'Europese' krat moet winst Wavin herstellen

ZWOLLE, 15 APRIL. Middenin het recessiejaar 1993 heeft kunststoffenfabrikant Wavin een gouden greep gedaan om de teruglopende omzet en sterk dalende resultaten om te zetten in herstel: het groene 'Europese krat' voor bierbrouwer Heineken.

Het krat neemt in reclames steeds vaker de plaats in van flesjes. Brouwers hechten sterk aan een krat waardoor hun produkt overal in Europa wordt herkend. Dit jaar introduceert Heineken het nieuwe kunststof krat in Hongarije, van waaruit het heel Europa moet veroveren. Wavin heeft bij Heineken en een reeks andere Europese brouwers sterke papieren, omdat het bedrijf gebruikte plastic produkten (zoals de oude kratten) inneemt en verwerkt tot nieuwe fabrikaten.

Tegelijkertijd spreidt Wavin zijn vleugels uit over Oost-Europa, met eigen vestigingen en joint ventures in Polen, Hongarije, Tsjechië, de voormalige DDR en zelfs een mobiel mini-fabriekje in de Siberische olieprovincie Tjumen. Daar richt het bedrijf zich op de sterk groeiende markt voor leidingsystemen, vooral voor de distributie van aardgas. Kunststof is een ideaal materiaal voor de vervanging van de metalen leidingen in Oost-Europa die veelal ernstig lekken. Vorig jaar zorgde de produktie en verkoop in Oost-Europa al voor een omzet van 300 miljoen gulden.

Water en vinyl waren bijna veertig jaar geleden, toen drinkwater in Nederland nog alleen door gietijzeren en loden leidingen stroomde, de ingrediënten voor de oprichting van een kleine onderneming. De eerste letters van die twee grondstoffen werden tot de naam Wavin gecombineerd. De distributie van schoon en gezond drinkwater moest in de jaren '50 veilig worden gesteld. Ir. J.C. Keller, directeur van de Water Maatschappij Overijssel (WMO), zocht daarvoor een nieuw materiaal: plastic. In 1950 bouwde hij in Zwolle een eenvoudige werkplaats, met een extruder, een machine die drie jaar later de eerste plastic buizen maakte: roestvrij, schoon, duurzaam, lekvrij en licht in gewicht.

In 1955 richtte Keller Wavin op, het bedrijf dat zich nu met veertig vestigingen in achttien landen trots de provinciale multinational noemt. Want nog steeds wordt Wavin vanuit Zwolle geleid, met WMO als een van de twee aandeelhouders die elk een belang van 50 procent hebben. Multinational Shell is sinds 1962 de tweede aandeelhouder. Voor de afzet van zijn grondstoffen voor plastics, produkt van de petrochemische Shell-fabrieken in Pernis en Moerdijk, is Wavin een belangrijke klant.

Geen wonder dat Shell, zoals Wavin-directeur ir. A.J. Driessen opmerkt, trouw zorgt voor extra bedrijfskapitaal als Wavin op het overnamepad is. Het olieconcern koestert deze halve Overijsselse dochter; maar liefst vijf Shell-directeuren zijn er commissaris.

“Je wordt bij Shell echt niet zómaar commissaris van Wavin”, zegt Driessen, die zijn onderneming een “unieke public-private partnership” noemt. Bij geen enkel ander bedrijf wordt het toezicht uitgeoefend door een raad van commissarissen die uit vijf Shell-mensen, vier burgemeesters uit Overijssel en een geduputeerde van de provincie bestaat.

Wavin groeide de afgelopen decennia sterk door de opening van nieuwe fabrieken, acquisities en joint ventures. Het is vooral sterk op het gebied van kunststof leidingen. Daarnaast maakt het plastic kratten en bakken, folies voor verpakking van industriële produkten, landbouwplastic, huisvuilzakken en kunststof profielen.

De sterk geslonken resultaten over 1993 (de netto winst kelderde van 20 miljoen tot 800.000 gulden en het bedrijfsresultaat liep terug van 106 naar 84 miljoen) geven een wat sombere momentopname. Die situatie doet denken aan het lage punt in een “zaagtandlijn”, het beeld dat directeur Driessen - die in zijn vrije tijd aan bergbeklimmen doet - schetst van een tocht naar een top in het Himalaya-gebergte. De bergbeklimmer moet, om aan de ijle lucht te wennen en voldoende rust te nemen, na elke etappe omhoog weer een afdaling maken naar een basiskamp.

Intussen is Wavin in het eerste kwartaal van dit jaar alweer omhoog geklauterd. Het zou Driessen teleurstellen, zei hij gisteren bij de presentatie van zijn jaarcijfers, als hij over 1994 niet het winstniveau van 1992 (20 miljoen gulden) overschrijdt.

De kansen lijken daarvoor gunstig, want de markt voor kunststof produkten trekt aan in Groot-Brittannië, Nederland en Oost-Europa. “We zijn het dieptepunt gepasseerd”, zegt Driessen. In twee jaar heeft de directie 24 miljoen gulden aan kosten van een ingrijpende herstructurering (vorig jaar 14 miljoen) afgeboekt. Door die operatie worden de produktiekosten met 100 miljoen verlaagd. In 1993 daalde het personeelsbestand met 10 procent.

Wavin heeft daarmee de bakens willen verzetten en concentreert zich nu op zijn belangrijkste produkten: leidingsystemen, (bier)kratten en bakken, en folies. In de plastic leidingen en fittingen is het bedrijf al de grootste producent binnen Europa, en door de fusie met de Duitse krattenfabriek Berolina ontstaat een tweede 'leiderschapspositie' die van pas komt als het Europese bierkrat een succes wordt en straks vele miljoenen exemplaren in zes fabrieken van de band zullen rollen.

Waar leiderschap in de markt niet direct haalbaar is, zoekt Wavin naar samenwerking met concurrenten. De folies, die met vijf fabrieken 15 procent van de omzet leveren, wil de directie in een joint venture onderbrengen. De kleinste activiteit, de produktie van profielen voor de bouw en de industrie, is vorig jaar al teruggebracht door de verkoop van een fabriek in Duitsland. In deze tak denkt Wavin op eigen houtje geen prominente plaats op de Europese markt meer te kunnen verwerven. Daarom zal de profielenfabriek in Hardenberg waarschijnlijk dit jaar in een samenwerking opgaan of worden verkocht.

    • Theo Westerwoudt