'Strijdros' is het duurste van 900 miljoen horloges

Het aantal horlogemerken is ontelbaar, de keus oneindig en de prijsverschillen ongekend. Enerzijds is er bijvoorbeeld de Sundial, de 'polszonnewijzer' van het Amerikaanse merk Fossil (net veertig gulden), wellicht het primitiefste klokje dat onder een manchet kan worden geschoven. Aan het andere uiterste bevindt zich IWC's 'Il Destriero Scafusia', het strijdros van Schaffhausen (bijna 550.000 gulden, met lederen band). Een rondgang in een wereld van 900 miljoen stuks per jaar.

Vroeger kreeg je een horloge bij het behalen van je zwemdiploma of het voltooien van de middelbare school en daar deed je je leven mee. Tegenwoordig liggen er verscheidene horloges op het nachtkastje. Een Japanner bijvoorbeeld heeft er gemiddeld drie. Ze vertellen veel over de identiteit van de drager, zijn smaak, tot welke groep hij wil behoren.

Een beetje horloge is nog altijd 'Swiss Made'. In 1601 werd het gilde van horlogemakers in Genève opgericht en binnen een eeuw vestigden 500 van deze vaklieden zich in deze stad. Honderden Franse horlogemakers, veelal Hugenoten, waren eind zeventiende eeuw gedwongen zich in de Zwitserse Jura te vestigen, toen het Edict van Nantes werd herroepen en religie niet meer vrij was. Van 1770 tot 1840 waren het vooral Fransen die klokken en zakhorloges vervaardigden. Zij waren het ook die de grote uitvindingen deden, zoals Abraham Louis Brequet die het tourbillon bedacht. Het tourbillon reduceert afwijkingen in de verticale positie van het horloge.

Zwitserland is in produktie-aantallen niet meer toonaangevend. Het in Tokio gevestigde Citizen is 's werelds grootste horloge-producent. In 1992 maakte het bedrijf er 183 miljoen, twintig procent meer dan de reus Seiko en twee maal zo veel als het Zwitserse conglomeraat SMH. De afgelopen jaren is de produktie wereldwijd geregeld met een procent of zes per jaar toegenomen. Vorig jaar werden ruim 900 miljoen horloges geproduceerd. De meeste komen uit Japan. Tweede grootste producent is Hongkong, dat vorig jaar voor meer dan zestig miljard gulden aan horloges exporteerde, gevolgd door Zwitserland, dat voor bijna tien miljard gulden uitvoerde. Vooral Hongkong stort zich nu op de opengevallen Chinese markt. Zwitserland is nog wel 's werelds grootste producent van 'mouvementen', de motoren van horloges. Het land verkocht vorig jaar voor rond twee miljard onderdelen alleen al aan Hongkong.

Zwitserland heeft vooral in het begin van de jaren zeventig zware klappen gekregen toen de electronische, kwartsgestuurde mechanismen in opkomst kwamen. In tien jaar tijds halveerde de afzet. Hadden de Zwitsers in de jaren zestig nog 43 procent van de wereldmarkt in handen, eind zeventig was dat terug gelopen tot vijftien procent. Het was de grootste crisis in de Zwitserse horloge-industrie sinds de tweede wereldoorlog. Bekende merken als Certina, Longines en Tissot werden bij tientallen opgekocht en ondergebracht bij magnaten als SMH (Zwitsers) of het familiebedrijf Hattori (Japans) , dat merken als Seiko, Pulsar en Yema bezit. De Verenigde Staten en Engeland hebben geen horloge-industrie meer van enige betekenis, hoewel het Amerikaanse Timex sinds 1960 nog het best verkochte merk in de VS is. De slogan 'It takes a licking and keeps on ticking', lijkt behalve voor het uurwerk ook voor de onderneming te gelden.

De jaarlijkse produktie van ruim 900 miljoen stuks geeft al aan dat het bezit van een aantal verschillende horloges in de rijke westerse landen eerder regelmaat is dan uitzondering: er zijn horloges voor het werk, sport, vrije tijd of uitgaan. Behalve mensen die gewoon een riante keus willen kunnen maken, zijn er ook de echte verzamelaars. De Swatchcollectioneurs bijvoorbeeld, maar ook verzamelaars van de echt dure uurwerken, die zich storten op namen als Audemars Piguet, Patek Philippe, Blancpain, Vacheron Constantin, IWC, Breguet, Chopard, Haas & Cie, Ebel en Breitling en Rolex.

Swatch kent een eigen en grote groep aanhangers. Een aantal van deze goedkope, soms in enorme oplagen gemaakte horloges worden nu al tot de 'classics' gerekend. Ze worden sinds 1983 op de markt gebracht door ETA SA, onderdeel van de Zwitserse SMH-groep als antwoord op de invasie van de Japanse digitale horloges, die de sluiting van een groot aantal Zwitserse fabriekjes hebben veroorzaakt.

