Vechten om het lokaal en de computers

Door de basisvorming is de computer in het onderwijs minder vrijblijvend geworden. Verkiezingen, topografie, Rijksbegroting, woordjes, het kan allemaal vanachter het beeldscherm. Nu nog goede programma's.

Eigenlijk kende het Coornhertlyceum in Haarlem nog maar één notoire tegenstander van computers: docent Nederlands R. Jonker, naar eigen zeggen ""liefhebber van handschriften en het pure''. Uitgerekend hij won onlangs met een prijsvraag een computer. Van lieverlede is hij zich nu ""aan het evolueren''. Het gaat nog niet van harte, vertelt hij. Al vijf weken hangt de muis onaangeraakt aan het apparaat.

Maar vanmiddag gaat hij naar het computerklasje van de docent informatiekunde. Vroeg of laat moet het er toch van komen, weet Jonker. Dan gebruikt ook hij computers in de les, dat schrijft de wet nu eenmaal voor. ""Eng hè? Nou ja, de kinderen helpen me wel.''

In de docentenkamer van het Coornhertlyceum is hard gelachen om het relaas van Jonker. De meeste docenten hebben hun computervrees inmiddels overwonnen. De docent maatschappijleer laat zijn leerlingen op de computer de verkiezingen en de Rijksbegroting naspelen, de docent aardrijkskunde werkt met een topografieprogramma en bij de talen oefenen ze op de computer woordjes.

De docenten zijn niet langer bang dat de computer hen zal vervangen, maar zien hem tegenwoordig juist als hulpmiddel. Mevrouw Koe, docent Frans, vindt de computer ""een uitkomst'' voor het oefenen van woordenlijsten en standaardzinnen. ""De kinderen vinden het veel leuker. Als de computer zegt dat iets fout is, vinden ze dat niet erg. Als ik het zeg wel. Ik trek er een bepaald gezicht bij, dat zal het zijn.''

Stimulerende functie

De overheid begon in 1985 met de informatisering van het onderwijs. Vrijwel alle basisscholen zijn nu van computers voorzien (een op de zestig leerlingen) en bijna iedere school voor voortgezet onderwijs heeft een eigen computerlokaal. Van het ministerie van Onderwijs kregen ze voor tweeduizendgulden "bonnen' om software aan te schaffen. Duizenden leraren werden nageschoold. Maar twee jaar geleden besloot het ministerie van Onderwijs geen extra geld meer in de informatisering te steken. ""Wij hebben een stimulerende functie gehad'', aldus een woordvoerder. ""Nu moeten ze het zelf doen.''

Recente gegevens over computergebruik zijn niet beschikbaar. Maar volgens A. ten Brummelhuis, die aan de TU Twente onderzoek doet naar computergebruik in het voortgezet onderwijs, is er sprake van ""een gestage groei''. Dat zegt overigens niets over de intensiteit waarmee docenten afzonderlijk de computer gebruiken. ""Want de groei zit vooral bij scholen die in 1989 nog geen computers gebruikten'', aldus Ten Brummelhuis.

Hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Twente, Tjeerd Plomp, heeft ""positieve verwachtingen''. Sinds de invoering van de basisvorming is het vak informatiekunde verplicht. Ook voor ander vakken zijn computervaardigheden vereist. ""Door de basisvorming is het gebruik van computers minder vrijblijvend geworden'', aldus Plomp. ""Docenten zijn helaas nog niet ver genoeg dat ze het spontaan oppikken.''

De basisvorming brengt ook een andere manier van lesgeven met zich mee: minder feitenkennis en meer op toepassing gericht. Leraren moeten minder "frontaal' lesgeven, meer aan de leerlingen overlaten. De computer kan daarbij helpen.""Individueel onderwijs is met de computer geen enkel probleem', zegt Koe. Ze noemt als voorbeeld Arjo. Terwijl zijn klasgenoten les 9 van "Grandes Lignes' oefenen, herhaalt hij les 2. De woorden van les 9 kent hij nu wel, ""maar de rest was een beetje weggezakt'', aldus Arjo.

Computeramanuensis

Uit het onlangs verschenen TU Twente-rapport "Is er toekomst voor computers in het voortgezet onderwijs?' blijkt dat wanneer scholen zorgen voor een "centrale computercoördinator', een "computeramanuensis', goed lokaalbeheer en voldoende nascholing, de kans groot is dat vrijwel iedere docent daadwerkelijk gebruik gaat maken van de computer. Op de twee scholen voor voortgezet onderwijs die zij onderzochten gold deed 65 procent dat.

