Informatie over ABP pas na verkiezingen

DEN HAAG, 15 APRIL. VVD-Kamerlid Van Rey wil van minister Kok (financiën) weten waarom hij de Tweede Kamer in 1992 niet vertrouwelijk heeft ingelicht over de onderhandelingen tussen ABP en Rodamco over samenwerking in vastgoed.

Van Rey heeft hierover gistermiddag nadere schriftelijke vragen gesteld. Daarmee stemt het VVD-Kamerlid in, zo bevestigde hij gisteren, met behandeling van de zaak na de verkiezingen. Voor de beantwoording van schriftelijke vragen staat een termijn van drie weken. De verkiezingen zijn over tweeëneenhalve week.

Eerder deze week had Van Rey gesproken over een verzoek voor een spoeddebat, nadat hij uit een openbaar geworden brief van oud-ABP-voorzitter Reijnen uit 1990 had geconcludeerd dat Kok de Tweede Kamer in 1992 onjuist had ingelicht. Deze conclusie is “op dit moment” van de baan, aldus Van Rey.

Uit de brief van Reijnen maakte Van Rey op dat het ABP destijds pogingen heeft gedaan het vastgoedfonds Rodamco, onderdeel van de Robeco Groep, over te nemen. Volgens Van Rey had Kok dit in 1992 op Kamervragen van de VVD ontkend.

In een reactie wees Kok er echter op dat de desbetreffende brief “een onjuist beeld” gaf van besprekingen tussen zijn ministerie en het ABP. Hij maakte een destijds aan Reijnen geschreven reactie openbaar die dit bevestigde. Daarin schreef Kok aan de ABP-voorzitter dat hij een eventuele overname van Rodamco door het ABP pas zou goedkeuren als het een vriendelijke overname betrof. Ook bestreed Kok in de brief dat Reijnen in een eerder gesprek gewag had gemaakt van “het uitbrengen van een openbaar bod op alle uitstaande aandelen Rodamco”.

Kok antwoordde in 1992 op vragen van de VVD dat hij destijds nooit een verzoek heeft gehad akkoord te gaan met overname door het ABP van Rodamco. Hij wijst er nu op dat “het vestrekken van andere indrukken” destijds tot de openbaarmaking van “koersgevoelige informatie” zou hebben geleid.

Het ABP deed nooit een formeel overnamebod op Rodamco. Wel bereikten Rodamco en ABP in de loop van 1992 een akkoord tot samenwerking bij beleggingen in onroerend goed.