Commissie VN: in kampen van Serviërs duizenden doden

GENEVE, 15 APRIL. De Bosnische Serviërs hebben in 1992 “enkele duizenden” mensen om het leven gebracht in kampen en andere detentiecentra. Dat is één van de conclusies van de vijf leden tellende VN-commissie die sinds eind 1992 onderzoek heeft verricht naar oorlogsmisdrijven in ex-Joegoslavië. Aanvankelijk werd de commissie geleid door de Nederlandse jurist prof. Kalshoven.

De commissie heeft vanmiddag in Genève haar eindrapport uitgebracht en wordt eind deze maand opgeheven. Het materiaal wordt overgedragen aan het VN-tribunaal in Den Haag dat zich met het verdere onderzoek en de eventuele berechting van schuldigen zal belasten.

Volgens de commissie maken alle partijen in het conflict zich schuldig aan grove schendingen van het oorlogsrecht, de conventies van Genève en andere internationale rechtsnormen. Genoemd worden onder meer standrechtelijke executies, het beschieten van burgerdoelen, 'etnische zuiveringen', martelingen en verkrachtingen. De Serviërs krijgen echter een extra veeg uit de pan, omdat dezen zich volgens de commissie in tegenstelling tot de moslims en Kroaten op een systematische wijze aan wandaden schuldig hebben gemaakt.

Wegens gebrek aan mankracht zegt de commissie geen totaalbeeld te hebben kunnen geven van de gruweldaden; evenmin is een poging ondernomen om een complete lijst van mogelijk door het Haagse tribunaal te berechten verdachten samen te stellen. Wel heeft de commissie kunnen vaststellen dat er in de loop van het conflict ruim 700 detentiecentra hebben bestaan, variërend van regelrechte concentratiekampen tot aan “tijdelijke faciliteiten”. Het merendeel van de kampen zou onder Servische controle hebben gestaan.

De commissie heeft onder meer gedetailleerd onderzoek gedaan naar recente Kroatische acties in het Dalmatische achterland en in Centraal-Bosnië, naar de Servische beschietingen op burgerdoelen in Dubrovnik (1991) en Sarajevo, en naar de gebeurtenissen in Noordwest-Bosnië rond de steden Prijedor, Banja Luka en Sanski Most.

“In het gebied rond Prijedor kan men niet meer spreken van etnische zuiveringen, hier heeft regelrechte genocide plaatsgevonden,” aldus prof. Tineke Cleiren, hoogleraar strafrecht aan de Erasmus Universiteit en lid van de commissie. “In dit gebied is sprake geweest van gestructureerd optreden van het Bosnisch-Servische leger en para-militaire groeperingen, de gewone en de geheime politie”, zo stelt ze. In dit gebied warten ook de meest beruchte Servische kampen, waaronder dat in Omarska, waren gevestigd.

Volgens mr. Cleiren heeft de commissie grote problemen ondervonden bij het onderzoek naar verkrachtingen door de strijdende partijen. “Duidelijk is dat alle partijen zich aan verkrachtingen schuldig hebben gemaakt, maar de omvang van dit probleem is moeilijk vast te stellen. Veel vrouwen hebben grote schroom om openlijk over hun ervaringen te getuigen en dat geldt met name voor moslimvrouwen. Overigens hebben we ook kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van seksueel geweld tegenover mannen,” aldus mr. Cleiren. De massale publiciteit over verkrachtingen in 1992 lijkt volgens de commissie wel tot een afname van deze bijzondere schending van de mensenrechten te hebben geleid.

Voor het Tribunaal in Den Haag is juridisch gesproken van belang dat de commissie de oorlog in ex-Joegoslavië als een “internationaal gewapend conflict” heeft bestempeld. Dat betekent dat de Conventie van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen van toepassing zijn, hetgeen bij een intern conflict niet het geval is.

Over de medewerking van de strijdende partijen bij het onderzoek toont de commissie zich over het algemeen genomen tevreden. “We moeten echter wel vaststellen dat veel beloftes van Servische zijde slechts met de mond zijn beleden,” stelt mr. Cleiren. Zo is de commissie er onder meer door Servische tegenwerking niet in geslaagd om gelijktijdig massagraven in Ovcara bij Vukovar (waarin een groot aantal Kroatische slachtoffers wordt vermoed) en massagraven van Servische slachtoffers in de buurt van de Kroatische stad Pakrac bloot te leggen.

    • Hans de Vrey