Het principe van de Swatch is eenvoudig. Er worden 51 onderdelen op de grondplaat bevestigd en verzegeld in een waterbestendige kast. Op basis daarvan wordt gevarieerd met exentrieke ontwerpen, waarvan er inmiddels enkele honderden in omloop zijn. In totaal heeft Swatch al ruim 100 miljoen horloges verkocht. In december 1990 werd bij Sotheby's in Milaan nog een door Mimmo Paladino ontworpen Swatch geveild voor 40.000 gulden, waarvoor in 1989 nog 140 gulden in de winkel werd betaald. Christie's in Zürich veilde even later een Paladino voor ruim 50.000 gulden. Andere Swatch-horloges, ontworpen door Keith Haring of Folon, brengen ook vermogens op.

Niet alleen Swatch heeft zich begeven op de 'fantasie-markt' - die nu goed is voor 75 procent van de wereldwijde produktie - hetzelfde deden ook merken als Timex, US Time en Ingersoll, dat in 1933 met het eerste kinderhorloge, de Mickey Mouse, kwam. Het in 1983 te Dallas (texas) opgerichte Amerikaanse merk Fossil is nu sterk in opmars met horloges, die een sterke hang naar de jaren vijftig vertonen en bijna allemaal tussen honderd en tweehonderd gulden kosten. De Sundial grijpt terug naar een verder verleden. Het is een plastic zonnewijzer aan een horloge-bandje.

Er verschijnen ook steeds meer branche-vreemde merken in de etalage van de juwelier. Yves Saint Laurent en Pierre Cardin hebben een eigen collectie, van Camel zijn 'adventure watches' te koop, textielfabriek Benetton laat zijn eigen horloges 'up to date and up to style' door Bulova (Amerikaans) maken en ook de tennisster Gabriela Sabattini heeft haar naam aan een hologemerk gegeven. Maar ook de erven Salvador Dali brengen nu een softwatch op de markt, de gestolde versie van Dali's beroemde schilderij 'Versmeltende tijd'. Overigens heeft Dali bij zijn leven al speciaal voor Cartier horloges ontworpen, die zeer in trek zijn bij verzamelaars.

Wat collectioneurs aantrekt zijn unieke series en primeurs, zoals Swatch en Street die geregeld lanceren. De zonnewijzer van Fossil zal ook zonder twijfel een collectors item worden. Liefhebberij is er verder voor bijzondere ontwerpen, zoals die van Dali voor Cartier en 'mijlpalen' in de geschiedenis van het polshorloge. Het doktershorloge met gewelfde kast van Rolex is daar een voorbeeld van evenals Breitlings' eerste chronograaf van 1914.

Een geheel andere categorie voor verzamelaars vormen de 'wrist products', die dankzij de chip naast een reeks van andere functies ook de tijd aangeven. De Ingenieur Chrono Alarm bijvoorbeeld meet voortdurend straling in de omgeving en alarmeert de drager op het moment van een kernramp. Hij kost bijna tienduizend gulden. De Krieger Lunar Chronometer houdt zeer nauwkeurig de maanstanden bij. Daar kunnen jagers en vissers hun voordeel mee doen, omdat vis en wild zich bij een bepaalde maanstand het gemakkelijkst laten verschalken. Hij kost bijna 1.500 gulden. De Krieger Tidal Chronometer is een fractie duurder en handig voor zeelieden en zeilers, want hij houdt de getijden nauwkeurig bij voor elke kust en in elke haven.

De 'Matterhorn' bevat een digitale hoogte- en diepte-meter (tot negentig meter) en een barometer. Casio en Citizen leveren ook horloges met een diepte-meter. Het Zwitserse IWC bracht overigens in 1982 al een door Porsche ontworpen duikershorloge op de markt, waarmee tot een diepte van 2.000 meter kan worden afgedaald. En ook al is dat fnuikend voor de gezondheid van de duiker, de fabrikant acht een dergelijke certificaat van degelijkheid van groot belang voor professionele duikers. De Citizen Aqualand II kan beduidend minder diep - accuraat tot 55 meter - maakt alarmeert wel bij te snelle stijging naar het oppervlak.

Voor mensen die veel reizen heeft Pulsar de World Time Chronograph, het eerste analoge horloge dat in 24 tijdszones het uur van de dag aangeeft. Seiko brengt een horloge op de markt dat de banen van satellieten bijhoudt. Timex heeft de Nassau Scoremaster (rond tachtig gulden), die de score bij kan houden op een golfterrein met achttien holes. Casio's G-shock geeft temperatuurswijzigingen, en zonsopgangen en -ondergangen aan. Verder zijn er horloges die laten weten wanneer de drager de zon uit moet, als het type huid en de factor van de zonnebrand zijn ingevoerd in de computer van het horologe. De Jet Lag Watch corrigeert zich zelf al vliegend.

Een wat kostbaarder hobby is het sparen van uiterst gecompliceerde polshorloges. Zo bracht Audemars Piquet twee jaar geleden de Triple Complication uit, een mechanisch horloge van achttien karaats geel goud, dat rond 500.000 gulden kost. De Tourbillon automatique van dit merk is een stuk eenvoudiger en kost, in platina, bijna 120.000 gulden. In die prijsklasse zit ook de Referenz 3970 van Patek Philippe. De Tourbillon uit de collectie 'Les Complications' van Vacheron Constantin komt op ruim 170.000 gulden. In dat segment zit ook de Aequatio van Brequet.

