Groeiende weerstand tegen actie voor Koerden

ANKARA, 15 APRIL. Tien dagen geleden werd op de vliegbasis Inçirlik aan de Turkse Middellandse-Zeekust de derde verjaardag van operatie 'Provide Comfort' gevierd. Het was een feestelijke bijeenkomst met zo'n 2.000 gasten, waar nog eens werd gememoreerd hoe de operatie van de Amerikaanse, Britse en Franse geallieerden in het voorjaar van 1991 begon: met het droppen van tienduizenden tonnen aan hulpgoederen als voedsel, kleding, water, tenten en dekens voor de overwegend Koerdische bevolking, die na een mislukte opstand tegen het bewind van Saddam Hussein naar de Turkse bergen was gevlucht.

De 3,5 miljoen Iraakse Koerden dachten - daartoe aangezet door de toenmalige Amerikaanse president George Bush, die de Iraakse dictator Saddam Hussein via een opstand van het Iraakse volk ten val hoopte te brengen - dat het bewind in Bagdad zo verzwakt uit de Golfoorlog was gekommen, dat na een halve eeuw van guerrillastrijd de tijd inderdaad rijp was om de macht in Noord-Irak aan zich te trekken. Maar de spontane volksrebellie liep uit op een militaire confrontatie met het Iraakse leger. En de Koerden vluchten, vooral uit angst voor de chemische wapens die Saddam Hussein eventueel zou kunnen inzetten, massaal naar de Iraanse en Turkse grensstreek, waar tienduizenden aan de ontberingen bezweken.

Om aan de tragedie in de bergen een einde te maken, werden 50.000 vierkante kilometers van Noord-Irak door de geallieerden tot 'safe haven' verklaard. Met de hulp van militairen uit nog eens negen landen, waaronder Nederland, werd de overwegend Koerdische bevolking zo in enkele weken tijd in staat gesteld om naar hun huizen terug te keren. Vervolgens kondigden de VS, Frankrijk en Engeland een 'no fly zone' boven de 36st breedtegraad af om de Koerdische bevolking te beschermen tegen vergeldingsaanvallen van het Iraakse leger.

Het is een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt. De geallieerden, met een totaal van 1.128 manschappen en circa 70 Franse, Britse en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en ondersteunend materieel, operen sindsdien vanaf de vliegbasis Inçirlik. Dagelijks worden er verkenningsvluchten uitgevoerd, terwijl men tevens over een Militair Coördinatie Centrum (MCC) in Zakho, in het hoge noorden van Irak, net over de Turkse grens.

Het mandaat van Provide Comfort wordt elke zes maanden verlengd door het Turkse parlement. Maar de weerstand in Turkije tegen de aanwezigheid van de geallieerden in Noord-Irak groeit nu de Koerden steeds zelfstandiger worden. Een kleine twee jaar geleden werden er algemene verkiezingen gehouden in Noord-Irak, waarna de regio min of meer als een de facto onafhankelijke Koerdische staat wordt bestuurd. In politieke en militaire kringen in Turkije bestaat de indruk dat de aanwezigheid van de Westerse geallieerden de Koerden juist in staat stelt om een eigen staat op te bouwen.

Om de territoriale eenheid van Irak te bewaken, voert Turkije regelmatig overleg met de buurlanden Syrië en Iran. Bovendien is het Turkse aandeel in Provide Comfort uitgebreid, na aanhoudende berichten dat geallieerde hulpgoederen ook ten goede zouden komen aan de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die een guerrillaoorlog voert in Zuidoost-Turkije.

De verzetsorganisatie maakte na de Golfoorlog gebruik van het machtsvacuüm in Noord-Irak, door zich in de Iraakse grensstreek te nestelen. Het Turkse leger voert voortdurend lucht- en grondaanvallen uit om hen uit deze regio te verdrijven. Bovendien vliegen Turkse militairen ter controle mee met de geallieerden en is de leiding van het MCC sinds een jaar in gemeenschappelijke handen van Turkije en de VS.

    • Froukje Santing