Commissie: strengere toelatingseisen voor opleiding scheikunde

UTRECHT, 15 APRIL. Aankomende studenten scheikunde moeten aan strengere toelatingseisen voldoen. Het bezit van een VWO-diploma met natuurkunde en wiskunde B is niet voldoende. Als de aankomende student in exacte vakken minder dan een 6,5 gemiddeld voor zijn eindexamen heeft gehaald, moet hij verplicht worden een zomercursus te volgen of een test af te leggen. Daarna moet de faculteit een bindend studie-advies geven, dat ook afwijzend kan zijn.

Dit schrijft de visitatiecommissie die namens de Vereniging van Nederlandse universiteiten VSNU de kwaliteit van de opleidingen scheikunde heeft onderzocht. “Goede VWO-cijfers en niet een diploma met zessen dienen een toelatingscriterium te zijn”, aldus de commissie.

Het weren van studenten met “een te kleine kans op studiesucces binnen een acceptabele studietijd” is volgens de de Utrechtse emeritus hoogleraar W. Drenth, die de leiding over de commissie had, terecht. Deze studenten zouden de staf onnodig belasten en het niveau van de opleiding doen dalen. “Bovendien is het voor henzelf beter een studie te kiezen waarvoor ze geschikt zijn.”

De wet staat een dergelijke selectie van aankomende studenten met een VWO-diploma echter niet toe. Daarnaast is de selectie al decennia een punt van discussie in het hoger onderwijs. Het belangrijkste argument van tegenstanders van selectie is het onmogelijkheid is een goede voorspellende test te maken, waardoor te vaak studenten zouden worden afgewezen die de studie wel degelijk kunnen volbrengen, met verspilling van talent als gevolg. Volgens Drenth is zo'n voorspelling wel mogelijk.

De commissie komt tot haar voorstel op grond van een onderzoek aan de scheikunde-faculteit in Twente. Daaruit blijkt dat studenten met lage eindexamencijfers aanzienlijk minder kans hebben om hun doctoraal te halen dan studenten met hoge cijfers voor de beta-vakken. Wie met een 5,7 gemiddeld aan de studie scheikunde begint, maakt 18 procent kans zijn doctoraal te halen, wie met een 6,3 begint maakt ongeveer 50 procent kans daarop. Een 7 gemiddeld levert meer dan 70 procent kans op een geslaagd doctoraal en een 8 en hoger vrijwel 100 procent.

Het ministerie van onderwijs en de VSNU hebben inmiddels negatief gereageerd op het voorstel van de vistitatiecommissie. Volgens een woordvoerder van het ministerie komt het plan neer op “verkapte selectie aan de poort” en is het in strijd met het uitgangspunt van het Nederlandse onderwijsbestel dat een VWO-diploma toegang biedt tot het hoger onderwijs. De woordvoerder acht het logisch dat studenten met lage cijfers er op worden gewezen dat de studie voor hen moeilijk zal zijn, “maar niet met een extra test”.

Ook de VSNU vindt dat in beginsel het VWO-diploma genoeg moet zijn voor toelating voor de universiteit. “Selectie moet plaatsvinden in de propadeuse, door het bindend studie-advies”, aldus een woordvoerder. De VSNU ziet het advies van de commissie-Drenth als “een signaal” om snel ernst te maken met de verhoging van het niveau van het VWO door beperking van de eindexamenpakketten en de verscherping van de exameneisen.

De commissie ziet ook gevaar voor de kwaliteit van het universitair onderwijs in de grote populariteit van doorstroming uit het HBO naar een verkorte scheikundestudie aan de universiteit. De commissie “is er niet van overtuigd dat het al deze studenten tot het gewenste niveau worden gebracht”. De commissie wil slechts 10 procent van de HBO-gediplomeerden in chemische vakken de mogelijkheid geven door te stromen naar de universiteit. Al na een half jaar moet de universiteit beoordelen of de voormalige HBO-studenten voldoende capaciteiten hebben.

Het algemene oordeel van de commissie over het niveau van het scheikunde onderwijs aan de universiteiten is positief.