De engste droom van de wereld

Hans en zijn ouders zaten te ontbijten.

Weet je wat ik vannacht gedroomd heb? zegt Hans.

Iets met hele enge wezens. Die wezens kwamen met hun raket van een planeet.

Ze namen me mee en gebruikten me als een springkussen. En toen ze er genoeg van hadden, gooiden ze me naar beneden. En als ze er weer zin in hadden, namen ze me weer mee naar boven. En dan sprongen ze als een gek. Zodat ik dood ging van de buikpijn. En ze gaven me ook nooit wat te eten.

Dan een vuurbal...ze dachten dat dat gezond was. Ik zei dat een boterham met worst gezond was. Maar daar hadden ze nog nooit van gehoord. Toen zei ik: ik eet die vuurbal niet op. Maar een van de wezens zei: dan sturen we geesten en spoken. Spoken bestaan niet en geesten... daar kun je doorheen lopen.

Dat zullen we nog wel eens zien, zei een van de wezens.

En toen kwamen de spoken en de geesten. Ik werd toch wel een beetje bang.

Ze gingen me aanvallen en toen het avond was gooiden ze naar een andere planeet. Ik was zo moe dat ik meteen in slaap viel.

De volgende ochtend toen ik wakker werd, lag ik op de planeet van de wezens. Ik dacht... o nee he. Wat o nee he? vroeg een van de wezens. O niks, zei ik toen. Als je het ons niet binnen drie tellen hebt verteld, dan gooien we je naar de andere planeet, zeiden de wezens.

1, 2, 3 daar ga je dan.

En daar zat ik dan.

In ieder geval is het beter dan bij de wezens.

Twee seconden later kwam er al weer een vliegtuig aangevlogen.

En weet je wie daar in zaten?

De wezens.

En ze gooiden me naar beneden.

Dat was mijn droom.

Het was echt de engste droom van de wereld.

    • Margot Aelen