ABOP vreest tweedeling van arme en rijke scholen

UTRECHT, 15 APRIL. Er dreigt een tweedeling in het Nederlandse onderwijs tussen rijke en arme scholen. Dit komt doordat de overheid scholen een steeds grotere zelfstandigheid gunt. Dit zei de nieuwe voorzitter van de onderwijsbond ABOP, J. Tichelaar, gisteren tijdens een congres van zijn bond in Utrecht.

Tichelaar vreest dat de kwaliteit van het onderwijs in de toekomst zal afhangen van de vraag of scholen er in slagen om bovenop de vergoeding van het Rijk extra geld binnen te halen. De overheid mag zich volgens de nieuwe ABOP-voorzitter niet te ver terugtrekken. “We moeten niet toe naar een onderwijssysteem zoals in de Verenigde Staten wordt gehanteerd: de overheid verzorgt een basisvoorziening en inwoners, kerk en bedrijfsleven bepalen door aanvullende financiering de kwaliteit van het onderwijs in een gebied.”

Tichelaar steunt de ontwikkeling dat scholen zelfstandiger worden, maar volgens hem zal er een debat moeten worden gevoerd over de vraag tot hoever scholen kunnen gaan in hun profilering. Hij voelt er bijvoorbeeld niet voor dat schoolbesturen voortdurend aanvullingen gaan geven op loonsverhogingen die in de onderwijscao zijn overeengekomen, om zo leraren bij andere scholen “weg te kopen”.

Tichelaar nam gisteren de voorzittershamer over van E. Vogelaar, die vice-voorzitter wordt van de vakcentrale FNV. Tichelaar was de afgelopen vijf jaar secretaris van de ABOP, met ruim 48.000 leden de grootste onderwijsvakbond. Voogelaar was ruim zes jaar voorzitter van de ABOP. Onder haar voorzitterschap verliet de ABOP het - in Voogelaars woorden - “krampachtig verzet tegen de eerste dereguleringsstappen”.

Ook Vogelaar waarschuwde in haar afscheidstoespraak voor de schaduwzijden van de grotere zelfstandigheid van scholen. Zij is bang dat ook de bureaucratie vanuit Zoetermeer, waar het ministerie is gevestigd, wordt overgeheveld naar de scholen. Ook vreest zij dat het Rijk financiële risico's op een onverantwoorde manier afwentelt op scholen.