Schneider vraagt faillissement

BONN, 15 APRIL. De bedrijven van de ondergedoken Duitse onroerend-goedgigant Jürgen Schneider hebben een schuld van circa tien miljard mark, waarvan vijf miljard aan kredieten bij 40 banken, en zijn niet meer te redden. Een regionale rechtbank in de buurt van Frankfurt bevestigde vanochtend de ontvangst van een faillissementsaanvraag.

Gisteren besloten de banken, mede onder politieke druk uit Bonn, lopende bouwprojecten voort te zetten om faillissementen van vaak kleine bouwbedrijven in vele Duitse steden te helpen voorkomen.

Dit heeft een inderhaast gevormde groep van betrokken banken gisteren onder leiding van de Deutsche Bank in Frankfurt afgesproken. Aan hun overleg was onder meer een waarschuwing van kanselier Helmut Kohl voorafgegaan, die op de verantwoordelijkheid van de banken had gewezen. Die banken erkennen intussen dat zij Schneider de afgelopen jaren zeer grote kredieten hebben toegestaan zonder afdoende controle van de reële waarde van het onroerend goed dat hij als onderpand aanbood. Zijn onderpanden daalden trouwens de afgelopen jaren ook sterk in waarde doordat de 'herenigings-boom' in Duitsland sinds eind 1991 voorbij is en de huurprijzen in dure projecten in stadscentra als die van Berlijn, Frankfurt en Leipzig (dat na Shanghai wel 's wereld 'tweede bouwput' heet) dramatisch zijn gekelderd. In Berlijn zakten de huurprijzen bijvoorbeeld van 100 tot gemiddeld 60 mark per m. Doordat Schneider vaak geen rendabele huurprijzen meer kon krijgen bleef hij met vele, toch al overgefinancierde projecten zitten.

De Deutsche Bank, met een vordering van 1,3 miljard de koploper onder de kredietgevers, gaf gisteren een toelichtend voorbeeld bij de strafklacht die zij tegen Schneider heeft ingediend. De projectontwikkelaar had voor de bouw van het warenhuis Zeil-Galerie in Frankfurt een krediet van 415 miljoen mark gevraagd en gekregen. Hij had de grootte van het project op 18.000 m gesteld en de komende huuropbrengst op 57 miljoen mark. In feite is het project maar half zo groot.

Pag.15: Bank wist al maanden dat het mis was

Op deze manier blijkt Schneider, die alle zaken met banken zelf deed en wiens bedrijven door zijn vlucht naar het buitenland nu financieel verlamd zijn, veel vaker te hebben gewerkt. Ook zou hij dezelfde onderpanden vaak met succes bij verschillende banken voor kredietverlening hebben aangeboden. “We zijn allemaal slachtoffer geworden van zijn grote persoonlijke uitstraling”, zei een bankdirecteur gisteren in Frankfurt.

In het hoofdkantoor van de grootste Duitse bank wist men eigenlijk, zo is gisteren uitgelekt, in februari al dat het mis was met Schneiders onroerend-goedimperium. Er zijn toen wel interne waarschuwingen uitgegaan naar een filiaal in Mannheim, dat Schneider onder meer kredieten gaf op panden in Baden-Baden, en naar een dochter-hypotheekbank in Keulen, maar overigens had de Deutsche Bank geen ruchtbaarheid aan de twijfels over Schneiders gegeven en hem ook niet tegengesproken toen hij ongeruste schuldeisers met een verwijzing naar de banken liet weten dat zijn bedrijven gezond waren.

Ook lokale en regionale overheden zullen bouwbedrijven die in de steden waar Schneider elf van zijn 83 prestigieuze projecten had in moeilijkheden komen, financieel bijspringen. In totaal geldt dat voor zo'n honderd bedrijven en bedrijfjes met 8.000 banen. De Duitse regering wil bovendien via spoedige wetswijziging veranderen dat, zoals nu, in geval van grote faillissementen banken als kredietgevers altijd hun (preferente) vorderingen met voorrang behandeld zien terwijl 'gewone' klanten en leveranciers vaak achter het net vissen.

    • J.M. Bik