De programma's dreigen het het van de kiezers te verliezen

Het bestaansrecht van de politieke partij wordt de laatste jaren steeds sterker in twijfel getrokken.

J.A.G.M. van Dijk schetst een zevental alternatieven en wijst op de gevaren van de 'campagne-organisatie': een populistische beweging met vluchtige politieke uitgangspunten.

Politieke partijen vervullen in ons staatsbestel een viertal functies. In de eerste plaats zorgen zij voor de recrutering van personeel voor het openbaar bestuur. In de tweede plaats hebben zij een programmatische functie: zij bepalen de politieke agenda nadat zij de wensen van hun leden en kiezers en de noden van de maatschappij hebben opgeteld en tegen elkaar afgewogen. Daarnaast worden zij geacht een vertegenwoordigende functie te bezitten. Zij representeren (groepen van) burgers en vertolken hun wensen. Ten slotte hebben zij een electorale functie: het houden van verkiezingscampagnes en het leveren van kandidaten.

De laatste decennia hebben de politieke partijen bij de vervulling van al deze functies terrein verloren. Dit geldt nog het minst voor de recruterings- en de electorale functie. Bij de recrutering van politieke bestuurders wordt een kwalificatie in de media en in bestuursfuncties van overheid en bedrijfsleven belangrijker, maar een interne partijcarrière biedt nog steeds de beste kansen. De electorale functie wordt in toenemende mate vervuld door de campagnestaf van partijen die zich allengs losser maakt van de partij-organisatie en via nominatiecommissies invloed uitoefent op de selectie van kandidaten; de programmatische functie heeft te lijden van een teloorgang van bindende ideologieën.

De vertegenwoordigende functie bevindt zich in de grootste crisis. Na de ontzuiling in de jaren zestig heeft zich in de jaren tachtig een tweede spectaculaire ledendaling van politieke partijen voorgedaan. Volgens J. Oerlemans leidt dit tot een situatie waarin 0.4 procent van de kiezers (de actieve partijleden) de personele bezetting van de overheid bepaalt (NRC Handelsblad 12-2-1993). Bij de gemeenteraadsverkiezingen is gebleken dat veel kiezers de bestaande landelijke partijen niet meer zien als hun vertegenwoordigers. Bij elke stemming stijgt het aantal zwevende kiezers.

Zijn politieke partijen uit de tijd? Dit is een alleszins gerechtvaardigde vraag. De politieke massapartij is een verschijnsel dat aan het einde van de vorige eeuw opkwam. Het kan ook weer verdwijnen als er een beter passende organisatievorm gevonden wordt. Zeven alternatieven hebben zich de afgelopen decennia aangediend. 1. De rol van de media in de politiek neemt zienderogen toe. Gaandeweg worden zij een substituut voor de vertegenwoordiging door politieke partijen. De politieke communicatie tussen kiezers en gekozenen loopt via massamedia, nauwelijks nog via de eigen communicatiemiddelen van partijen. Media vertolken in gebrekkige mate, maar altijd nog meer dan politieke partijen, wat er leeft onder de kiezers. Zij socialiseren en integreren de kiezers in ons politieke systeem. De functie van vertegenwoordiging van burgers in het politieke systeem kan niet door de media vervuld worden. Wel spelen zij een groeiende rol bij de recrutering. Politici die slecht scoren in de media krijgen tegenwoordig weinig kans. Dit leidt tot de selectie van mediapersoonlijkheden. De ervaring leert evenwel dat dit nog geen goede bestuurders of vertegenwoordigers hoeven te zijn. De overname van de programmatische functie door media is eveneens gebrekkig. Media kunnen een nuttige invloed hebben op de politieke agenda. Maar de wijze waarop zij onderwerpen aansnijden is meestal kort en vluchtig en soms zelfs oppervlakkig. Punten verdwijnen weer van de agenda voordat zij opgelost zijn. 2. De laatste jaren wordt ook een politiek gebaseerd op informatie- en communicatietechnologie (ICT) als alternatief naar voren geschoven. Via nieuwe media als directe elektronische post en opiniepeilingen, teleconferenties en interactieve televisie zouden in de nabije toekomst alle intermediaire organisaties tussen burgers en politieke vertegenwoordiging gepasseerd kunnen worden. Directe democratie zou de vertegenwoordigende kunnen vervangen. ICT kan het informatieverkeer en de communicatie tussen politici en burgers helpen verbeteren. Dit alternatief is echter zeer zwak in programmatische en recruteringsfunctie. Directe peilingen leiden tot wisselende en wellicht zelfs tegenstrijdige meerderheden bij de keuze voor zaken en personen.

