'Wereld beschouwt Afrika als onoplosbaar probleem'

PAG.9: HOOFDARTIKEL

ANTWERPEN, 14 APRIL. Toen tien Belgische blauwhelmen een week geleden door de Rwandese presidentiële garde op de meest gruwelijke wijze werden vermoord, was het lot van de Middenafrikaanse staat bezegeld. Dat is de mening van Filip Reyntjes, hoogleraar Afrikaanse politiek aan de universiteit van Antwerpen. Elke motivatie van de Belgen om tussenbeide te komen in het bloedige Rwandese conflict was in één klap verdwenen.

Volgens Reyntjes had een vroegtijdige interventie het bloedvergieten nog in de kiem kunnen smoren. “Aanvankelijk ging het om een georganiseerde slachtpartij met als doel president Habyiramana en de hele oppositie, Hutu's én Tutsi's, uit te schakelen. Pas na vorige week donderdag kreeg het moorden een primair etnisch karakter doordat Hutu-benden een klopjacht op alle Tutsi's openden.”

Hij noemt het “een schande” dat de wereld toekijkt bij de moordpartijen zonder er iets aan te doen. “De wereld trekt haar handen van Afrika af. Toen de interventie in Somalië niet opleverde wat men ervan had verwacht, is de internationale gemeenschap Afrika als een onoplosbaar probleem gaan beschouwen. Het Rwandese leger heeft maar drie bataljons in Kigali, die in vrij korte tijd door Franse en Belgische elitetroepen ontwapend hadden kunnen worden. Maar daar was geen politiek draagvlak voor, zeker niet na de dood van de tien Belgische militairen.”

Over de toekomst van Rwanda is Reyntjes zeer somber. Bij de moordpartijen van de afgelopen dagen is volgens hem het hele maatschappelijke middenveld uitgemoord. Het RPF heeft aangekondigd het vredesakkoord van Arusha te willen uitvoeren, maar is niet van plan om radicale Hutu's in een overgangsregering op te nemen. Omdat de afgelopen dagen de gematigde Hutu-elite om het leven is gebracht, zal er waarschijnlijk een minderheidsregering van Tutsi's komen en dat voorspelt volgens Reyntjes weinig goeds.

“Het einde van de ellende is nog lang niet in zicht. In de komende weken zal zich in Rwanda een humanitaire ramp voltrekken. Een miljoen mensen is nu al ontheemd en heeft voedselhulp nodig om te overleven. De bestaande hulpprogramma's werden beheerd door buitenlanders en die zijn allemaal vertrokken. Iedereen kijkt toe en doet niets. In een moreel denkende wereld zou dat niet mogen gebeuren.”

Pag.4: 'Ook Burundi loopt gevaar'

Wat heeft zich de afgelopen acht dagen in Rwanda afgespeeld, hoe heeft het kunnen gebeuren? Reyntjes komt tot de “meest waarschijnlijke hypothese” dat er sprake is van de uitvoering van een weloverwogen plan. “De presidentiële garde, die het voortouw nam bij de moordpartijen, had lijsten met daarop de namen van mensen die geliquideerd moesten worden. Die lijsten moeten vóór de dood van president Habyiramana, vorige week woensdag, al zijn opgesteld.”

Reyntjes denkt dat een aantal groepen binnen de regering vond dat Habyiramana te ver ging met de uitvoering van het Arusha-vredesakkoord, dat de regering en het RPF vorig jaar sloten. “Deze mensen willen de macht in Rwanda niet delen met het RPF. Voor sommige Hutu's is de etnische factor daarbij inderdaad een punt van overweging, en dat vooral sinds vorig jaar oktober, toen in Burundi duizenden Hutu's door het uit Tutsi's bestaande leger werden vermoord.”

Reyntjes heeft dezer dagen vaak teruggedacht aan zijn ervaringen in 1990, toen de voorbode van het onheil zich aandiende. Enkele dagen nadat de Tutsi-rebellen van het Rwandese Patriottische Front (RPF) in dat jaar vanuit Oeganda het land waren binnengevallen, verspreidde de regering in Kigali het gerucht dat het RPF binnen een paar weken de stad zou bereiken. “Dat was een voorwendsel om duizenden leden van de oppositie te arresteren, niet alleen Tutsi's, maar ook Hutu's. Ik heb toen deel uitgemaakt van een missie uit Europa die de Rwandese regering moest bewegen om die mensen vrij te laten. Dat is gelukt, maar ik herinner me dat leden van de oppositie zeiden: 'Deze keer zijn we alleen maar gearresteerd, de volgende keer gaan we er aan.' ”

Reyntjes legt er de nadruk op dat het conflict niet zuiver langs etnische lijnen loopt. “In Rwanda hebben zich de laatste jaren 'Zaïrese toestanden' afgespeeld. De schoonfamilie van president Habyiramana was tot over haar oren betrokken bij allerlei louche zaakjes zoals het smokkelen van goud, de illegale export van gorillas en ga zo maar door. Ik heb dat bij een bezoek aan Habyiramana aan Brussel aangekaart. Ik heb zelfs vijf namen genoemd, onder wie leden van de familie van zijn vrouw, maar Habyiramana wilde er niet aan. Hij hield bij hoog en bij laag vol dat zijn schoonfamilie geen vuile handen had. Misschien is dat hem wel fataal geworden. Het is namelijk duidelijk dat de Rwandese mafia haar macht zou verliezen als het RPF bij de regering betrokken zou worden en dus zeer veel belang had bij het tegenwerken van het Arusha-proces.”

Reyntjes vreest dat het geweld binnenkort zal overslaan naar het buurland Burundi, dat net als Rwanda een Hutu-meerderheid en een Tutsi-minderheid kent. Vorig jaar richtte het door Tutsi's gedomineerde leger Burundische leger nog een slachting aan onder Hutu's. Tot nu toe heeft de Burundische regering de bevolking kunnen kalmeren door steeds maar weer uit te leggen dat de Rwandese president Habyiramana het doelwit was van de raketaanval op het Rwandese presidentiële vliegtuig, en niet de Burundische president Cypriën Ntaryamira die gewoon de 'pech' had in hetzelfde vliegtuig te zitten.

Het is de vraag hoe lang die tactiek succesvol zal zijn. Bronnen in Burundi hebben gemeld dat Burundische grenswachten discrimineren tussen Hutu's en Tutsi's: Tutsi's mogen Burundi in, Hutu's moeten terug. En in Kenia zouden al voorbereidingen worden getroffen voor de evacuatie van buitenlanders uit Burundi. Eén verkeerd signaal is volgens Reyntjes genoeg om de lont te steken in het kruitvat Burundi.

    • Bernard Bouwman