Op het Haarlemse Coornhertlyceum is docent informatiekunde Ferrari de computercoördinator. Hij weet wanneer het computerlokaal vrij is en hij bestelt de software. Elke dondermiddag geeft hij een klasje voor geïnteresseerden. ""Al die knoppen en schakelaars in het computerlokaal schrikken af'', zegt Ferrari. ""Maar als ze eenmaal bezig zijn, blijkt het reuze mee te vallen.''

Mevrouw Koe bijvoorbeeld. Als ze haar vijf jaar geleden hadden verteld dat ze in haar lessen computers zou gebruiken, had ze gereageerd: onmogelijk, kan niet. ""Ik had nul komma nul verstand van computers.'' Ze volgde een bijscholingscursus en van het een kwam het ander. Nu is ze behalve docent Frans ook docent Informatiekunde.

De belangstelling van docenten voor computers mag zijn toegenomen, er wacht nog wel een aantal praktische problemen. Nu de computerschroom is overwonnen is het vaak dringen voor het (enige) computerlokaal. ""Het is nogal een gedoe'', zeggen de docenten in de lerarenkamer van het Coornhertlyceum. Lesroosters komen vaak niet overeen met de "vrije uren' van het lokaal. ""Een kwestie van aanhoudend schuiven en organiseren.'' De Twentse onderzoekers sluiten niet uit dat het gevecht om het computerlokaal er de komende jaren wellicht toe leidt dat docenten er maar van afzien.

Een ander probleem is het tekort aan geschikte software. Veel programma's zijn gebruiksonvriendelijk: een goede handleiding en instructies ontbreken of programma's "lopen vast' op fouten in de programmatuur.

""Er is gewoon niet genoeg op de markt,'' zegt mevrouw Koe. Sinds een jaar bemoeit de overheid zich alleen nog sporadisch met software-ontwikkeling. Maar volgens Ton Diepeveen van PRINT (project invoering nieuwe technologieën) kunnen alle docenten die dat willen met software aan de slag. ""We hebben ongeveer zevenhonderd pakketten op de markt gebracht, er is geen legitieme reden meer om er niets aan te doen.''

Docent Engels M. Bos vindt de beschikbare programma's nogal saai. ""Computers zouden meer feedback moeten geven. Als je niet kan spellen, doe je dat op de computer ook met tegenzin. Je moet het leuker maken met puzzeltjes en spannende animaties terbeloning van goede antwoorden.''

De meeste educatieve softwareprogramma's leggen het af tegen de "heftige' nintendospelletjes en computergames die de kinderen thuis spelen. ""It sucks'', zegt Jan-Willem (13) die ruim voor het einde van de les het programma voor de Franse woordjes "afkapt'. Hij vindt het nogal saai. ""Na twintig woordjes heb je het wel gezien.''

De softwareprogramma's van de educatieve uitgeverijen zijn te veel ""een boek in de computer'', zegt A. van Aert van Escape, een bedrijf dat in samenwerking met docenten software ontwikkeld. ""Software in je catalogus werkt goed, dat zien educatieve uitgeverijen nu ook, maar verder zijn voor hun alle diskettes hetzelfde: een plastic vierkantje met een ijzeren klepje erop.''

Onzin, vindt de directeur van de educatieve uitgeverij Woltersgroep Groningen, B. Al: ""Wij hebben gewoon onvoldoende vraag op de markt geconstateerd.''

Een typische kip-ei situatie noemen ze bij Escape de reactie van de educatieve uitgeverijen. ""Omdat er geen professionele software bestaat, vragen de scholen er niet om en denken de uitgeverijen vervolgens dat er geen belangstelling voor bestaat.''

Niet lonend

Volgens K. Callenbach van Bruna-Informatica is het voor educatieve uitgeverijen ook niet lonend om software te ontwikkelen. Bruna richt zich vooral op de thuismarkt. ""Zit je alleen in de educatieve sfeer, dan heb je best kans dat je van een bepaald programma 200 pakketjes wegzet en that's it'', aldus Callenbach.

Het is misschien ook niet aan de educatieve uitgeverijen om software te ontwikkelen, meent Van Aert. ""De monniken die eeuwenlang handschriften kopieerden waren na de uitvinding van de boekdrukkunst ook niet degenen die de boeken gingen drukken. Daarvoor ontstond een speciaal drukkersgilde. Een nieuw medium vraagt nieuwe producenten.''