De geboortevolgorde van zinnen

Karel van het Reve zegt dat hij geen enkel probleem heeft met de eerste zin. Die opmerking is alleen maar interessant als je bedenkt dat veel schrijvers juist wel moeite hebben met de eerste zin. Hadden zij de eerste zin, dan hadden zij een roman of een artikel. Het almaar uitblijven van de eerste zin drijft hen tot wanhoop.

Als er meer eerste zinnen waren, dan zou het veel beter gaan met de literatuur en de wetenschap. Het rusteloos zoeken naar een bevredigende eerste zin vindt men terug in alle lagen van de bevolking. Ook studenten klagen er over dat zij niet aan het werk kunnen door het ontbreken van de eerste zin. Het schijnt zelfs een probleem te zijn bij het houden van toespraken. Hoe vaak hoor je niet: “Toen uw voorzitter mij vroeg om bij gelegenheid van de jubileumuitgave van het handboek neonatologie iets te zeggen over onze gezamenlijke inspanning, dacht ik direct, hoe kom ik in godsnaam aan de eerste zin.” In de dagelijkse conversatie vind je het probleem niet terug. Die zou eerder gebaat zijn met enig vertragend getob over de eerste zin.

Bij het zoeken naar de eerste zin worden ook onbetamelijk veel sigaretten gerookt. Ik ken een lezer die beweert dat hij aan de kwaliteit van de eerste zin, vrij exact kan vaststellen hoeveel sigaretten het de schrijver heeft gekost deze op papier te krijgen. Hij heeft mij eens verontrust gebeld dat hij duidelijk kon merken dat ik bij de eerste zin niet had gerookt. Die eerste zin was waarschijnlijk niet goed, vrees ik. Men zou eigenlijk pas na voltooiing van de eerste zin zich zelf moeten belonen met het opsteken van een sigaret, maar veel schrijvers laten de beloning aan de prestatie voorafgaan en komen daarmee in een tragische neerwaartse spiraal terecht.

Als de schrijver een vrouw heeft of de schrijfster een man, zegt deze vaak omdat het getreuzel het gezinsleven ontwricht: waarom begin je niet gewoon. Zo'n opmerking is meestal het einde van de verhouding.

Je zou het probleem van de eerste zin kunnen omzeilen door eerlijk te bekennen dat de eerste zin aan je stuk ontbreekt. Maar dan doet de schrijver eigenlijk een beroep op de metataal, de taal waarin wij iets zeggen over wat wij gaan zeggen. Iets in de trant van: Deze zin vindt het niet erg om te fungeren als eerste zin, nu een goede eerste zin ontbreekt. Voor een schrijver is dat een nederlaag. Hij is als de moeder die voorrang verleent aan de geboorte van haar kleindochter als de geboorte van haar dochter te pijnlijk wordt.

Aan sommige eerste zinnen kan men het geboortetrauma aflezen. En er zijn eerste zinnen die al snel genetisch beschadigd blijken en die geen lang leven is beschoren. Het komt ook wel voor dat een schrijver zijn eerste zin moet afstaan, omdat hij er verder niet voor kan zorgen. Die zinnen worden door een andere schrijver, die kinderloos dreigt te blijven, liefdevol geadopteerd. Van die zinnen is het biologisch ouderschap onzeker en dat leidt vroeg of laat altijd tot problemen. Dat zijn de zinnen die op zoek gaan naar hun oorspronkelijke auteur.

Een heel enkele keer - zo lees je in de krant - gaat een Marokkaanse schrijver aan de haal met een zin die hij bij een Nederlandse schrijfster heeft verwekt. De gevreesde zinsontvoering. Daarom zijn er ook bewust ongehuwde schrijfsters.

Ik vermoed dat in het algemeen de aparte status van de eerste zin wordt overschat. Psychologisch onderzoek wijst uit dat de eerste zin zich in geen enkel opzicht onderscheidt van enige andere zin, die er op welke afstand ook op volgt. Veel schrijvers maken dezelfde fout als veel ouders, door bij hoog en laag vol te houden dat de eerstgeborene iets bijzonders heeft, veel intelligenter is, vaker schizofreen wordt of gemakkelijk slachtoffer van drogerende middelen. Dat is allemaal onzin. Alle denkbare deugden en kwalen zijn gelijkelijk over alle zinnen verdeeld.

Maar een schrijver onthoudt zijn eerste zin beter door alle angsten en zorgen waarmee het ontstaan gepaard ging. Zijn angst voor de gekantelde zin doet zich het scherpst voelen bij de eerste zin. Maar dat zijn eerlijk gezegd allemaal zorgen om niets. Zeker vanuit het oogpunt van de lezer is de eerste zin van geen enkel belang. Geen enkele lezer kan zonder verdere navraag een eerste zin herkennen. Want geef toe, deze laatste zin had toch net zo goed de eerste zin van dit stuk kunnen zijn. Dat had niemand gemerkt.

    • Jaap van Heerden