Badmintonduo dankt succes aan eigen intitiatief

DEN BOSCH, 15 APRIL. De vergelijkingen liggen voor het oprapen. Nog nooit hadden twee Nederlandse spelers in één en hetzelfde Europese kampioenschap de kwartfinales bereikt in het enkelspel. Bovendien zijn het ook nog eens twee badmintonners die enkele opmerkelijke eigenschappen gemeen hebben. De Zuidhollanders Jeroen van Dijk (Rotterdam) en Astrid van der Knaap (Kwintsheul) zijn beiden in het bezit van een fikse portie nuchterheid en tevens tonen ze zich op sportgebied uiterst initiatiefrijk.

Tot haar eigen verbazing bereikte Van der Knaap (29) in de nadagen van haar carrière voor het eerst de laatste acht van een Europees kampioenschap. Ze zette gisteravond de Deense Söndergaard aan de kant. Eigenlijk had 1992 haar 'oogstjaar' moeten worden. “Maar toen waren alle ogen gericht op de Olympische Spelen. Ik had me zo kapot gespeeld om de kwalificatie te halen, dat ik me bij het EK in Glasgow als een dweil voelde en moest opgeven.”

Na 'Barcelona' begon ze af te bouwen en in haar laatste badmintonjaar is ze bezig met, wat ze zelf noemt, 'freewheelen'. “Maar ik train nog wel het meest van de selectie, alleen zien ze mij niet zo vaak meer op de centrale trainingen”, zegt Van der Knaap, die “via onderhandelingen met de bondscoach” een uitzonderingspositie verwierf. Als ze zich één keer in de week in Utrecht laat zien, is Franssen al dik tevreden. De bondscoach: “Astrid heeft zich een groot aantal jaren enorm ingezet. Dan heb je ook recht op wat extra krediet.”

In Den Bosch bevindt Van der Knaap zich in een luxe positie, want ze beschikt over twee coaches: bondscoach Franssen of diens assistente Eline Coene en in ieder geval haar oude (VELO-)clubcoach Ad van den Hoven. “Dat gaat heel goed samen. Ik doe dit niet omdat ik geen vertrouwen heb in de adviezen van de technische staf van de bond, maar ik vind het gewoon prettig om met meer vakmensen de partijen te analyseren”, zegt de ongeplaatste Van der Knaap, die vanavond in de kwartfinale aantreedt tegen de Zweedse Christine Magnusson.

De boomlange Van Dijk deelde gisteren de eerste forse tik aan Zweden uit door in de achtste finales Rickard Magnusson opzij te zetten. Van Dijk, die met het bereiken van de laatste acht zijn plaatsing waarmaakte, geldt in de badmintonwereld net als Van der Knaap als een 'loner'. Hij gaat volledig zijn eigen gang. Met een eigen staf mensen om hem heen probeert hij met vallen en opstaan uit te stippelen hoe hij de top moet bereiken. Hij kan zich dit veroorloven dankzij subsidies en sponsors, onder meer van de Stichting Rotterdam Topsport.

Dat Van Dijk ook niet bang is om zijn nek uit te steken, bleek afgelopen zaterdag. Hij baarde opzien door in een interview met de Volkskrant onomwonden zijn kritiek te spuien aan het adres van bondscoach Franssen. “Een goeie coach, maar op badmintongebied heeft hij te weinig kennis”, is de kern van Van Dijks betoog. Dat een dergelijke openhartigheid niet door iedereen wordt gewaardeerd, laat de 22-jarige Rotterdammer koud. “Ik ben als prof dagelijks met badminton bezig. Dan moet je eerlijk je mening kunnen geven. Op veel punten waardeer ik Franssen wel, maar ik vind echt dat hij te weinig specifieke badminton-bagage heeft. Ik zou het prettig vinden als er bijvoorbeeld wat meer oud-kampioenen in de trainingssfeer terecht komen.”

Van Dijks loopbaan verliep aanvankelijk goed. Hij werd twee keer nationaal kampioen en in 1992 haalde hij verrassend de finale van de Dutch Open. Maar daarna wierp een rugblessure hem ver terug. Nu zit hij volgens eigen zeggen weer op tachtig procent van zijn topvorm. Of dat voldoende is voor een finaleplaats is onzeker.