weg naar Zenica, waar minister Ter Beek een onderhoud heeft met F. Hollyworth, de commissaris voor UNHCR in Bosnië, wachten drie bussen met voormalige moslim-inwoners van de Vitez-pocket voor een checkpoint. Smoorenburg: “Die komen kijken of er nog iets over is van hun bezittingen. Vrij zinloos, want als hun huis niet is opgeblazen, dan wonen er wel Kroatische vluchtelingen in. De pocket is etnische gezuiverd en zal dat wel blijven.”

In Zenica ligt het pakhuis van UNHCR, van waaruit 660.000 mensen van voedsel en medicijnen worden voorzien. De broze vrede tussen moslims en Kroaten heeft tot gevolg dat de Nederlandse transporttroepen in de afgelopen weken meer voedsel hebben kunnen afzetten dan ooit. Hollyworth: “Er is geen oponthoud meer bij roadblocks, hier en daar komt ook het commerciële verkeer weer op gang. We zien hier en daar weer sinaasappels en citroenen in de winkels liggen. Die hebben wij niet aangevoerd.”

Het accent zal in de komende maanden verschuiven van voedsel naar technisch materieel om de verwoeste economie weer op gang te brengen. Hollyworth: “Dat ligt nog altijd moeilijk. Brengen we onderdelen naar de moslims, dan eisen de Kroaten meestal een derde van de lading op.” Hollyworth is van plan meer gebruik te gaan maken van inheemse truckchauffeurs, in een poging de lokale transportsector weer op de been te helpen. Daarmee is de rol van het Nederlands/Belgische transportbataljon nog niet uitgespeeld. Hollyworth: “Als de wegen naar Sarajevo opengaan en de VN-luchtbrug wordt opgeheven, zal daar een enorme behoefte aan trucks zijn. Daar zien we een nieuwe taak voor de Nederlanders.”

    • Coen van Zwol