Geen beslissingsondersteunend systeem is voorlopig in staat de complexiteit van politieke keuzen onder de knie te krijgen. De noodzakelijke afwegingen worden ofwel gesimplificeerd (via een dictatuur van meerderheden) ofwel alleen nog maar verder gecompliceerd door een overdaad van grotendeels onbruikbare informatie. Het bijbehorende politieke personeel, bestaande uit technocraten die goed zijn in marketing, marktanalyse en statistische interpretatie, levert niet het gewenste type politicus dat met visie bestuurt op hoofdlijnen. 3. De denktank is het favoriete alternatief van vele intellectuelen. Zij kunnen de halfbakken compromissen en visieloze oplossingen van politici vaak nauwelijks aanzien. Denktanks bestaan er in velerlei vorm. Men heeft officiële adviescommissies van de overheid, maatschappelijke stichtingen voor onderzoek en advies en allerlei discussies die georganiseerd worden door de media. De denktank heeft een programmatische functie en hoeft zich minder te bekommeren om compromissen dan politieke partijen. De geboden oplossingen zijn dan ook vaak even doortastend als eenzijdig. De vertegenwoordigende en recruterende functie van partijen kunnen denktanks niet overnemen. Zij vertegenwoordigen slechts delen van de intelligentsia. Bovendien zijn briljante denkers ook niet per definitie goede bestuurders en vertegenwoordigers. 4. De crisis van politieke partijen leidt bij herhaling tot de oprichting van zogenoemde politieke bewegingen. Zij richten zich op programmatische vernieuwing. Evenzo belangrijk is hun vertegenwoordigende functie. Zij springen in de gaten die politieke partijen openlaten en hebben dan ook meestal een populistisch karakter. De Lega Nord in Italië begon als een nationalistische politieke beweging. Ross Perot startte een beweging voor politieke vernieuwing en de stem van het 'gewone volk'. De politieke beweging wordt ook gebruikt als methode voor politieke hergroepering. Zo probeerden Schäfer en Van der Louw de sociaal-democratie te hervormen. Kenmerkend voor dit alternatief is dat het kortstondig is, bijdraagt aan politieke hergroepering ... of dat het uitloopt op de vorming van een politieke partij. 5. Het alternatief dat het meest verankerd is in de maatschappij is de oude of nieuwe sociale beweging. Dat het met de actieve betrokkenheid van burgers bij maatschappelijke vraagstukken wel meevalt, wordt bewezen door het blijvend lidmaatschap van oude organisaties als de vakbeweging en het groeiend ledental van nieuwe organisaties op het terrein van milieubescherming, emancipatie en solidariteits- of vrijwilligerswerk. Hun ledental overtreft dat van politieke partijen vele malen. Het feit dat juist deze bewegingen op politiek niveau vaak geen andere uitweg zien dan de oprichting van een politieke partij is een duidelijk bewijs dat er op dit niveau nog geen echt alternatief bestaat. De groene, vrouwen-, vredes-, arbeiders- en allochtonenpartijen zijn echter per definitie partiële alternatieven. Zowel op het gebied van programma, vertegenwoordiging als recrutering. 6. Het beste bewijs voor de blijvende functie van de politieke partij is haar meest nihilistische alternatief: de protestpartij. De opkomst van dit type politieke partij is zowel een uitdrukking van de crisis als van de (voorlopige) onmisbaarheid van deze politieke organisatievorm. Van de protestpartij valt op programmatisch en recruteringsvlak weinig te verwachten. De meeste nieuwe lokale en landelijk partijen zijn opportunistische constructies die eenvoudigweg de steken (stemmen) oprapen die de bestaande partijen laten vallen. Protestpartijen hebben een belangrijke vertegenwoordigende en signaalfunctie, zoals bleek bij de gemeenteraadsverkiezingen. 7. Het laatste alternatief is de campagne-organisatie. In Europa is deze nog nauwelijks zichtbaar, maar in de Verenigde Staten komt de campagne-organisatie steeds duidelijker los te staan van de politieke ledenorganisatie waar zij uit voortkomt. In een professionele, moderne verkiezingscampagne krijgt de campagnestaf een zwaarder eigen gewicht. Amerikaanse politici leunen nu al meer op hun campagnestaf en externe financiering dan op hun partij. Zij zijn voortdurend bezig met hun herverkiezing. De campagne-organisatie lijkt het meest realistische alternatief voor de bestaande politieke partij. Het is een moderne vorm van kiesvereniging.

In deze vorm kunnen diverse aspecten van de hiervoor geschetste zes alternatieven een plaats krijgen. De organisatie van Ross Perot is hier een goed voorbeeld van. Zij is begonnen als een populistische politieke beweging met het sterke accent van een protestpartij. Zij richt zich volledig op de media en maakt veelvuldig gebruik van informatica-technologie. Zij organiseert debatten en vormt denktanks op specifieke onderwerpen waarmee men ook delen van sociale bewegingen probeert aan te spreken. De organisatie van Perot heeft inmiddels miljoenen supporters en lijkt te evolueren naar een politieke partij. Als het zover komt, zal zij waarschijnlijk het karakter van een campagne-organisatie behouden.

In gematigde vorm lijkt de campagne-organisatie ook in Europa het alternatief van de toekomst, of men dit nu toejuicht of niet. Zij recruteert mediapersoonlijkheden en deskundigen. Zij werkt met actuele verkiezingspunten en probeert rechtstreeks met kiezers te communiceren. Zoals vele critici opgemerkt hebben, betekent dit een verarming van de politiek. Het leidt tot een beperkt soort van volksvertegenwoordiger en tot vluchtige politieke actiepunten waarmee men de complexiteit van problemen nog minder dan voorheen aankan. In vele opzichten gaat het om een schijn van democratie en om een communicatie met geselecteerde en gemanipuleerde doelgroepen.

Waarom is de campagne-organisatie het meest realistische alternatief? Omdat zij zich consequent baseert op het belangrijkste resterende fundament van de politieke partij: haar electorale functie. Vertrekkend uit deze minimale maar zekere basis kan men zonder scrupules elke innovatie en modernisering van de politiek benutten. De gevestigde partijen kunnen dit veel minder. Onder de druk van hun leden aarzelen zij - terecht volgens de maatstaven van een politiek die de problemen van deze tijd in hun diepgang en samenhang beschouwt - bij de overgang van een programmatische ledenorganisatie naar een electorale vereniging. Zij krijgen ook niet de gelegenheid om zich aan te passen omdat de meeste Westerse landen niet in staat blijken tot enige staatkundige vernieuwing. Dan rest slechts de mogelijkheid om de organisatie van de politieke partij zelf aan te passen bij de hiervoor geschetste alternatieven. Als men tenminste niet al te veel ruimte wil bieden aan de Perots, de Bossi's en zelfs de Zjirinovski's.

    • J.A.G.M. van Dijk