Het echte kwaad is banaal; Joan Brady, winnares van de Whitbread-prijs, over blanke slavernij

Sinds de roman 'Theory of War' van de Amerikaans-Britse schrijfster Joan Brady werd bekroond met de Whitbread-prijs, neemt de waardering voor haar nu vertaalde boek snel toe. Eerder was haar roman over een wraakzuchtige grootvader die in zijn jeugd slaaf was geweest vooral onderwerp van een debat: waren de blanke slaven te vergelijken met de zwarte of niet? “Er werden belachelijke vergelijkingen gemaakt die er op neer kwamen dat de ene groep slaven meer zou hebben geleden dan de andere,” zegt Brady. “Ze beschuldigden me ervan dat ik de slavernij van de zwarten afnam.”

Joan Brady: Een daad van geweld. Vert. Kathleen Rutten. Uitg. De Geus. 270 blz. Prijs (geb.) fl.39,90

- : Theory of War. Uitg. Abacus paperback. 210 blz. Prijs fl.26,55

Brady ziet ook haar besluit om danseres te worden nu als een onderdeel van haar familie-tragedie. “Voor ballet moet je hard en volgzaam zijn. Ik kwam uit een familie die met zichzelf overhoop lag en ik zocht een plaats waar absolute controle heerste. De balletwereld is zo'n eenvoudige omgeving. Iedereen weet waar je positie in de gelederen is. En je hoeft alleen maar de aanwijzingen van de choreograaf op te volgen.”

Na een paar uur praten stelt Brady voor me het nabijgelegen Dartmoor te laten zien en het landgoed Dartlington, waarover ze in haar autobiografie schrijft. Dank zij de Whitbread-prijs heeft ze haar oude Volkswagen kunnen inruilen voor een grote Renault. Te laat begrijp dat ze nog bijna niet met haar nieuwe aanwinst gereden heeft. Het kost haar de grootste moeite om het gevaarte door de smalle garagedeuren van haar huisje de weg op te krijgen, maar als we eenmaal buiten zijn is alle onwennigheid verdwenen. Brady wordt de vrouw die wil laten zien wat ze kan. In een griezelig hoog tempo gaat het erop los, tussen de heggetjes en muurtjes van het Engelse landschap door, heuvel op, heuvel af. Maak je maar niet ongerust, zegt ze terwijl het zweet me in de handen staat, de Engelsen zijn hele goede rijders.

In haar boek laat Brady haar grootvader een diepe haat ontwikkelen tegen zijn 'stiefbroer', het kind van de boer voor wie hij werkt. Terwijl de broer naar school mag en in huis in een bed slaapt, moet de grootvader ongeschoold blijven en in een schuurtje op de grond slapen. Ik zeg haar dat deze fragmenten mij aan Assepoester deden denken. Ze geeft ze het grif toe. “De verhalen die ons werden verteld, waren net Assepoester. Alleen was Assepoester in ons geval een jongen.”