Oude rot PSV mag alles tegen sprankelend spitsje

EINDHOVEN, 15 APRIL. Altijd staat hij met zijn rug naar het doel. Altijd staat hij met zijn rug tegen een verdediger aan. Altijd is hij aanspeelbaar. Altijd wil hij de bal. Kom maar, geef maar. En altijd neemt hij de bal aan. Met zijn linkervoet, met zijn rechtervoet, op zijn dijbeen, op zijn borst, het maakt hem niet uit. Als ze maar geen hoge ballen geven.

Michael Mols, spits van FC Twente, is een genot om naar te kijken. Wat hij met een bal doet grenst aan het ongelooflijke. Geen bal die hij verspeelt. Altijd een draai- of een kapbeweging, altijd bereid om de bal terug te kaatsen, altijd in staat tot een slim passje. Hij zwerft door de voorhoede, van links naar rechts. Hij sluipt. De verdediger die hem moet bewaken, is de wanhoop nabij.

De verdediger die hem vanavond moet bewaken, is Adri van Tiggelen. Eens een waardevol international, nu in zijn laatste seizoen als profvoetballer een beperkte mandekker bij PSV. Zijn beperkingen komen pijnlijk aan het licht als hij in de rug van Mols staat. Dan duwt hij, trekt hij en schopt hij. Geen mogelijkheid om fysieke middelen aan te wenden laat hij ongebruikt. Hij staat op het punt vernederd te worden.

Maar deze oude rot laat zich niet vernederen. Mols mag draaien en kappen, de bal op zijn schoenpunt, op zijn dij of op zijn borst aannemen, de bal terugkaatsen of doorgeven aan een medespeler, zodra hij er langs wil, gaat hij neer. Van Tiggelen doet alles wat niet mag, zolang de scheidsrechter het toelaat. Van Tiggelen redt zijn elftal door zichzelf te vernederen.

Ondanks al die aanslagen op zijn frêle lijf en zijn begenadigde benen, blijft Mols volharden in zijn prachtige staaltjes balcontrole. Hij incasseert de schoppen en klappen als een ijshockeyspeler. En nog verliest hij de bal zelden. Hij groeit met de minuut, hij is niet meer af te stoppen, hij moet een keer scoren. Dat moet, daar is onze hoop op gevestigd.

De scheidsrechter laat Van Tiggelen begaan in zijn slachting van dit prachtige, zeldzame Nederlandse voetbaltalent. Pas een paar minuten na rust bestraft hij de verdediger met een gele kaart wanneer deze Mols op de rand van het strafschopgebied vasthoudt. Waarom geen rood, meneer Blankenstein? Dit is toch rood, vuurrood, meneer Blankenstein. Mols zou alleen met de bal voor de doelman zijn gekomen, wanneer deze verschrikkelijke verdediger hem niet had vastgepakt.

Het elftal van Mols krijgt tenminste een vrije trap. De muur wordt opgetrokken rondom Van Tiggelen. Maar de bal zal toch een gaatje vinden en valt in het doel. Mols juicht mee met de doelpuntenmaker. Zelf heeft hij niet gescoord, maar hij kan juichen, zijn actie heeft nog tot iets geleid, een doelpunt. Toch nog een beetje rechtvaardigheid.

De stand groeit in het nadeel van het elftal van Mols. Maar Van Tiggelen speelt nog steeds in de rug van Mols, hij mag blijven. En weer wordt het spitsje geduwd en geslagen. Maar hij blijft volhouden. Oh, wat is dit genieten. Er valt nog te genieten op de Nederlandse voetbalvelden. En weer houdt Van Tiggelen Mols vast wanneer deze aan de zijkant van het strafschopgebied dreigt door te stormen naar het doel. Dat moet een gele kaart zijn. Of niet meneer Blankenstein? Nee, beduidt meneer Blankenstein. Dat zou immers rood voor Van Tiggelen betekenen. Maar zou dat misstaan? Zo zijn toch de regels? En het zou Mols van een kwaadaardige kwelgeest verlossen.

Mols gaat door met het plagen van de oude Van Tiggelen. De verdediging is gewaarschuwd. En dan is daar het doelpunt. Wat een opluchting. Boerebach wipt de bal met een boogje naar Mols die met de rug naar het doel staat, zoals altijd. Van Tiggelen is even niet in de buurt. De spits neemt de bal aan met rechts, tikt hem in een vloeiende beweging opzij en schiet in de draai met links op het doel. De doelman is verrast en kansloos. Wat een klasse, wat een geweldig doelpunt. Er is nog hoop voor Mols' elftal, de achterstand is nog maar 3-2. Er is nog hoop op het voetbalveld.

De verdediging wankelt onder de dreiging van nog een doelpunt, onder de dreiging van Mols. In blessuretijd breekt hij toch weer door. Maar Van Tiggelen treedt weer op als de redder in nood. Hij pakt zijn tegenstander vast, Mols valt en kan niet op het doel afgaan. Geel? Rood? Van Tiggelen mag alles vanavond. Het wordt een vrije trap. En die heeft geen gevolgen voor de uitslag. Voetbal is niet eerlijk.

De felicitaties na afloop in de catacomben, brengen hem in verwarring. Hij heeft toch verloren? Oh, omdat hij zo fantastisch heeft gespeeld. Ja, nou ja, daar schiet je niets mee op. Zondag speelde hij ook goed, maar werden al zijn schoten gekeerd. Hij haalt zijn schouders op. Dat ze hem zo schoppen, slaan en duwen, dat hoort er bij. Dan groeit hij. Daar wordt hij alleen maar beter van.

Hij houdt van de uitdaging. Mols is zo'n spits die alleen maar beter wordt, die groeit, zo'n spits die in een beter elftal hoort te spelen. Dan valt er nog meer van hem te genieten. Ondanks verdedigers als Van Tiggelen en hun beschermheer Blankenstein.