(Anti-)utopie

In 'Archeologie van het optimisme' (CS 8-4-1994) meent H.J.A. Hofland, dat er al in een halve eeuw geen utopie of anti-utopie is geschreven die stand houdt. Ik denk dat 'The handmaid's tale' van Margaret Atwood, dat in 1985 in Canada verscheen en sindsdien ettelijke drukken beleefde, voldoet aan Hoflands omschrijving dat er voor een (anti-)utopie politiek inzicht en verbeeldingskracht op langere termijn nodig is plus uitzonderlijk optimisme of pessimisme.

Atwood schildert een 21e-eeuwse maatschappij ergens in de V.S., waar men onder een zeer geraffineerde en gewelddadige onderdrukking het voortbestaan tracht te verzekeren door een bizar van hogerhand opgelegd seksueel verkeer, omdat er door de milieuverontreiniging nauwelijks normale kinderen maar vooral niet-levensvatbare monstra worden geboren. Er is een onderling spionagesysteem, waarbij Stasi en Securitate verbleken. Atwood schetst het begin van de repressie als het sluiten van een monsterverbond tussen fundamentalisme en extreem feminisme, wat leidde tot boekverbrandingen van pornografie.

Zoals je je in de jaren vijftig en zestig afvroeg wat er uitgekomen was of zou uitkomen van '1984', is nu de vraag hoe voorspellend Atwood zal blijken. Zullen milieuverwoesting, fundamentalisme en 'rucksichtslos' geweld maatschappijen zo ontwrichten dat zulke totalitaire systemen onontkoombaar zijn? 'The handmaid's tale' is niet in het Nederlands vertaald en weinig bekend. Komt dat misschien omdat het een 'vrouwenboek' is en daarom niet 'de officiele nachtmerrie van de westelijke beschaving' aan het worden is als '1984'. Mijn beperkte ervaring is dat vrouwen er meer ondersteboven van zijn dan mannen, al begrijp ik dat niet, want de mannen zijn er in deze anti-utopie net zo beroerd aan toe als de vrouwen.

Hopelijk kan mijn dochter, die me op Atwood attenteerde, over veertig a vijftig jaar op de 'Handmaid's tale' terugzien als ik nu op '1984'.

    • Aagte Verheul-Van Rees