Il Destriero Scafusia is volgens fabrikant International Watch Company het meest gecompliceerde polshorloge dat ooit is gemaakt. Het is zonder twijfel het boegbeeld van de in Schaffhausen gevestigde fabriek, die in 1868 werd opgezet door de Amerikaan Florentine Ariosto Jones werd opgezet. De horloge-maker uit Boston was halverwege de vorige eeuw naar het 'lage-lonen-land' uitgeweken en in Schaffhausen neergestreken wegens de goedkope energie, die daar aan de hard stromende Rijn werd onttrokken. Als Jones' eerste mouvement het nu nog zou doen, werd Il Destriero ongeveer 19.722.096.000 vibraties later gepresenteerd, zo hebben de ingenieurs berekend. Met andere woorden: met de introductie werd het 125-jarig bestaan gevierd.

Het uurwerk telt 21 functies, die met elkaar worden verricht door 750 onderdeeltjes, veelal niet dikker dan een haar. Het horloge geeft uren, minuten en seconden aan, bevat een eeuwig durende kalender, die de datum, de dag van de week, maand, jaar, decennium en zelf de eeuw aangeeft, alles mechanisch en automatisch. Het hoeft nooit te worden gelijk gezet, niet aan het eind van een maand en niet tijdens schrikkeljaren. In het horloge is een 'reserve-onderdeel' ingebouwd, dat aan het eind van de 22-ste eeuw een ander moet vervangen en dan geeft het uurwerk weer tot oudejaarsavond van het jaar 2499 exact de juiste tijd, dag en datum aan. De maanstandwijzer is de meest accurate ooit in een horloge gebouwd en moet na 122 jaar één dag worden bijgesteld. Als de drager dat wil, worden twee fijn gestemde gongetjes ingeschakeld, waarop uren, kwartieren en minuten worden geslagen. Wie de mogelijkheid wil hebben geregeld een blik te werpen in dit tijdlaboratorium kan de achterplaat laten vervangen door transparant saffier. Decoratie van de onderdelen kost de graveerders van IWC enkele weken werk.

Behalve zeer ambachtelijk handwerk, en microchirugische instrumentmakerij is in het horloge ongekend veel onderzoek gestoken. De research van dit enkele horloge heeft de fabriek rond vijftig octrooien opgeleverd. Zo is voor de maximale precisie een 'vliegend tourbillon' ontworpen, die acht vibraties per seconde geeft.

Voor de nieuwe bezitters moet het om middernacht van 31 december 1999 een ware sensatie zijn. Dan duwt de decenniumindicator, het 'eeuwenwieltje' 1,2 millimeter naar voren, waar het vervolgens laat zien dat we de 21-ste eeuw zijn binnengetreden. En dat wieltje moet dan weer 6.315.840.000 malen op zijn beurt wachten.

De prijs van 550.000 gulden wordt verklaard door de tijd die in de research is gaan zitten, de unieke machines waarmee de onderdeeltjes worden gemaakt en in mindere mate het materiaal, hoewel voor een gouden band wel een ton extra moet worden betaald. Daarnaast is het beperkte aantal een verklaring voor de hoge prijs. Er worden slechts 125 genummerde exemplaren gemaakt, niet meer dan 24 per jaar. Los van de vraag of er kopers in de rij zouden staan, zou de fabriek ook niet meer aankunnen gezien het feit dat één meesterhorloge-maker al zeven weken kwijt is aan de constructie van één Destriero. De fabriek die jaarlijks zeventig miljoen Zwitserse francs omzet produceert slechts 25.000 horloges per jaar. Dat is weinig, vergeleken bijvoorbeeld met een merk als Rolex dat jaarlijks 800.000 horloges maakt. Een echte IWC begint bij rond 2.000 gulden.

Van de Il Destriero zijn er nu honderd verkocht. Het laat zich raden dat de kopers op flinke wachttijden moeten rekenen. De vraag is wie zo'n horloge koopt. Volgens de Amsterdamse importeur Paul Simons is daar niets van te zeggen. Het zijn in elk geval geen mensen, die hun aankoop graag tonen aan een ieder die het wil zien. Het zijn evenmin beleggers, want het is maar de vraag of er ooit een markt onstaat van mensen die graag meer dan 550.000 gulden uitgeven voor een tweede-hands horloge. Kopers kopen het strijdpaard dus als 'hebbedingetje'.

Merkwaardig genoeg is Oostenrijk relatief de belangrijkste markt voor IWC. Zwitserland, Duitsland en Italië zijn dat in absolute zin het Verre Oosten in wat mindere mate. Amerikanen hebben nauwelijks interesse, met uitzondering van één man, die drie Destriero's heeft besteld in één cassette. En dat was nog een probleem, want hij wilde ze in geelgoud, roodgoud en platina. Maar in geelgoud maakt de fabriek ze niet. Voor hem is echter een uitzondering gemaakt. Maar bij aankoop van drie valt geen korting te verwachten. Met deze koper is de prijs rond gemaakt op één miljoen dollar en zijn dag was daarmee helemaal goed gemaakt.