Retoriek

Volgens de profielschets moest de nieuwe burgemeester van Amsterdam herkenbaar zijn voor alle Amsterdammers en zich verbonden voelen met de traditie van de stad. Dus werd de nieuwe burgemeester van Amsterdam een Hagenaar, die al eerder had gesolliciteerd als burgemeester van Rotterdam. Versta mij goed: voor mijn part was de nieuwe burgemeester uit Straatsburg gekomen, uit Velsen of uit Lutjebroek. Mijn vraag is meer: waarom zoveel poeha en retoriek gestoken in een profielschets, die toch terzijde wordt geschoven als de definitieve beslissing valt?

Het antwoord, vermoed ik, zit hem erin dat wij in Nederland de schijn van democratie meer waarderen dan de democratie zelf. Neem bijvoorbeeld de sollicitatieprocedure, die tot de benoeming van de nieuwe burgemeester had moeten leiden. Van tevoren kon je in alle kranten lezen dat degene die solliciteerde bij voorbaat kansloos was. De nieuwe burgemeester van Amsterdam solliciteerde niet, daar stond hij of zij per definitie boven. De nieuwe burgemeester van Amsterdam zou worden gevraagd. Eventueel zou hij worden gevraagd om te solliciteren, maar ook dat was riskant. Wie interesse had in die baan, kon maar het beste desinteresse veinzen.

Bijna is het ook zo gegaan. Volgens Het Parool “geeft Patijn toe dat hij heeft gesolliciteerd, maar zal hij pas reageren als het kabinet hem heeft voorgedragen”. Let op de uitdrukking: geeft toe. Regenten houden er niet van om te solliciteren, regenten vinden het gewoon om gevraagd te worden, een begrijpelijk maar enigszins wrange houding in een land waar honderdduizenden werklozen zijn opgezadeld met een sollicitatieplicht.

In dit beeld past ook de klacht, die Van Kemenade als Commissaris van de Koningin heeft ingediend bij Justitie. Van Kemenade wil laten onderzoeken wie de naam van Patijn voortijdig heeft laten uitlekken. Mogelijk zal er zelfs tot strafvervolging worden overgegaan tegen de onverlaat die de pers heeft ingelicht. In elke normale democratie lekt zoiets voortijdig uit, en er is niemand die daar in een normale democratie aanstoot aan neemt. Dat hoort zo'n beetje bij het spel.

Worden er belangen geschaad als bekend wordt wie er naar het burgemeesterschap van Amsterdam heeft gesolliciteerd? Dat is nog maar de vraag. Mevrouw A. Dok-van Weele, burgemeester van Velsen, hoeft zich niet te schamen dat zij het niet is geworden. Veel meer lijkt het een eer dat haar kandidatuur überhaupt serieus is genomen. Het zal mij niet verbazen als zij daar in de toekomst nog garen bij kan spinnen.

Een zinvolle procedure zou alle afvallers in hun eer laten. Maar helaas was het geen zinvolle procedure. Het was, zoals Het Parool het noemt, “een onverantwoorde turbo-procedure”. Als er daarom tegen iemand een justitieel onderzoek moet worden ingesteld, als er iemand in de boeien moet worden weggevoerd dan is dat niet degene die de naam van Patijn heeft laten uitlekken, maar Van Kemenade zelf die van de hele sollicitatieprocedure een ridicule aangelegenheid heeft gemaakt.

Dit stukje gaat niet tegen Patijn. Na het ontiegelijke burgemeesterschap van Van Thijn zou Patijns nuchter pragmatisme wel eens een verademing kunnen zijn. Wel spreekt uit dit stukje een zekere verbazing over de mores van ons politieke leven. Zo hebben wij een premier die uit eigen vrije wil vier jaar lang met socialisten heeft geregeerd. Een maand voor de verkiezingen reist hij naar Limburg om te waarschuwen tegen diezelfde socialisten. Dan gaat hij terug naar zijn torentje, waar hij even vriendelijk als altijd zijn socialistische vice-premier ontvangt. Hallo Wim. Hallo Ruud. Thuis ook alles goed, hoe is het met de kinderen? En de socialistische vice-premier antwoordt dat thuis ook alles in orde is, want als staatsman kan hij zich niet laten kennen.

Soms lees je wel eens over verre landen, waar een hartstochtelijk politiek leven bestaat. Of je leest dat Bismarck heeft gezegd: “Er wordt nooit zoveel gelogen als na de jacht, tijdens een oorlog of voor de verkiezingen”. En dan kijk je naar Elco Brinkman en je voelt een zekere deernis, want je begrijpt dat die arme sukkel er gewoon in is gelopen met zijn commissariaatje.

Onbegrijpelijk dat zo weinig Nederlanders elders asiel aanvragen.