'Ze houden hun stoepje nog niet schoon'

De sociale vernieuwing in Nederland is de afgelopen vier jaar gedeeltelijk geslaagd, concluderen het Sociaal en Cultureel Planbureau en de adviesgroep sociale vernieuwing van Binnenlandse Zaken in twee rapporten die vanochtend aan minister Van Thijn zijn aangeboden. De buurt veegt de straat, de werkloze verricht gesubsidieerd werk. Een nieuw kabinet mag de aandacht dan ook niet laten verslappen, zeggen de onderzoekers. Maar in de stad halen de bewoners de schouders op. Sociale vernieuwing, dat is toch het voetbalveldje om de hoek?

Blanke en bruine kinderen gooien met knikkers en trekken elkaar aan de haren op het Nachtegaalplein in de Nijmeegse wijk Oud-West. Langs de kant van de rolschaatsbaan staan twee busjes van de Wijk Onderhouds Ploeg. Een gezette vijftiger parkeert zijn Opel Record ernaast en haalt uit de achterbak zijn visspullen tevoorschijn. “Sociale vernieuwing? Ik zou niet weten wat dat is”, antwoordt hij desgevraagd.

Ook de hoogblonde mevrouw Peters, die even verderop in haar portiekje een paar zonnestralen probeert mee te pakken, weet niet wat de term inhoudt. Gaat ze dan wel eens naar wijkvergaderingen? “Ach nee, weet u, ik heb twee kinderen, ik heb daar geen tijd voor.”

In het wijkcentrum Titus Brandsma vertelt G. van Loveren, wijkbewoner en voorzitter van de Stichting Toekomst Oud-West (Stouw), wat de problemen zijn waarmee het sociale vernieuwingsproject in Oud-West kampt. Niet dat het project een mislukking is - er gebeuren veel goede dingen in de wijk. Maar sinds 1991 mag Stouw jaarlijks twee ton uitgeven aan projecten in de wijk en de stichting krijgt het geld gewoon niet op.

“Er is weinig geestdrift onder de wijkbewoners”, zegt Van Loveren. Zo gek vindt hij dat trouwens niet. “Sociale vernieuwing is een kwestie van mentalteit. De mensen hebben dertig jaar lang geen eigen verantwoordelijkheid hoeven te nemen. Ze hoefden maar met de vingers te knippen of er stond al een welzijnsinstelling klaar. Als er onkruid tussen de tegels zat kwam de gemeente dat schoonmaken. Als wij ze nu vragen om hun eigen stoepje schoon te houden zeggen ze: dat is mijn taak niet. En dan sociale controle, waar iedereen de mond zo van vol heeft. Wie heeft er nou nog het lef om tegen zijn buurman te zeggen: hé, jij mag hier je hond niet laten kakken. Of: jouw zoon vernielt het speeltuintje. Nee, daar is langer voor nodig dan de drie jaar die we nu achter ons hebben.”

Oud-West bestaat uit drie oude Nijmeegse arbeiderswijken met dertienduizend inwoners. De buurten kampen met een cumulatie van problemen die het gebied een geschikte proeftuin voor sociale vernieuwing maakte.

In 1990 werd Stouw opgericht. De stichting kreeg een jaarlijks budget van twee ton toegewezen en mocht daarmee doen wat ze wilde. Het is 'aanjaaggeld', waarvan geen personeelskosten betaald hoeven te worden. Zo betaalt Stouw voor de vier banenpoolers die in de Wijk Onderhouds Ploeg werken, slechts de 'inleenkosten' van 3600 gulden per jaar.

De onderhoudsploeg is een van de grootste verworvenheden van sociale vernieuwing in de wijk. Er wordt enorm veel gebruik van gemaakt, vertelt F. Brukx, projectleider sociale vernieuwing Oud-West. De wijkbewoners betalen vijf gulden per uur plus materiaalkosten voor de onderhoudsploeg, die komt helpen bij behangen en schilderen, werkzaamheden aan de tuin of het trottoir.

“Essentieel is echter dat de mensen zelf een handje meehelpen”, zegt Brukx. De klusjesmannen houden tevens opruimacties en verrichten kleine reparaties in de wijk. Binnenkort zal een banenpooler als 'buurtconciërge' fungeren: hij zal vooral boodschappen doen voor bejaarden in de wijk en hen bijvoorbeeld helpen bij de aanleg van gehandicaptenvoorzieningen.

Andere projecten die Stouw van de twee ton financiert zijn een taalcursus Turks voor Nederlandse vrouwen (Brukx: “Die willen hun buurvrouw ook eens goedendag zeggen”), de uitgave van een wijkblad en het Projekt dienstverlening: een centraal informatiepunt voor buurtbewoners dat helpt bij het communiceren met officiële instanties.

Voor Van Loveren en Bukx zijn de resultaten tot nog toe voldoende om bij de gemeente te pleiten voor voortzetting van het experiment. De gemeente Nijmegen lijkt daartoe bereid. Stouw gaat de komende tijd wel op zoek naar wegen om meer bewoners bij de activiteiten te betrekken. Van Loveren: “Voor een kaartclub heb je hier zo een aantal mensen bij elkaar die de zaak willen runnen. Maar als je ze vraagt zich in te zetten voor het algemeen belang, schrikken ze terug.”

    • Frank Poorthuis