Overleg over tweede-fase conservatoria in impasse

DEN HAAG, 15 APRIL. De besluitvorming over de invoering van een tweede-fase opleiding aan de conservatoria is gisteren tijdens overleg in de Tweede Kamer in een impasse geraakt. Het CDA weigerde akkoord te gaan met het het plan van staatssecretaris voor onderwijs Cohen (PvdA) om hoogstens vier tweede-fase opleidingen te vestigen bij de conservatoria: twee in de Randstad en twee in de regio. Het CDA-kamerlid Beinema wilde de mogelijkheid open laten om de vier grote conservatoria in de Randstad (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) elk een tweede-fase opleiding te geven, naast de twee vervolgopleidingen in de regio.

Omdat ook de VVD dit plan voor zes tweede-fase opleidingen steunt, ontstond er in de laatste minuut van de laatste vergadering van de commissie Onderwijs op de laatste vergaderdag van de Tweede Kamer voor de verkiezingen alsnog een parlementaire meerderheid tegen het plan van de staatssecretaris. CDA en VVD hebben in de huidige Tweede Kamer samen 76 zetels, een meerderheid van 1.

Toen staatssecretaris Cohen aankondigde de komende maanden, als het kabinet na de verkiezingen demissionair is, toch verder te willen werken aan zijn plan, opperde de VVD-er Franssen het idee de kwestie politiek gevoelig te verklaren en een mogelijk onderwerp voor overleg tijdens de kabinetsformatie. Dit betekent dat de staatssecretaris de beleidsmatige voortgang van de besluitvorming over de tweede-fase moet laten rusten en tezijnertijd dient over te dragen aan zijn opvolger.

Staatssecretaris Cohen kreeg alleen voluit steun voor zijn plan voor hoogstens vier tweede-fase opleidingen van zijn partijgenoot Niessen. Beinema liet een voorkeur voor zes blijken en wil dat de staatssceretaris daarover eerst gaat overleggen met de conservatoria. Ook zijn VVD en CDA niet, zoals de staatssecretaris, D66 en de PvdA, overtuigd van de voordelen van onderlinge samenwerking van de conservatoria in de Randstad. Het CDA wil in de Randstad de mogelijkheid bezien van taakverdeling. In de regio dienen de conservatoria samen te werken bij de opzet van een tweede-fase opleiding.

Cohen toonde zich na bijna vijftien jaar discussie over aard en kwaliteit van de conservatoriumopleidingen ongeduldig en zei dat zolang de Tweede Kamer de mogelijkheid open laat voor zes vervolgopleidingen, de conservatoria nooit akkoord zullen gaan met zijn plan voor vier. Hij vroeg de Kamer op de valreep van de vergadering een duidelijk besluit van de Kamer: “hom of kuit.” Maar Beinema bleef bij zijn standpunt, zodat de vergadering eindigde in verwarring over de vraag hoe nu verder zal gaan.

Eensgezind bleek de Tweede Kamer over de noodzakelijke toekomstige inkrimping van het aantal conservatoria en over de verbetering van de vooropleidingen en van de eerste-fase opleidingen. De VVD wil het huidige aantal van twaalf conservatoria halveren en het nu voorgestane aantal van zes vervolgopleidingen weer verminderen. Staatssecretaris Cohen zei dat dit jaar het aantal studenten twintig procent kleiner is dan vorig jaar terwijl het budget gelijk blijft. Dat schept volgens hem financiële mogelijkheden tot kwaliteitsverbetering.

Algemeen was ook de opvatting dat bij een tweede fase-opleiding voor zeshonderd muziekstudenten, de helft van het aantal dat de eerste-fase voltooit, niet gesproken kan worden van een echte topopleiding voor zeldzame talenten. Ooit moet één zo'n topopleiding er komen, menen CDA en PvdA, maar volgens die partijen is dat 'toekomstmuziek'. Volgens D66 zou de topopleiding moeten werken op internationaal niveau.