The Outsiders

De meest verbazende momenten ter wereld zijn die vlak voor een omwenteling: momenten waarop een verandering, waarvan je pas achteraf kan zeggen dat ze toen plaatsvond, daadwerkelijk zijn beslag krijgt - het moment dat de steen net onder het oppervlak van de vijver is verdwenen en het water nog niet van haar beroering blijk heeft kunnen geven.

(Later, wanneer de gevolgen van zo'n moment zich beginnen af te tekenen, ga je ook naar tekenen 'vooraf' zoeken, herinner je je opeens dat je op een avond achter het huis het geruis van grote vleugels hebt gehoord of ben je bereid te zweren dat je op een middag overal - in trams, op straathoeken, in winkels - mensen hun duim naar je hebt zien opsteken en, waarom ook niet, achteraf gezien is dat zelfs heel waarschijnlijk.)

Die momenten heb je in de liefde: op het moment dat je denkt verliefd te worden, ben je het al, of, zonder dat er een onvertogen woord is gevallen is het - juist op een moment dat je samen hard lacht om het idee alleen al - plotseling voorbij, en je weet nog een jaar lang van niks. De tijdgeest werkt precies zo: wat wij ervaren als grote gebeurtenissen zijn vaak slechts de vertraagde echo's ervan, nagezonden brieven naar adressen die inmiddels alweer veranderd zijn.

Achteraf gezien waren er voor het moment dat Amsterdam de verandering doormaakte die haar de naam en internationale faam van 'Magisch Centrum' heeft bezorgd tekenen genoeg geweest. Er hing een roekeloos soort geluk in de lucht: de geur van nat asfalt 's morgens vroeg na een nacht doorhalen, een melange van stof, rozen en chocola, of, in de luwte van de schemering, vlakbij een park, het geluid van een piano uit een open raam en close harmony gezang vanuit een als in een droom voorbijglijdende grote Amerikaan. Een kennis die een dag eerder nog achter een bureau zat langzaam dood te gaan, scheert opeens zijn kop kaal en spreekt, met op zijn schouders een kartonnen doos vol witgeschminkte schedels, op straat mensen aan met de vraag: 'Wat doen wij? Wie zijn wij? Wat zeggen we tegen elkaar?' God had in een grootmoedige bui het embargo opgeheven op alles wat leuk en spannend aan de wereld was, maar gelukkig was nog bijna niemand op de hoogte.

De ziel van dit Amsterdamse Moment van Verandering in Het Jaar van de Belofte 1966 (hoezo London, Parijs, New York, San Francisco?) wordt, wat mij betreft, meer dan door provo, beginnend hippiedom, drugscultuur, studentenrevolte - die er vorm aan gaven - vertegenwoordigd door het jakkerende krassen van de slaggitaar en de opgewonden knauw in de leadzang van een beatbandje uit Amsterdam-Oost.

Zonder instrumenten en microfoons zagen ze er uit alsof ze voortdurend honger hadden. Geen hongersnood-honger, maar 'mam, is er nog brood?'-honger, 'even een patatje scoren'-honger en 'ik heb nog steeds honger'-honger. En bleek dat ze waren, doorschijnend bijna, van nooit geen frisse lucht en altijd te lang in bed liggen, en kouwelijk, niet alleen omdat ze geen warme kleren hadden maar om zich een houding te geven ('tsjeezus man, kouououd!') en jong, onmogelijk jong. Ze noemden zich, naar het boek van de Britse schrijver Colin Wilson, dat een van hen wel eens bij de artistieke ouders van een vriendinnetje thuis had zien liggen, The Outsiders, en wanneer ze ergens optraden - in Las Vegas op de Nieuwendijk of Sheharazade in de Paardenstraat of, daar vlakbij, het Rembrandtpleintheater - zocht iedereen in het publiek al snel naar iemand om van pure opwinding een stomp tussen de ribben te geven of een zweterige zoen in de nek. Eenmaal terug buiten lichtte je de klinkers uit de straat, niet om ermee te gooien, nog niet, maar om hun gewicht in je hand te voelen, hun massa, de samengebalde energie, en bij sommige kon je, wanneer je ze tegen je oor hield, de zee horen ruisen.

De beste songs van Wally Tax en Ronnie Splinter, het songschrijversduo van The Outsiders, doen niet onder voor wat Lennon & McCartney, Ray Davies, Van Morrison of Jagger & Richard(s) in diezelfde tijd produceerden. Ze zijn intens, gemeen ('That's Your Problem'), teder ('I Love Her Still I Always Will'), trots en gekwetst ('Teach Me to Forget You'), of bijna amechtig van boosheid ('You Mistreat Me' en 'Filthy Rich'). Er zijn zelfs een paar 'classics' onder ('Touch' en vooral 'Lying All The Time'). Maar hoe knap tekst en muziek ook in elkaar steken, het zou van geen betekenis zijn zonder het geluid dat het geluid van de Amsterdamse Lente was, de af en toe als het hart van een opgejaagde haas zo snel kloppende bas, de drumroffels die klinken alsof iemand een paar vuilnisbakken omver schopt, het carillon van rinkelende gitaren, het larmoyante briesen van de mondharmonica maar bovenal het timbre en de tongval van Wally Tax.

Hij kauwde met halfopen mond op zijn tekst alsof het pruimtabak was, waarvan hij, als een honkballer aan slag, telkens stukken uitspuugde. Lov's blaand 'n a was too blaand to see, You were la'en, yeah la'en all the ta'em. Het was geen Engels, Amerikaans of zelfs Amsterdams maar wel toevallig zijn accent waarin hij - met de arrogantie van de echt goede zanger die altijd nog wat achterhoudt - in zijn songs croonde, jengelde, afzeek, preekte en smeekte en als je dat niet beviel, had je pech en juist dat maakte het rock 'n roll: gelijke delen onverschilligheid en urgentie. Wat de wereld ook te bieden heeft, wij eisen het NU voor ons op.

In zwart-wit, 8 mm-kwaliteit: tussen twee als kraaievleugels zo hoog en dicht tegen de nek aan opgetrokken schouders de schokkerig tussen microfoon en mondharmonica heen en weer bewegende kop van Wally Tax, die na elke zin met een driftig gebaar een sliert nat haar van zijn wang veegt. You can hear the people talk about.. uh... yesterday - you can hear them shout in... o so many ways - you can hear them sigh - it seems they die - when they think of today. Hij kokhalst als een kat die een haarbal kwijt moet en even later lukt dat. People don't seem to wanna know - the masquerade is over - it's time to go... FOR YOU! en dat laatste met een stem die overslaat van wraakzucht en ongeduld.

Oprotten, het hoge woord is eruit, maar het mooiste moment komt een korte gitaaraframmeling en een couplet later, wanneer Wally, meer nog tegen zichzelf dan tegen het verleden dat hij zojuist uit de weg heeft geruimd, mompelt: It's tough to know what to do now, en direct daarop in verwarde toestand het lied - en de tijd die het aankondigt - verlaat.