Brieven

Als je ver van je land van herkomst woont, ver van al je familie en je beste vrienden, is het krijgen van een brief wat een boterham met kaas voor een uitgehongerde zwerver moet zijn.

Als er op het postkantoor een pak brieven voor mij klaar ligt, en het blijkt niets anders te zijn dan reclame, blauwe enveloppen van de belasting en brieven van de bank, dan loop ik met loodzware voeten de straat weer op. Het is net of er over de hele stad een wolk van schaduw ligt. Ik ga dan naar Bib Rambla, een mooi plein dichtbij het postkantoor. Er worden bloemen verkocht en grafkransen. Er is een fontein met vier oude mannen van steen, die uit hun mond water laten stromen. Er komen geen auto's. In de winter zitten er zwermen spreeuwen in de bomen die oorverdovend kwetteren. Misschien wel dezelfde spreeuwen die een maand ervoor nog in Nederlandse bomen zo'n spektakel maakten. Soms is er een groep Indianen uit Peru die op hun Andesfluiten blazen, in hun gestreepte poncho's. Een lange zwarte vlecht hangt onder hun hoed uit.

Maar als er nooit meer echte brieven kwamen, hoe zou dat zijn? zit ik daar te denken. Natuurlijk is er de telefoon. Soms wordt het verlangen te erg en dan bel ik op. Ik word ook vaak opgebeld. Maar dat is niet hetzelfde als een brief. Want een brief kun je steeds weer opnieuw lezen. En elke keer als je hem leest, ontdek je er iets anders in.

Vroeger was brieven schrijven veel gewoner dan nu. Er was geen telefoon, dus moest alles per brief gebeuren. Er zijn briefwisselingen bekend tussen mensen die elkaar maar een paar keer in hun leven ontmoet hebben. En die dankzij hun brieven hun leven lang dikke vrienden waren.

En de verliefden! Die stuurden elkaar wel vijf of zes keer op een dag een briefje, met afspraakjes en lieve woordjes. Al die briefjes konden ze bewaren voor later, wanneer ze met elkaar getrouwd waren. Of als het weer uit was; ze zouden elkaar zonder hun brieven vast weer vergeten.

De telefoon is een mooi ding maar hij kan niet goedmaken wat door zijn schuld verloren ging. Nooit in je leven zul je alle telefoongesprekken die je met iemand gevoerd hebt, terugvinden in een doos. Samengebonden met een lintje, en een gedroogd takje jasmijn er tussen!

De laatste keer dat ik terugkwam uit Nederland, deed ik er lang over mijn tassen uit te pakken. Pas vijf dagen na aankomst hingen alle kleren weer in de kast, en had ik alle meegebrachte spullen een plaats gegeven. Toen zag ik een stukje papier met een draadje erom op de vloer liggen. Het moest tussen mijn kleren uit gevallen zijn. Nieuwsgierig maakte ik het open. Er zat een speldje in, in de vorm van een vlinder. En een briefje. Een briefje dat ik vinden moest als ik thuiskwam en me vast en zeker eenzaam zou voelen.

Tegen zo'n briefje kan geen telefoon en zelfs geen faxbericht op.